Brieven

De stembus en het geld voor de wetenschap

We eindigen als de Polen van Europa

Foto iStock

Terecht wijst NRC (7/3) op het verbijsterende feit dat onze politieke partijen – met uitzondering van D66 – geen geld willen steken in kennis. De toevoeging dat ons land nu 3,6 miljard euro aan fundamenteel wetenschappelijk onderzoek besteedt, lijkt mij echter onrealistisch. Was het maar zo. Niemand weet wat van die 3,6 miljard nog bij grensverleggend onderzoek terechtkomt, maar het wordt minder, minder, minder. Den Haag dwingt onderzoekers steeds meer in het keurslijf van toegepast onderzoek, vaak in (afgedwongen) samenwerking met het bedrijfsleven. De honorering van fundamentele onderzoeksvoorstellen is tot zo’n tien procent gezakt. De toekomst is nog grauwer: de laatste cijfers laten zien dat de directe uitgaven van de overheid aan research and development tussen 2016 en 2021 dalen van 0,72 tot 0,63 procent van ons bruto binnenlands product. En staatssecretaris Dekker wil nog meer toegepast onderzoek, eufemistisch „wetenschap met impact” genoemd in zijn recente brief aan de Tweede Kamer. Ik weet het, Wilders en Krol moeten bestreden worden met cadeautjes aan de kiezer, maar mag er ook nog iets naar nieuwe kennis, die de banen voor toekomstige generaties moet leveren?

Anders eindigen we als de Polen van Europa, die de simpele klusjes opknappen voor de Duitsers, die zelf wel fors in kennis investeren.

    • Piet Borst