Erdogan scheldt als een taxichauffeur, omdat het werkt

Stijl van Erdogan President Erdogan polariseert altijd. Het is een succesvolle strategie. Nu is Europa aan de beurt.

Foto Emmanuel Dunand/AFP

In het diplomatieke dispuut met Turkije wordt Nederland ineens geconfronteerd met de polariserende leiderschapsstijl van Recep Tayyip Erdogan. De Turkse president is een politieke straatvechter die spreekt en scheldt als een taxichauffeur. Door vijandbeelden te creëren, mobiliseert hij zijn achterban en weet hij zijn machtspositie veilig te stellen. Het is een beproefd recept, waarmee hij sinds 2002 alle verkiezingen heeft gewonnen.

Vandaar dat Erdogan in de campagne voor het referendum van 16 april over de uitbreiding van de presidentiële macht opnieuw de confrontatie zoekt, nu met Europa. Het geeft hem de kans zich te presenteren als de leider van een sterk Turkije, dat opstaat tegen de Europese grootmachten. Dat doet het goed bij nationalisten in Turkije en bij Turken in Europa die zich tweederangsburgers voelen. Beide groepen heeft hij nodig heeft om op 16 april een meerderheid te behalen.

De campagnestrategie van Erdogan is van begin af aan duidelijk: tegenstanders van het presidentiële systeem neerzetten als terroristen of landverraders die deel uitmaken van een westers complot om Turkije te ondermijnen. Vandaar dat hij Nederland en andere Europese landen die Turkse campagnebijeenkomsten verbieden, beschuldigt van „fascistische praktijken”.

Lees ook: Turkije schort diplomatiek contact met Nederland op

Plunderend schorem

„Erdogan gebruikt polarisatie omdat het werkt”, zegt Barin Kayaoglu, van de Amerikaanse universiteit van Irak en redacteur van website Al-Monitor.

„Hij bespeelt zijn achterban door beledigende taal te gebruiken tegen politieke opponenten en in te spelen op bestaande vooroordelen. Trump is ook president geworden door de meest verschrikkelijke dingen te zeggen over vrouwen, minderheden en politieke rivalen.”

Zo speelt Erdogan in op vooroordelen over alevieten, die geen echte moslims zouden zijn. Tijdens de Gezi-protesten in 2013 noemde hij betogers steevast capulcu, Turks voor plunderend schorem.

Erdogan valt zijn rivalen vaak persoonlijk aan. Zo sprak hij in het verleden neerbuigend over Devlet Bahçeli, de leider van de nationalistische MHP. Hoe kan Bahçeli de problemen van kiezers met een gezin begrijpen als hij zelf geen kinderen heeft, stelde Erdogan. Op die manier probeerde hij een deel van de conservatieve MHP-kiezers over te halen op zijn AK-partij te stemmen.

Want de achterban van de AKP overlapt met die van andere partijen. Dat bleek bijvoorbeeld bij de verkiezingen van juni 2015. Toen verloor de AKP voor het eerst de absolute meerderheid doordat een deel van zijn kiezers overliep naar de pro-Koerdische partij HDP. Vrijwel meteen stuurde Erdogan aan op nieuwe verkiezingen, waarbij hij opnieuw de confrontatie zocht.

Lees ook: Remt verdrag met Turkije inburgering migranten af?

Electorale kansen vergroten

Daarbij greep Erdogan de moord op een politieagent aan om het door hem geïnitieerde vredesproces met de Koerdische guerrillabeweging PKK te torpederen. Hij hoopte dat de steun voor de HDP zou afnemen en de electorale kansen van de AKP bij de vervroegde verkiezingen zouden vergroten. „De PKK was er deels schuldig aan dat het conflict weer oplaaide”, zegt Kayaoglu.

„Maar Erdogan wakkerde het geweld ook aan in de hoop daar politiek munt uit te slaan. En die opzet slaagde.”

Turkije is door Erdogans polarisatiepolitiek een tot op het bot verdeelde samenleving. Ongeveer de helft van de bevolking – seculieren, alevieten, een deel van de Koerden - haat de president. De andere helft – ouderen, lageropgeleiden en vrome moslims – bewondert hem als een sterke leider die van Turkije weer een grootmacht heeft gemaakt die internationaal respect afdwingt.

„De Turkse politiek is altijd gepolariseerd geweest”, zegt Kayaoglu. „Maar voorheen bleef de verdeeldheid beperkt tot politici. Erdogan maakt het een probleem tussen hem en andere delen van de Turkse samenleving. In die zin verdiept hij de bestaande breuklijnen.”

Het presidentiële systeem is een nieuwe bron van polarisatie. Maar door het conflict te zoeken met Europa heeft Erdogan de oppositie, die ijvert voor ‘nee’ bij het referendum, gedwongen zich achter hem te scharen. De grootste oppositiepartij CHP zegt de regering te steunen indien die actie onderneemt tegen de „vernederende” maatregelen van Nederland. Dat heeft volgens de partij niets met het referendum te maken, het is een kwestie van nationale trots.

    • Toon Beemsterboer