Best tevreden, dus veel te verliezen

Nederland staat er goed voor en scoort hoog op de ranglijsten van welvaart en geluk. Waarom zijn er dan toch zoveel kiezers boos?

Beeld Studio NRC

Het gaat goed met Nederland. Wie met globale blik naar de cijfers kijkt, kan niet anders concluderen dan dat we een blij land zijn. Nederlanders geven hun leven gemiddeld een dikke zeven , en dat is internationaal bezien hoog. Onze kinderen zijn gelukkig. We zijn veel optimistischer over economie en maatschappij dan andere Europeanen.

Het vertrouwen verschilt sterk per partij. Grafiek: Studio NRC

Het optimisme neemt bovendien de laatste tijd duidelijk toe. Steeds meer mensen vinden dat het de goede kant opgaat met Nederland en verwachten dat de economie nog wel een tijdje goed blijft draaien. Ook het vertrouwen in de regering stijgt de laatste tijd.

De werkloosheid daalt snel, ook vijftigplussers vinden weer werk. Ondernemers hebben meer vertrouwen, op de huizenmarkt is de ellende voorbij en de lonen stijgen eindelijk weer lekker. De overheidsfinanciën zijn op orde. Politieke partijen kunnen weer wat geld uitdelen en plannen maken voor een groener, ondernemender, socialer en innovatiever Nederland. Kortom: hoera. Niks aan hand, hoezo boze burgers?

De wijde kloof tussen blij en boos

Maar wie inzoomt, ziet heel verschillende groepen. De ene (jong, hoogopgeleid) is veel optimistischer dan de andere (oud, laagopgeleid). Dat verschil was er altijd al, maar het opvallende is: de laatste jaren neemt het toe.

In 2016 registreerde het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) het grootste verschil ooit in vertrouwen tussen 65-plussers en jongere generaties. CBS-hoofdeconoom Peter Hein van Mulligen: „Het is een raadsel. Na het dieptepunt in vertrouwen in 2013 steeg het bij jong en oud weer. Maar in 2016 viel het bij 65-plussers plots terug.” Hij heeft geen flauw idee waarom. Van Mulligen kan geen economische verklaring vinden voor de dip in het humeur van ouderen in 2016. Wel voor de dip in de jaren daarvoor: die werd veroorzaakt door de pensioenkortingen.

Ook tussen hoog- en laagopgeleiden neemt het verschil in vertrouwen de afgelopen jaren toe. Hoe dat komt? Wellicht profiteren laagopgeleiden minder van de economische opgang, oppert Van Mulligen. En: bij hoogopgeleiden zitten meer zzp’ers die de aantrekkende economie zeer sterk voelen in hun verdiensten. Daar spuit het vertrouwen dan omhoog. Laagopgeleiden vinden in een opgaande economie vaker een baan maar veel meer verdienen gaan ze waarschijnlijk niet.

Waarom lopen sinds de crisis de humeuren zo uiteen? Volgens Kim Putters, directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau, is het sleutelwoord ‘onzekerheid’, zeker ook bij 65-plussers. Ja, Nederland staat bovenaan in de lijstjes van gelukkigste, welvarendste, veiligste landen ter wereld. Maar er staat dus veel op het spel: er is veel te verliezen. Putters: „Een grote groep Nederlanders vraagt zich af: wat is mijn diploma nog waard straks? Wat is mijn recht op zorg nog, nu de gemeente die gaat leveren?” En: er is een grote groep die weinig merkt van die hoge Nederlandse positie op al die ranglijsten. „Er zit twee punten verschil tussen de grote groep Nederlanders die hun leven een ruime acht geven en de groep die een zes op zijn leven plakt. Dat is voor een land dat zo gelijk is als het gaat om inkomen en gezondheid een fors verschil in beleving.”

Er is een grote groep Nederlanders die hun leven een ruime acht geven, maar ook een groep die een zes op zijn leven plakt

Kim Putters, directeur Sociaal en Cultureel Planbureau

De ingebakken teleurstelling

Kan een nieuw kabinet daar iets aan doen? Putters denkt dat de kans op teleurstelling groot is. Het verzuilde Nederland kende meer maatschappelijke organisaties die hielpen alle mensen erbij te trekken. „Nu kijkt iedereen naar Den Haag. Maar een kabinet kan dit niet allemaal oplossen. Een deel moet de samenleving zelf doen, maar die structuren zijn verdwenen.” De politiek richt zich deze campagne sterk op groepen: ouderen, autochtonen, migranten. „Juist de partijen die zich richten op brede groepen, krijgen hun boodschap lastig over het voetlicht. Dat maakt het in een formatie heel moeilijk het gedeelde belang te vinden. De kans op teleurstelling over niet waar te maken beloftes aan al die deelgroepen zal opnieuw groot zijn.”

Profiel: De boze burger

Maak kennis met de angstgegner van de gevestigde politiek: de ‘boze burger’. Dat hij of zij geen fantoom is, is zeker. Maar het blijkt uiterst lastig om hem precies te definiëren. Uit onderzoek van de Rotterdamse socioloog Eefje Steenvoorden van vorig jaar blijkt dat de bezorgde burger „een perceptie van onbeheersbare verslechtering van de samenleving” heeft, en een gevoel van „collectieve machteloosheid” om daar wat aan te doen.

Dat hangt samen met het beeld dat opdoemt uit een analyse van het consumentenvertrouwen van het CBS. Ouderen hebben beduidend minder vertrouwen in de economie. Dat geldt ook voor laagopgeleiden. Voor gepensioneerden was deze crisis anders dan vorige recessies: voor het eerst merkten ze die direct in hun koopkracht doordat pensioenen niet werden geïndexeerd of zelfs gekort. Tot nu toe waren gepensioneerden immuun voor recessies, zegt CBS-econoom Peter Hein van Mulligen. Hun pensioen bleef gelijk. Nu hebben de kortingen het vertrouwen aangetast.

De snelle verhoging van de pensioenleeftijd riep daarnaast de woede op van nog werkende zestigplussers. Vooral laag- en middelbaar opgeleiden voelden zich overvallen en boos, bleek uit een onderzoek van het demografisch instituut NIDI in 2015 onder 6.000 oudere werknemers. Van de lageropgeleiden was een ruime meerderheid erg boos tot heel erg boos.

De ontevreden burger is vaak iemand die zelf weinig kan doen aan zijn eigen lot. Dat geldt voor ouderen die machteloos moeten toezien hoe anderen beslissen over de hoogte van hun inkomen. Het geldt ook voor wat het ‘precariaat’ wordt genoemd: veelal mensen aan de onderkant van de inkomensladder die moeite hebben de eindjes aan elkaar te knopen, en maar een klein zetje van de armoede verwijderd zijn.

Maar generaliseringen zijn link. Neem Nederlanders met een migratieachtergrond, van wie ouderen relatief optimistisch zijn. Anders dan autochtonen geloven zij nog dat hun kinderen het beter krijgen dan zijzelf. Hun kinderen zien dat zelf echter heel anders. SCP-directeur Kim Putters: „Die voelen teleurstelling over het moeilijk vinden van werk, en het voortdurend worden aangesproken op hun afkomst.”

Mensen kunnen zich zorgen maken over de richting die de samenleving uitgaat, zonder dat dit direct henzelf betreft. „Met mij gaat het goed, maar met ons gaat het slecht”, is een diagnose die al langer uit veel onderzoek opdoemt. Dat noopt tot grote voorzichtigheid, en maakt de ‘bezorgde burger’ zo ongrijpbaar.

Profiel: De blije burger

Wat is de typering van de blije burger? Die is eigenlijk niet zo nodig. Nederlanders zijn over het algemeen tevreden en gelukkig. En dus hebben we het hier over een grote, diverse groep mensen. Internationaal onderzoek laat dat keer op keer zien.

Senioren staan er hier het best voor, kinderen behoren tot de gelukkigste ter wereld. Het inkomen per hoofd van de bevolking staat in de mondiale toptien en de verdeling van dat inkomen is in Nederland relatief gelijkmatig – al geldt dat niet voor het vermogen.

Toch is er binnen deze grote groep wel een gemene deler van het grootste geluk te vinden: het vermogen om het eigen leven en de eigen toekomst vorm te geven. Dat heeft allereerst te maken met jeugd: hoe jonger, hoe rooskleuriger naar die toekomst wordt gekeken. Het heeft uiteraard ook te maken met opleidingsniveau. Bij een hogere opleiding is de kans dat de dagelijkse baan bevalt groter, en het inkomen hoger. En dat geeft vrijheid.

Angst voor de grote buitenwereld is er niet of nauwelijks. Globalisering heeft meer voordelen dan nadelen en de rest van de planeet is een plek om te ontdekken, niet om te wantrouwen. De Europese Unie en de euro, de symbolen van regionale ‘globalisering’, zijn populair voor de blije wereldburger.

Toekomst zegt hier veel, ook in immateriële zin. Het consumentenvertrouwen van een paar met kinderen, toch vaak mensen in het spitsuur van het leven, die hoge kosten moeten maken, behoort tot een van de hoogste van alle groepen die het CBS onderscheidt.

Voor die toekomst is de uitgangspositie belangrijk. Het SCP onderscheidde in een studie uit 2014 vier verschillende soorten kapitaal: persoonskapitaal (bijvoorbeeld gezondheid, mentaliteit), economisch kapitaal (vermogen, opleiding), cultureel kapitaal (leefstijl, taalvaardigheid) en sociaal kapitaal (sociale steun).

Het SCP onderscheidt daarna zes groepen in de Nederlandse maatschappij, waar al dat kapitaal verschillend neerslaat. Het meeste kapitaal staat, niet verrassend, bij de ‘gevestigde bovenlaag’. Daarna volgen ‘jongere kansrijken’ en dan de ‘werkende middengroep’.

De blije Nederlanders zijn begaan met de rest van de maatschappij, maar leven wel in toenemende mate in een gescheiden wereld, zegt Kim Putters van het SCP: „Ze komen de groep Nederlanders die het niet goed heeft niet automatisch meer tegen. Hogeropgeleide gezonde mensen met perspectief leven vaak toch in een van de rest gescheiden wereld.”