Opinie

Er valt bij deze verkiezingen wel degelijk iets te kiezen

Woensdag zijn toch echt de kiezers aan zet. De campagne is dan voorbij, bijna 13 miljoen mensen mogen hun voorkeur uitspreken. Over een gebrek aan keuze hoeven zij niet te klagen. Op het stembiljet staan niet minder dan 28 partijen; dat zijn er zeven meer dan bij de laatste Tweede Kamerverkiezingen in 2012, en bijna net zoveel als in 1986. De versplintering van het Nederlandse politieke landschap waar de voorbije weken zoveel over te doen was, is dus ook weer niet zo nieuw.

Wel anders is het ontbreken van grote, dominante partijen. Afgaande op de vele opiniepeilingen die, met alle kanttekeningen die erbij kunnen worden gemaakt, ook nu weer zeer aanwezig waren in de campagne, hielden zes partijen elkaar min of meer in evenwicht. Dat gegeven zette de toon. Er was geen sprake van de door velen voorspelde tweestrijd waarbij twee lijsttrekkers het debat volledig naar zich toetrokken.

Lees het laatste nieuws (en onze factchecks van het NOS-slotdebat) in ons liveblog

Voor de verkiezingsstrijd als gelegenheid voor het brede palet aan partijen om zich te manifesteren was dit een goede zaak. Iedereen is aan het woord gekomen. Dat was wellicht niet zo spannend als een tweestrijd maar wel aanzienlijk inhoudelijker. Er waren goede debatten waarin de verschillende keuzes helder over het voetlicht konden komen. Daarbij hielp het dat een groot aantal partijen de eigen programma’s had laten doorrekenen door het Centraal Planbureau. Dat zorgde voor zowel een objectiverende als een disciplinerende factor.

De amusementsfactor verstoorde ook dit keer weer het inhoudelijke verhaal op de televisie afgezien van enkele positieve uitzonderingen. Verfrissend waren de vele volle zalen in het land met politieke discussiebijeenkomsten ook als daarbij geen lijsttrekkers het woord voerden.

Natuurlijk speelden de sociale media in deze campagne een belangrijke rol. Maar er was gelukkig ook volop ruimte voor klassieke overdracht. Er was honger naar informatie over een scala aan onderwerpen. In dat opzicht kan de campagne 2017 een aanwinst voor de democratie worden genoemd.

Precies 100 jaar na de invoering van het algemeen kiesrecht voor mannen – de vrouwen kwamen vier jaar later aan de beurt – kan een recordaantal Nederlanders naar de stembus. Ze moeten niet, ze kunnen. De opkomstplicht is in 1970 terecht afgeschaft. Er is dus de vrijheid om niet te kiezen. Maar de verkiezingscampagne die nu ten einde is, heeft in elk geval duidelijk gemaakt dat er wel degelijk iets te kiezen valt. Het is te hopen dat zoveel mogelijk mensen dit ook daadwerkelijk zullen doen.