Opinie

    • Carolien Roelants

Trump vs de extremisten, en wie gaat dat winnen?

Carolien Roelants is Midden-Oostenexpert en scheidt op deze plaats elke week de feiten van de hypes.

Voorbeeld van de agressievere aanpak: Saada na Saoedische luchtaanvallen.

Obama was een president die af wilde van die eindeloze oorlogen in het Midden-Oosten (waarbij ik dan Afghanistan voor het gemak meereken). Die zich dus ook niet wilde laten meeslepen in een nieuwe eindeloze oorlog in Syrië.

Veel betrokkenen denken dat de Syrische bevolking nu de rekening betaalt voor zijn afzijdigheid, in de vorm van honderdduizenden oorlogsdoden, miljoenen vluchtelingen en ontheemden en de afschuwelijke oorlogsschade die ik zojuist in Aleppo en Homs heb gezien (waarover later meer in NRC). Relatieve afzijdigheid natuurlijk, want hij ondernam wel degelijk militaire acties in Afghanistan, Irak, Jemen, Libië, Syrië enz. Maar die zijn in schaal niet te vergelijken met Bush’ massale interventies in Afghanistan en Irak.

Ik weet het niet – als Obama wél hard had ingegrepen in Syrië, was hem mogelijk dát weer verweten. Een nietsontziende aanpak als de huidige Russische – die óók geen vrede produceert – had hij zich nooit kunnen permitteren.

Hoe dan ook. „Een decennium van oorlog eindigt”, zei Obama in zijn inaugurele rede in 2013. Dat bleek niet waar, maar ga er maar vanuit dat we nu voor een escalatie staan. President Trump gaat het extremisme uitroeien. Zegt hij. Hij gaat een leger opbouwen „zo groot dat niemand het waagt het uit te dagen”, en hij heeft ook al een „historische” verhoging van de militaire uitgaven aangekondigd van 54 miljard dollar extra (de hele Nederlandse defensiebegroting bedraagt nog geen 9 miljard euro).

Daarbij past een toenemend aantal aanwijzingen van een koerswijziging op de grond. Er zijn grondtroepen naar Noord-Syrië gestuurd, bij Manbij, om Koerdische strijders en het Turkse leger uit elkaar te houden in de mini-wereldoorlog daar. En eveneens naar Syrië: mariniers die grondsteun moeten geven aan Koerdische of andere troepen als die de IS-kalifaatse hoofdstad Raqqa aanvallen. Samen zijn dat er nog niet meer dan 1.000, maar er gaan ook nog eens 2.500 man gevechtstroepen naar Koeweit die van daaruit op elk moment ergens in Syrië of Irak steun kunnen leveren tegen IS. Er wordt ook gedacht aan extra troepen naar Afghanistan. De diplomatie staat op de spaarvlam.

Het duidelijkste voorbeeld van een agressievere aanpak is Jemen: nu al meer bommen op Al-Qaeda dan het hele afgelopen jaar. Plus de mislukte grondactie tegen Al-Qaeda waarbij behalve burgers nota bene een Al-Qaeda-bondgenoot van Saoedi-Arabië werd gedood. Daarnaast maakt Trump zich op Saoedi-Arabië munitie te leveren die Obama had tegengehouden omdat de Saoediërs te veel op Jemenitische burgers schoten in hun oorlog daar (mag wel, maar niet te veel).

Saoedi-Arabië zegt dat die oorlog is gericht tegen marionetten van Iran en reken maar dat die betwiste theorie gehoor vindt in het huidige Witte Huis. Volgens analisten in Washington heeft het idee postgevat om in Jemen in één klap zowel met Iran als met Al-Qaeda af te rekenen. Iran zit er niet of nauwelijks, dus dat zal Teheran een zorg zijn. Maar in de wereld van de onbedoelde gevolgen is het extremisme straks de enige winnaar van een exclusief militaire aanpak. En niet alleen in Jemen.

    • Carolien Roelants