Nederlandse kopman is een tovenaar op het ijs

WK shorttrack

Spektakel in Ahoy: Sjinkie Knegt werd wereldkampioen op de 500 meter en won de wereldtitel met de aflossingsploeg.

Sjinkie Knegt won zaterdag als eerste Nederlander een wereldtitel op een individuele afstand. Foto Jerry Lampen/ANP

Als je goed wilt shorttracken, heb je een vorm van sport-alzheimer nodig. Het is een van de vondsten waar bondscoach en wandelende woordgoochelaar Jeroen Otter duidelijk trots op is, aangezien hij hem zo vaak gebruikt. Shorttracken is genadeloos, tussen extase en verdriet zit soms niet meer dan een dun ijzer, niet meer dan één onhandig duwtje, één knullig tikje. En tijd om te verwerken heb je meestal niet, zeker niet op een WK als afgelopen weekend. Dan kun je misschien tien minuten trappend uithuilen op een fiets, een paar minuten zwijgend voor je uitkijken op een stoeltje, en dan moet je weer.

Soms, zoals zondagmiddag, zie je uiteenlopende emoties in gesprekken met journalisten. Jorien ter Mors, teruggekomen naar het shorttrack speciaal voor de WK in Rotterdam, was net tijdens de finale van de aflossing gevallen. Dat kostte de Nederlandse vrouwen een medaille, misschien zelfs goud.

Kroonjuweel

Snikkend, met dikke ogen, kijkt ze in het felle licht van een camera, terwijl haar coach Otter glimlachend felicitaties in ontvangst neemt. Want ja, er was alweer wat te vieren geweest, de mannen wonnen wél goud op het „kroonjuweel” van het shorttrack, zoals Otter het zelf noemt. „Ja, weet je wat het is”, zegt hij even later. „Als ik dingen niet snel zou loslaten, dan zouden mijn haren al een stuk witter zijn.”

Als de afgelopen drie dagen in Ahoy iets hebben bewezen, is het dat de kopman van de Nederlandse shorttrackers hierin vooralsnog stukken beter is dan de kopvrouw. Sjinkie Knegt, al eens wereldkampioen in 2015, werd tweede op de WK, achter de Zuid-Koreaan Seo Yi-ra. Op de 500 meter won hij zaterdag goud, de eerste Nederlandse wereldtitel op een individuele afstand ooit. En hij was het ook, die na een flinke duw van de lange Daan Breeuwsma zó nietsontziend versnelde in de laatste ronden van de spectaculaire aflossing, dat hij een halve ronde voor het einde al met beide handen in de lucht kon juichen. Natuurlijk kan Knegt geweldig schaatsen – Otter noemde hem in Ahoy de „tovenaar op het ijs” en de „meester op de vierkante meter” – maar mentaal is hij ook bij uitstek geschikt voor het shorttrack. De zaterdagmiddag dat hij de wereldtitel op de 500 meter op overtuigende wijze won, was hij begonnen met een teleurstellende vijfde plek op de 1.500 meter. De zondagmiddag waarop hij de afsluitende superfinale won en daarna met het team de aflossing, had hij de wereldtitel zo goed als vergooid door al in de kwartfinales van de 1.000 meter te verliezen. Wat hij na die race dacht? „Tja, helaas.” In ‘wat als’ had hij ook helemaal geen trek, het heeft ook geen zin, dat weet hij inmiddels ook wel. „Ik heb er nu het hoogst haalbare uit gehaald. Misschien dat ik de beste van dit weekend was, ja, maar ik heb punten laten liggen, zo simpel is het.”

En dat nuchtere, onderkoelde heeft hem ook al veel succes gebracht. Zo was het voor hem ook makkelijker afsluiten in het oorverdovende Ahoy, waar de harde muziek, het nog hardere geschreeuw van de omroeper en de vele lichtshows tussen races door voor een ambiance zorgden waar je als minder ervaren shorttracker aan zou hebben kunnen bezwijken.

Zenuwen

Kopvrouw Suzanne Schulting kan nog genoeg leren van de man die vroeger op een poster boven haar bed hing. Ze is pas negentien en een groot talent, won dit jaar al het wereldbekerklassement op de 1.000 meter, maar leerde in Rotterdam dat meedoen om de wereldtitel nog een paar jaar zal moeten wachten. Het brons op de 1.000 meter, dat ze kreeg na diskwalificatie van de Zuid-Koreaanse Choi Min-jeong, was een bonus in een weekend vol leermomenten. Na een vijfde plek in het klassement vorig jaar, werd Schulting ditmaal zevende. Winnares werd de Britse Elise Christie, ze was de eerste Europese wereldkampioen bij de vrouwen ooit.

Schulting is veel emotioneler dan Knegt. Die kan binnen een paar minuten schakelen van ontroostbaarheid, na de val van Ter Mors op de aflossing bij de vrouwen, naar schreeuwend van geluk op de boarding klimmen tijdens de laatste ronden van de aflossing bij de mannen. Iemand van extremen. Dat goud voor de mannen was „supergaaf”, op haar medaille was ze „supertrots” en het rondrijden in Ahoy was „supervet”.

Maar onder de superlatieven zaten zenuwen, meer dan ze vooraf had gedacht. Waardoor ze te veel risico nam op de 1.500 meter van zaterdag en daardoor punten misliep, waardoor ze op de 500 meter daarna nog te veel met diezelfde 1.500 meter bezig was en vroegtijdig werd uitgeschakeld. Maar ze had ook mentaal stappen gemaakt, vond ze zelf. Te beginnen met zichzelf niet als favoriet bombarderen, zoals ze bij de EK in Turijn deed, waarna ze haar eerste afstand verpestte, daarna viel en in het ziekenhuis belandde en vervolgens nog ziek werd. „Maar het kan nog wel een stukje beter in mijn hoofd.”

Dat was ook waarom bondscoach Otter na die „rotdag” zaterdag nog even een half uurtje met Schulting apart was gaan zitten. Het was nodig om een „iets andere mindset” bij haar te krijgen. „Het is gewoon zo in het shorttrack: als je een seconde naar iets kijkt wat achter je ligt, dan is dat een gewicht op je schouders. Je maakt constante ups en downs mee en daar moet je mee om leren gaan. En kun je dat niet, dan moet je een andere discipline zoeken.

    • Frank Huiskamp