‘Negerin is nu een vervelend woord, in de jaren negentig niet’

In Ronald Gipharts roman ‘Ik ook van jou’ wordt een aantal keer het woord ‘negerin’ gebruikt. Moet het taalgebruik in de jubileumeditie van het boek worden aangepast?

Foto Ilvy Njiokiktjien/ANP

„De allermooiste negerin van de hele wereld en haar blonde wonderschone vriendin verdwijnen in de bocht”, staat in Gipharts roman Ik ook van jou uit 1992. Het zinnetje in het best verkochte debuut van dat jaar was indertijd niet aanstootgevend. Vorige week besloot uitgeverij Nijgh & Van Ditmar tot een jubileumeditie. De vraag was alleen: wat te doen met het woord ‘negerin’ dat enkele malen in de roman voorkomt?

Giphart: „Ik kwam daarop omdat in het Rijksmuseum de titels en omschrijvingen werden aangepast: ‘zwarte negerin’ werd bijvoorbeeld ‘Surinaams meisje’. Die beslissing riep toen veel discussie op. Met de uitgeverij heb ik er in verband met deze jubileumuitgave veel over gesproken. Negerin is nu een vervelend woord, in de jaren negentig niet. Ik vind het nog steeds ingewikkeld. We hebben het zo gelaten, nu zou ik de verteller niet meer zo laten denken.”

Het is een kwestie die ook de Amerikaan Paul Beatty in zijn segregatieroman De verrader opvoert wanneer iemand Mark Twain herschrijft. „Overal waar het weerzinwekkende n-woord voorkomt, heb ik dat vervangen door ‘strijder’ en het woord ‘slaaf’ heb ik vervangen door ‘donkergetinte vrijwilliger’”, staat er. Hoewel het hier om een geïroniseerde variant gaat, wordt wel duidelijk dat het een vraag is die vaker gesteld zal worden.

Uitgever Elik Lettinga zegt dat er nog geen beleid is: „Er zijn meer dingen die je nu niet meer zou doen of zeggen, het lijkt me raar om daar dan te gaan ingrijpen. We hebben toch gekozen voor het tijdsbeeld dat je oproept.”