Achmea lijdt verlies - en dat komt niet alleen door hagelschade

Jaarcijfers

De grootste schade- en zorgverzekeraar van het land leed vorig jaar het grootste verlies sinds de crisis. Hogere premies zijn in aantocht.

Een kassencomplex in het Brabantse Asten is zwaar beschadigd door hagelstenen. Foto Paul Raats/ANP

Donderdagavond 23 juni gebeurde het, in Brabant en Limburg. Hagelstenen, zo groot als mannenvuisten, vielen uit de lucht – lokale bewoners spraken van heuse ijsballen. Met veel schade voor boeren, particulieren én verzekeraar – de grootste schade in de geschiedenis van Achmea.

Het concern moest afgelopen jaar meer dan 300 miljoen euro vergoeden vanwege de „hagelcalamiteit”. De helft wordt gedekt door de herverzekeraar, maar de andere helft moet Achmea zelf betalen.

En dat was zeker niet de enige tegenslag die Achmea (19,5 miljard omzet, ruim 17.000 arbeidsplaatsen) had. De grootste schade- en zorgverzekeraar van Nederland dook in 2016 diep in de rode cijfers. Het verlies van 382 miljoen was zo groot dat het concern een maand voor publicatie van zijn jaarcijfers de buitenwacht al voor de verliezen waarschuwde.

„Teleurstellend” noemde bestuursvoorzitter Willem van Duin dinsdag de resultaten op het hoofdkantoor in Zeist, veroorzaakt door een vijftal tegenslagen. Naast de hagel zijn dat extra voorzieningen voor een nieuwe reorganisatie (100 miljoen euro) en voor letselschade vanwege jurisprudentie die verzekeraars langer aansprakelijk houdt. In de zorg sprong het concern met 434 miljoen euro bij om de ziektekostenverzekeringen niet te duur te maken en de instabiliteit in Turkije noopte tot een afwaardering van de activiteiten daar.

Kort samengevat werd het concern een kopje kleiner, daarmee de trend van de laatste jaren voortzettend. In 2016 daalden omzet, winst, kosten en financieel incasseringsvermogen.

Een deel van die krimp is zelf gekozen. Na een reeks fusies en overnames kwam het concern in 2013 tot de conclusie dat er te veel overlap was binnen het bedrijf en dat te veel op papier en te weinig polissen via digitale kanalen werden verkocht.

Het resulteerde in een saneringsoperatie waarbij binnen vier jaar een slordige vierduizend banen zouden verdwijnen – een op de vijf werkplekken. Eind vorig jaar werd een voortgezette sanering aangekondigd van nog eens tweeduizend arbeidsplaatsen bovenop de 3.350 die inmiddels zijn verdwenen.

Lees ook: Verzekeraar Achmea schrapt komende jaren 2.000 banen

Onder de kostprijs

Achmea opereert niet in de makkelijkste markten. Allereerst is de aanhoudend lage rente nadelig voor verzekeraars. Zij moeten met hun beleggingen voldoende rendement behalen om aan hun toekomstige verplichtingen te voldoen. Ten tweede is de schadeverzekeringsmarkt (auto’s, woningen, inkomens) „al jaren verlieslatend”. Van Duin: „De inkomsten daar zijn niet houdbaar, daarom hebben we maatregelen getroffen.”

En in de zorgsector, tweederde van Achmea’s omzet, wordt ook al structureel verlies geleden. Zorgverzekeraars verkopen hun ziektekostenpolissen de laatste jaren onder de kostprijs.

Maar het dalende incasseringsvermogen brengt de grenzen van betaalbare premies in zicht, waarschuwt Achmea. Vanuit de politiek was er de laatste jaren kritiek op de rijkdom van zorgverzekeraars. Zij zouden te veel premiegeld op de plank laten liggen. De concerns bouwen nu die bovenmatige buffers af. Achmea wil op minimaal 130 procent zitten van de financiële eisen die de toezichthouder stelt. Maar die grens komt nu snel dichterbij.

Het betekent dat ook het eind in zicht is van de ‘interne subsidie’ van ziektekostenpolissen. Het liefst, zegt Van Duin, zou hij de premie geleidelijk aan willen verhogen. Maar als de financiële gezondheid het niet meer toelaat, verwacht hij al snel een zorgpremie die per maand 20 euro hoger wordt. Dat is volgens de bestuursvoorzitter onafwendbaar, gezien de vergrijzing en de innovatie die steeds meer medische behandelingen mogelijk maakt. „Dit is een keuze die we als samenleving maken.”

    • Jeroen Wester