Recensie

Orgie van bloed en geweld in ‘Lord of the Flies’

De roman van Nobelprijswinnaar William Golding als rauw theater. Een jongensdrama over volwassen worden.

Scène uit Lord of the Flies, van Het Nationale Theater/NTJong. Foto: Bowie Verschuuren

‘Bloed maakt mannen van ons”, zegt Jack, de jonge jager die zojuist op een onbewoond eiland een varken heeft gedood. Hij en zijn medestrijders smeren hun handen en gezicht in met bloed. Ze plaatsen de varkenskop op een stok.

Dit is een van de horrorscènes uit de beroemde roman Lord of the Flies (1954) van Nobelprijswinnaar William Golding. Een groep schooljongens tussen de zes en twaalf overleeft een vliegtuigcrash. In de eilandjungle wachten ze op redding. Maar het laagje vernis dat beschaving heet barst open en bloeddorst regeert.

In de regie van Noël Fischer bij het Nationale Theater/NTjong krijgt de jongerenvoorstelling een korte, explosieve versie van amper anderhalf uur. Dat is te kort. De voorstelling, begeleid door live slagwerk, heeft iets gejaagds. De angst en verveling die de jongens moet bevangen, en ook de toeschouwer, blijft op afstand. Het decor verbeeldt de chaos van wrakstukken. Aanvankelijk dragen enkele groepsleden hun keurige, groene kostuums van een zangkoor, al snel verrafelt elk decorum.

IJzersterke scènes

Dat neemt niet weg dat er ijzersterke scènes zijn, vooral in het begin. De brildragende jongen Bril (Piggy in de roman) benoemt een hoornvormige schelp tot instrument van orde. Wie de schelp in handen heeft, mag spreken. Als de onderlinge gewelddadigheid toeneemt, verliest hij zijn bril: die dient tot brandglas voor vuur. Phi Nguyen als Bril en rivaal Jack, vertolkt door Bram Suijker, zorgen voor prachtig theater waarin de kansen aanvankelijk gelijk zijn: wint beschaving het? Of ruige bruutheid? Bril wordt doodgegooid op de rotsen en vanaf dat moment verandert de voorstelling in een rauwe, eendimensionale orgie van geweld.

De verstilde momenten blijven gelukkig aanwezig, maar te weinig. Een probleem in deze regie is de angst voor het naamloze beest, de Heer der vliegen ofwel het Kwaad. Dat kan in iedereen schuilen. In de roman krijgt het kwaad gestalte in de figuur van een dode parachutist die in de bomen hangt, als schrikwekkend fladderend monster. Fischer kiest voor abstractie en dat werkt in deze hard-realistische setting niet goed. Daardoor neemt ze het dramatische hart weg. Ook zorgt het veelvuldige gebruik van video met cabareteske elementen voor distantie.

Verruwing

Lord of the Flies gaat niet alleen over verruwing en strijd om het leiderschap, dat is slechts de buitenkant die Fischer toont. In het collectief van driftig-energieke spelers laat Bram Suijker in de rol van Jack als enige zien dat in elk mens het kwaad ofwel de drang anderen te vernietigen gruwelijk dicht onder de oppervlakte schuilt. Suijker neemt aan het slot het woord, een bebloede moordenaar, en memoreert met spijt in zijn brekende stem dat het slechts een spel was. Hiermee creëert hij een sterk moment, maar het is te weinig. De voorstelling is al voorbij gescheerd zonder belangwekkende verdieping.

    • Kester Freriks