Opinie

    • Jutta Chorus

De nationalistische verleiding

Eén ding is duidelijk: president Erdogan wílde die honderden volgers van hem in Rotterdam op de been brengen. Iedereen die ik zaterdagavond zag, had dezelfde brutale blik in de ogen. De gezinnen: moeder een mand met lekkers aan de arm, vader die zijn kinderen bij zich trok, grootvader en grootmoeder. Blowers. Jongens die het rubber van hun banden spinden. Meisjes met roze leren jasjes. Jonge mannen met lange djellaba’s.

Ze hadden allemaal de tijd gehad om een vlag te pakken, een sticker met Erdogans foto en ‘#Evet’ (‘Ja’) op te plakken – een verwijzing naar het Turkse referendum waarvoor zij hier moeten stemmen om hem daar meer macht te geven.

Erdogan wílde dat zij aan het einde van de avond zouden worden weggeveegd door de mobiele eenheid. Ideaal voor Turks binnenlands gebruik: moet je eens kijken hoe ze „onze staatsburgers” behandelen. Hij schijnt zelf aan de telefoon te hebben gehangen met de demonstranten, terwijl hij feilloos wist dat er voor hén niets te halen viel, behalve de symboliek. Hem kost het niets. Hij is de hooligan die de ME uitdaagt in de hoop dat die de wapenstok trekt. Hij is de treitervlogger die op een politieauto spuugt.

Erdogan is de treitervlogger die op een politieauto spuugt

‘Dit was niet nodig geweest”, zei een jonge beleidsambtenaar tussen de pilaren van de Westblaak. Hij had al zes Nederlanders aangesproken om te zeggen: „Zo worden Turkse Nederlanders naar Ankara gedreven.” Hij – hier geboren, geen Evet-sticker – hamerde erop dat niet alleen Erdogan precies kreeg wat hij wilde, maar Rutte en vooral Wilders ook.

Als Erdogan baat heeft bij zo’n conflict, wat doe je dan als Nederlandse regering? De harde opstelling aan het begin van de week had zaterdag een ontspannen houding als die van Frankrijk onmogelijk gemaakt. Dezelfde minister Cavusoglu die hier niet mocht landen, kon in Metz vrijuit spreken. Er kwamen 800 Turkse Fransen naar luisteren – daar stond het land niet van op zijn kop.

Wat je in elk geval niet moet doen, is toegeven aan de nationalistische verleiding. Vanuit de diplomatieke zandbak brulde CDA-leeuw Buma: „We zeggen het associatieverdrag op!” Turkije, vond hij, „heeft laten zien dat het de baas wil zijn hier. Dan moeten we als Nederlanders zeggen: ‘Wíj zijn hier de baas.’” Nationalisme is besmettelijk.

Rutte was wijzer: „Wij zijn vanaf vrijdag bezig met de-escaleren. Leiderschap betekent dat je daar dan ook voor gaat. En niet, zoals de heer Buma doet, olie op het vuur gooien.”

„Als ik in een utopie leefde”, zei de beleidsambtenaar op de Westblaak, „zou ik D66 of VVD stemmen. Ik ben liberaal.” Nu vond-ie dat hij op Denk moest stemmen.

Jutta Chorus (Twitter @juttachorus) schrijft een wisselcolumn met Tom-Jan Meeus.

    • Jutta Chorus