Opinie

In wat voor land Turkse Nederlanders ‘eigenlijk’ leven

Iedere Turkse Nederlander moet na de ongehoorde diplomatieke rel met Turkije de week zijn begonnen met een onaangenaam, dubbel gevoel. Hoe staat het nu écht met de uitingsvrijheid die hier zo diep geworteld heet, maar kennelijk niet geldt voor Turkse regeringsvertegenwoordigers. Hoe zou een Turkse Nederlander de retoriek uit Ankara ondergaan, waar Nederland bijna om het uur beschuldigd wordt van de meeste abjecte daden en eigenschappen.

Dit is meer dan een stresstest voor twee landen – een doorsnee Turks-Nederlandse burger die deze emotionele stormen moet doorstaan zoekt nu bevestiging, ook van zijn Nederlanderschap. De Nederlandse politiek is daarvoor nu even te veel met zichzelf bezig, zo lijkt het. Turkse Nederlanders zijn dezer dagen gevangen in het kruisvuur van twee campagnes – van de regering Erdogan die zich uit politiek eigenbelang fel afzet tegen Europa en in het incident een perfecte stok vond om de hond te slaan. En van de Nederlandse politiek, waar geen enkele partij nu wil opkomen voor burgers met twee paspoorten. Zie ook het dagblad De Telegraaf dat de voorpagina voorzag van de opmerkelijke kop ‘WIJ zijn hier de baas!’ bij de foto van een demonstrant die is geveld door een politiehond.

Dit conflict draait óók om de vraag van welk land Turkse Nederlanders nu ‘eigenlijk’ staatsburger zijn. Dat loyaliteitsconflict is door het incident op scherp gezet. En dat heeft gevaarlijke aspecten, niet alleen door de desastreuze wederzijdse beeldvorming. Het verhardt de verkiezingsstrijd, die volgens veel partijen immers om ‘identiteit’ zouden gaan. Of in de woorden van premier Rutte – in wat voor land willen wij leven. Bezien vanuit Turks-Nederlands perspectief is die vraag zelfs acuut geworden. Is dit een land van ‘wij’ tegen ‘zij’? Waar etnische achtergrond, moslim-zijn en een tweede paspoort reden voor wantrouwen en afstand zijn? Waar integratie en aanpassing steeds dwingender worden opgelegd en waar steeds minder tegenover lijkt te staan? Desillusie en desintegratie liggen op de loer.

Juist nu moet de politiek duidelijk maken dat grondrechten als gelijkheid en uitingsvrijheid ook na ‘Rotterdam’ gelden. Dat het overheidsoptreden onder controle van parlement en rechtspraak staan – dat hier ook fouten worden gemaakt, maar dat de rechtsstaat hier niet, of beter, niet hier ter discussie staat. Dat hier uitingsvrijheid bestaat – die overigens voor niemand onbegrensd is. En dat de tegenstelling ‘wij’ tegen ‘zij’ schadelijk is, voor beiden. Dat er veel in Nederland is dat de moeite waard is om loyaal aan te zijn. Net als in Turkije. En dat het evenwicht daartussen een persoonlijke kwestie is. En ook moet blijven.