Opinie

    • Wilfried de Jong

Het is Sjinkie voor en Sjinkie na

Gewoon rustig blijven. Het zijn maar drie woorden, uitgesproken met die gortdroge tongval uit Bantega. Meer heeft shorttracker Sjinkie Knegt niet te zeggen over de spanning tijdens een toernooi. Vorig jaar volgde ik hem voor een sportdocumentaire. In het Japanse Nagoya zat hij tijdens de pauzes hutjemutje met alle andere schaatsers in de catacomben. In de kleedruimte had iedereen maar een paar vierkante meter voor zichzelf. Onverstoorbaar zat Sjinkie Knegt op de grond en sleep zijn schaatsen.

Stress?

Aan verspilling van energie heeft Knegt een broertje dood.

Bantega is het perfecte dorp voor de shorttracker. Of eigenlijk is het geen dorp, het is eerder een plek. Onbestemd, weids, groen, hier een huis, daar een schuur. Het deed me denken aan een verlaten Amerikaanse staat waar je als inwoner op jezelf en je familie bent aangewezen.

Met zijn vader knapt hij in zijn vrije tijd oude auto’s op. De gouden handjes van Sjinkie kunnen alles: hij fabriceert van vier vuilniszakken schroot weer een glanzende én rijdende wagen.

De voorkant van mijn oude meniekleurige Mercedes stond na een aanrijding zo scheef als een hoepel. Rijp voor de sloop, dacht ik. Sloop? Dat woord wilde Sjinkie niet horen. Hij maakte een rondje rond de auto.

Weer zo’n treffend, kort antwoord: „Moet kunnen.”

Zijn manier van rijden tijdens de WK in een vol Ahoy verraadde de rust om te wachten op het juiste moment om aan te vallen. Sjinkie kent zijn eigen krachten goed.

Hoogtepunt van het toernooi was de afsluitende relay, de achtervolging voor landenploegen. Achtduizend mensen op de tribunes schreeuwden de longen uit hun lijf. Knegt schaatste zijn eerste rondjes met de handen op de rug, hij reed op reserve. De laatste ronden scheurde hij sensationeel hard van iedereen weg.

Sjinkie heeft sterke spieren, een sporthart, een lijf dat zich door de kleinste gaten kan wurmen. Maar zenuwen? Nee, die ontbreken onder de motorkap bij de man uit Bantega.

Tijdens de finales in Ahoy stonden de ogen van Sjinkie niet anders dan wanneer hij vanuit zijn achtertuin tuurt naar de deinende toppen van de bomen op de dorpsbegraafplaats.

Hij is overal dezelfde; sober en eenvoudig. Een paar minuten luisteren naar Knegt en je schaamt je voor je eigen uitsloverige gepraat.

In een vol Ahoy heb ik Goran Ivanisevic en Roger Federer aces zien slaan, Miles Davis gestopte trompet horen spelen, Whitney en Prince aan het werk gezien, Chris Hoy en Jeffrey Hoogland gevolgd die ongelooflijke sprintsnelheden bereikten op de piste. Maar de kalmste van alle beroemde uitvoerenden in het sportpaleis, dat is een shorttracker uit Bantega.

Hij genoot van winst, baalde van verlies, maar het haalde hem niet uit zijn evenwicht.

Knegt blijft overal Knegt. „Supermooi toch?”

Wilfried de Jong is schrijver en programmamaker.

    • Wilfried de Jong