Ook Turkije zelf zal lijden onder sancties

De Turkse economie heeft al zwaar te lijden onder binnenlandse en regionale onrust. De vraag is daarom hoe zwaar eventuele sancties tegen Nederland zullen zijn.

Foto ANP

Kunnen Turkije en Nederland elkaar economisch kwaad doen? De Turkse president Erdogan repte dit weekeinde van economische sancties als vergelding voor het Nederlandse optreden tegen de Turkse minister Kaya van Familiezaken en tegen de demonstranten in Rotterdam. Maar met sancties brengen landen elkaar vaak wederzijds schade toe, en het eigen bedrijfsleven zal er sterk op aandringen daar niet toe over te gaan.

Toen Turkije eind 2015 een Russisch jachtvliegtuig uit de lucht schoot, bestrafte Moskou Ankara met zware sancties. Geen Turkse groente en fruit meer naar Rusland, bijvoorbeeld, en een beperking van het toerisme. Dat deed pijn: de Turkse economie heeft het al zwaar onder de gevolgen van de conflicten in de regio, de couppoging van vorig jaar én de terroristische aanslagen. Het IMF voorzag begin vorige maand een economische groei van 2,9 procent in 2017, maar waarschuwde voor ‘forse neerwaartse risico’s’ voor de Turkse economie, door politieke onzekerheid, teruglopende bedrijfswinsten, lage kredietgroei en een scherpe val in het toerisme. De ruzie met Rusland is dan ook snel bijgelegd, en de sancties zijn al verminderd.

Hoeveel pijn een ruzie tussen Turkije en Nederland doet, hangt af van de economische en financiële banden tussen de twee landen. Nederland exporteerde afgelopen jaar voor 5,37 miljard euro naar Turkije. Het gaat hier vooral om chemische producten, medicijnen, plastics, machines en elektronica. De import uit Turkije bedroeg 2,8 miljard en bestond voor het overgrote deel uit vis en schaaldieren, groenten en fruit, olieproducten, textiel en kleding. Een deel van de Nederlandse uitvoer is overigens doorvoer, maar alles bij elkaar gaat het om rond de 1 procent van de totale Nederlandse handel.

Daar komt de in- en uitvoer van diensten nog bij: 772 miljoen en 975 miljoen euro, in 2015. Toerisme maakt daar een flink deel van uit, maar daar gaat het al zeer slecht mee, mede door de terroristische aanslagen en het conflict in Syrië. Gingen er in 2011 nog 806.000 Nederlanders op een lange vakantie naar Turkije, in 2015 waren dat er nog maar 689.000. De bestedingen lopen dan ook fors terug: van 175 miljoen euro in de eerste helft van 2012 naar nog maar 81 miljoen in de eerste helft van vorig jaar. En dan zijn de gevolgen van de couppoging van 15 juli nog niet meegerekend.

Nederland is, als grootexporteur, dus kwetsbaar. Maar Turkije zal vooral lijden in sectoren waar het al pijn doet is: voedselexport en toerisme.

Bij de wederzijdse investeringen is de verhouding veel schever dan bij handel. Volgens de data van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) was de stand van de directe investeringen vanuit Turkije in Nederland zeer bescheiden: 5,1 miljard dollar in 2015. Andersom zijn de Nederlandse directe investeringen in Turkije veel groter: 18,8 miljard dollar. Maar de positie van Nederland als grootinvesteerder in het buitenland is doorgaans sterk overdreven. Voor een groot deel gaat het om geldstromen die, om belastingredenen, via in Nederland gevestigde buitenlandse bedrijven lopen. Hun geldstromen komen terecht in de Nederlandse statistieken. Zo is ‘Nederland’ bijvoorbeeld een belangrijke investeerder in Bermuda (165 miljard) en de Kaaimaneilanden (53 miljard). Welk deel hiervan werkelijk van oorsprong Nederlands is, is ongewis. Dat Nederland ‘een van de grootste investeerders’ in Turkije is, moet dus met een korrel zout genomen worden. Net zoals soortgelijke berichten over Nederlandse investeringen in andere landen, trouwens.

Nu zijn er andere vormen van financiële macht. Turkije heeft een stemrecht van 0,96 in het bestuur van het IIMF, waar het in het verleden meermalen een beroep deed op financiële steun. Het land heeft zich verenigd in een zogenoemde kiesgroep waar kleinere landen hun stemmen bundelen. De kiesgroep van Turkije, waarvan overigens Oostenrijk een belangrijk lid is, heeft in totaal 3,23 procent van de stemmen. Nederland leidt met België een machtiger kiesgroep die met 5,43 procent van de stemmen de belangrijkste factor is in het IMF-bestuur, na de Verenigde Staten, China en Japan. Pikant lid van het Nederlandse smaldeel: Armenië.

    • Maarten Schinkel