En dan ben je ineens baas op een tropisch eiland

Carrièreswitch

Lute Berends (54), tot voor kort gemeenteambtenaar in Heerhugowaard, mag zich vanaf deze week ‘directeur’ van een stad op Fiji noemen: „Volgens mij wilden ze me heel graag hebben.”

Lute Berends: „Mocht het helemaal misgaan, dan gaan er iedere dag vliegtuigen terug naar Nederland.” Foto Lars van den Brink

Lute Berends staat met zijn telefoon aan zijn oor op de Peruaanse berg Machu Picchu. Het is begin september, vorig jaar. Daar wacht hij tot zijn werkgever, de gemeente Heerhugowaard, opneemt. „Ik heb een nieuwe baan”, wil Berends laten weten. In het voorjaar van 2017 wordt hij directeur van Nasinu, de snelstgroeiende stad op de eilandengroep Fiji. Een droomfunctie.

In de weken ervoor had Berends de Fijiërs nog een aantal keren dringend gevraagd wat van zich te laten horen, voordat hij met zijn vrouw op het vliegtuig zou stappen voor een vakantie in Peru. Tevergeefs: drie dagen ná zijn aankomst krijgt hij een e-mail met het nieuws dat hij is aangenomen. Dat trage werken is typisch voor Fiji. Tenminste, die indruk heeft Berends. Hij en zijn vrouw zijn namelijk nog nooit op Fiji geweest.

De ambtenaar lacht breed wanneer hij het verhaal vertelt. Zijn huis in Broek op Langedijk is al vrijwel leeg. Slechts drie koffers gaan mee. Morgen komt een bedrijf de laatste meubels halen, overmorgen is de sleuteloverdracht, vertelt Berends (54). Afgelopen weekend vertrokken hij en zijn vrouw Nicole (56) naar Fiji.

Tot voor kort was Berends loco- secretaris van de gemeente Heerhugowaard, waar hij verantwoordelijk was voor de bedrijfsvoering en dienstverlening. Zijn vrouw was projectleider duurzaamheid bij de gemeente Alkmaar. Vijf zonen, uit eerdere huwelijken, laat het stel achter in Nederland.

Het tweede gesprek met het Fijische ministerie was eigenlijk al een bespreking van de invulling van het werk

Solliciteren via Skype

Hoe Berends op de vacature kwam? Eind juni verschijnt er op de website van de Vereniging van Gemeentesecretarissen (VGS) een oproep voor „twee CEO’s op Fiji”. Burgemeesters en gemeenteraden heeft de eilandengroep niet. Dergelijke rollen worden vervuld door ‘directeuren’, die aangestuurd worden door een apart Fijisch ministerie. Als Berends de advertentie leest, hoeven hij en zijn vrouw niet lang na te denken. Verhuizen naar het buitenland, dat wilde het stel stiekem altijd al. En wanneer krijg je als gemeenteambtenaar nu de kans te emigreren?

Twee sollicitatiegesprekken via Skype later ligt de kans ineens voor het grijpen. „Het tweede gesprek met het Fijische ministerie was eigenlijk al een bespreking van de invulling van het werk”, zegt Berends. „Ik kreeg het idee dat ze me heel graag wilden hebben.”

Zo heeft de stad Nasinu problemen met de grote trek van het platteland naar de stad, staat in Berends’ functieomschrijving. En ook de infrastructuur, de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen, en het klimaat verdienen aandacht: er zijn orkanen en de zeespiegel stijgt. Bovendien is de bedrijfsvoering van de stad bij lange na nog niet op orde – Nasinu weet bijvoorbeeld niet precies hoeveel inwoners de stad precies telt.

‘En, wil je dit nog steeds?’, met die vraag wordt het laatste gesprek via Skype afgesloten. Berends: „Ja natuurlijk, zei ik meteen. De stad heeft namelijk wél de ambitie iets aan de problemen te doen.” En nu? Tijdens zijn dienstverband van twee jaar zal Berends een strategisch plan opzetten om de problemen aan te pakken, vertelt hij. „Vervolgens moet ik ervoor zorgen dat er draagvlak voor dat plan komt en de belangrijkste organisaties aansturen.”

Een beetje kriegel

De Noord-Hollander is een optimist. Zelfs toen Berends zijn huis al had verkocht, maar van de Fijiërs nog steeds geen contract kreeg opgestuurd, maakte hij zich niet erg druk. „Een beetje kriegel werd ik er wel van, maar tegelijkertijd is dat precies de reden waarom ze hulp van buitenaf zoeken. En ach, ze mailen, dus ze hebben in ieder geval fatsoenlijk internet.”

Ook zijn vrouw, die in Fiji nog een nieuwe baan zal moeten zoeken, heeft het „volste vertrouwen” in het avontuur. Ze grijnzen allebei wanneer ze vragen krijgen over hun toekomst in het land. Nu kijkt hun keukenraam uit op een oer-Hollands tafereel: een uitgestrekte polder. Nat en zompig is het hier, rond deze tijd van het jaar. Nee, dan Fiji, waar het altijd dertig graden is. „Geweldig toch?”

Het brutosalaris van Berends komt uit op ongeveer 40 procent van wat hij hier verdient. „Al zijn de kosten in levensonderhoud daar ook een stuk lager”, zegt hij. Wel zal de Fijische overheid het stel helpen met het zoeken naar een huis, dat ze vanuit een hotel in Nasinu nog moeten vinden.

YouTube-video’s

Toch verbaast die ontspannen houding de ambtenaar zelf ook wel een beetje – het is immers een behoorlijke stap. „Ik heb in dertig jaar alle hoeken en gaten van het gemeentelijk bestuursapparaat gezien”, vertelt Berends. „Dat is denk ik een belangrijke reden geweest om voor Lute te kiezen”, vult zijn vrouw hem aan. „Ik deed de laatste jaren veel op basis van routine, dan moet je oppassen dat de verveling niet toeslaat”, zegt Berends. Bovendien trekken die échte problemen hem ook. „Het is weer eens wat anders dan het verminderen van de wachttijd voor het gemeenteloket van vier naar twee minuten.”

Hoe de Fijiërs zelf zijn? Dat weet Berends niet precies. „Wat wel meespeelt is dat de twee grootste bevolkingsgroepen, de oorspronkelijk Fijiërs en de Hindoestanen, met elkaar in de clinch liggen. Welke opdracht geef je dan aan wie? Dat wordt nog een zoektocht.” Misschien is daarom wel voor een onpartijdige Nederlander gekozen, denkt Berends hardop.

Zijn voorbereidingen tot nu toe: het bekijken van YouTube-video’s over de cultuur van het land, het bestuderen van de grondwet, en het doorspitten van jaarverslagen op internet. Berends: „Ik had het Fijische ministerie gevraagd alvast wat beleidsstukken op te sturen. Maar daar kreeg ik natuurlijk weer geen antwoord op.”

En wat nu als het hele avontuur compleet mislukt? Wat als Berends en zijn vrouw zich helemaal niet thuisvoelen, of zijn plannen voor geen meter van de grond komen? „Dan is dat óók een ervaring”, zegt Berends resoluut. „Er gaan iedere dag vliegtuigen terug naar Nederland. En dan gaan we, voordat we terugvliegen, nog even eilandhoppen.”

    • Marit Willemsen