Opinie

    • Frits Abrahams

Het kabinet gechanteerd

De ironie wilde dat ik zaterdag een vrolijke avond zat te beleven bij Freek de Jonge in het Amsterdamse DeLaMar Theater, terwijl Rotterdam in rep en roer was. Een Turkse minister was een „beetje sneaky” (beschrijving door minister Koenders) Nederland binnengedrongen en bedreigde onze normen en waarden.

Ik hoorde de bijzonderheden pas toen ik na thuiskomst de tv aanzette. Op dat moment was ik nog nauwelijks uitgelachen, want Freek was ronduit briljant geweest in zijn aan de verkiezingen gewijde programma. Hij pakte niet alleen de politici aan, maar grapte ook over de identiteitscrisis van de hedendaagse cabaretier en over de verstoorde relatie tussen autoriteit en burger, zoals blijkt uit de Groninger woede over de aardbevingen.

Het publiek beloonde hem met een stormachtig applaus, en ik moest terugdenken aan de Freek van zo’n 45 jaar geleden, toen ik hem met Bram Vermeulen zag optreden voor een even dankbaar publiek van vooral Groninger studenten. Qua bezieling, dynamiek en virtuositeit zag ik geen wezenlijk verschil.

In een interview zei hij dat hij tot zijn dood wil blijven optreden. Wat mij betreft – maar ik ga er niet over – mag hij ook na zijn dood gewoon doorgaan. Wie liever op het eigen oordeel afgaat dan op het mijne, en wie bovendien benieuwd is naar „de dierbare vriendschap” die premier Rutte met Freek denkt te hebben, kan vanavond dezelfde voorstelling op NPO 1 (20.25 uur) zien.

Zo aarzelend als onze politici de aardgasbevingen behandelden, zo standvastig lijken ze in de Turkse kwestie. Niet wijken voor chantage! De tranen sprongen me in de ogen bij zoveel politieke eensgezindheid: van GroenLinks tot en met de PVV, de eerste partij die minister Cavusoglu wilde weigeren. De onvermijdelijke vraag: durfden de andere partijen niet achter te blijven omdat ze bij het naderen van de verkiezingen de adem van de PVV in de nek voelen?

Relevant is in dit verband de toelichting van minister Koenders zondag in Buitenhof. Hij vertelde dat de Turken zaterdagmorgen is aangeboden in hun consulaat een bijeenkomst met Cavusoglu en „Turkse mensen” te organiseren. „Wij hebben hem niet definitief willen stoppen.” Terwijl de Nederlandse en Turkse regering daarover overlegden, hoorde Koenders van zijn woordvoerder dat de Turken op CNN chanterende taal over sancties hadden uitgeslagen. Koenders: „Ik laat me niet onder druk zetten, dus ik heb gezegd: dan gaan die landingsrechten niet door.”

Kortom, de Nederlandse weigering heeft geen principiële grond, maar is veroorzaakt door die ‘chantage’. Als die er niet was geweest, zou Cavusoglu mogelijk wel zijn toegelaten.

Maar hoe zit het dan met die openbare orde die het kabinet eerder als reden voor een weigering noemde? Was die dan niet bedreigd bij een bijeenkomst in het consulaat? En had Nederland dan niet net zo goed een bijeenkomst kunnen aanbieden op een ver buiten de stad gelegen parkeerterreintje, waar die minister zijn bedenkelijke zegje had kunnen doen? Dan zou misschien iedereen tevreden zijn gesteld, zowel de Turkse heethoofden als degenen die zij voor nazistische zwijnen uitmaken.

Het kabinet lijkt geaarzeld te hebben, misschien omdat het zich niet alleen door de Turken, maar ook door Wilders onder druk gezet voelde.

    • Frits Abrahams