Een minister de toegang weigeren - mag dat zomaar?

Het diplomatieke incident met Turkije dit weekend roept ook juridische vragen op.

De Turkse minister Kaya van Familiezaken wordt bij Nijmegen de grens met Duitsland overgezet, na begeleiding door een politieteam. Foto Roland Heitink/ANP?Photogroup

Mag Nederland een buitenlandse minister toegang tot het eigen consulaat weigeren om daar een politieke bijeenkomst toe te spreken? Mag Nederland een minister van een bevriend land, waarmee het een EU-associatieovereenkomst heeft en een militair bondgenootschap, de toegang tot Nederlands grondgebied weigeren?

Het diplomatieke incident met Turkije dit weekend roept ook juridische vragen op. Over vrij verkeer van personen, officiële en niet-officiële bezoeken, onschendbaarheid en andere internationale normen, onder meer vastgelegd in het Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer.

Aangenomen mag worden dat de acties van de Nederlandse autoriteiten, het intrekken van landingsrechten en daarna het weigeren en terugleiden van een Turkse minister, juridisch zijn voorbereid. Turkije kondigde al een week geleden een bezoek aan; dat het kabinet zo’n bezoek onwenselijk vond was vrijwel meteen duidelijk. Dergelijke ongewenste, politieke bezoeken, komen incidenteel voor. Geert Wilders werd in 2009 op luchthaven Heathrow geweigerd omdat hij een vertoning van zijn omstreden anti-islamfilm Fitna in het Britse parlement bij wilde wonen.

Dichter bij de Turkse casus komt de weigering, ook in 2009, van de Hongaarse president Laszlo Solyom die toegang tot Slowakije wilde om de onthulling van een standbeeld bij te wonen. Slowakije weigerde eveneens om veiligheidsredenen, maar ook vanwege de politieke spanningen en het symbolische karakter van het bezoek. Het Hof van Justitie in Luxemburg, bevoegd omdat het twee EU landen betrof, oordeelde destijds dat dit een officieel staatsbezoek was, dat niet valt onder de regels van vrij personenverkeer voor EU-burgers.

Er is toestemming nodig

Diplomatieke betrekkingen zijn in beginsel een exclusieve bevoegdheid van soevereine staten en worden verder alleen beïnvloed door internationaal recht. Voor officiële bezoeken van staatshoofden is altijd toestemming van het ontvangende land nodig, wat ook nogal voor de hand ligt. En willen politici van EU-landen op elkaars territorium campagne komen voeren, dan is daar eveneens toestemming van het ontvangende land voor nodig, oordeelde het Hof.

Staten zijn dus in beginsel geheel soeverein in het bepalen wie ze toelaten. En ze zijn ook vrij in het bepalen van de weigeringsgronden. Nu is Turkije geen EU-lid. Er is onderling geen vrij verkeer van personen – sterker, er geldt een visumplicht tussen Turkije en Nederland. De Turkse minister leek verder niet op officieel bezoek te komen, om namens de Turkse regering met ‘Den Haag’ te overleggen. Zij was evenmin een vertegenwoordiger van het Turkse ministerie van Buitenlandse zaken, maar van Familiezaken.

Volgens Marieke de Hoon, docent internationaal recht aan de VU, dit weekend op sociale media, kan de Turkse minister zich misschien nog beroepen op “afgeleide staatsimmuniteit”. Namelijk door te claimen dat zij eigenlijk namens het Turkse staatshoofd kwam en het doel van haar bezoek paste in de reguliere uitoefening van haar werk als minister van Familiezaken. Dat leek haar overigens niet erg aannemelijk, maar mogelijk wel verdedigbaar. Wat de Turkse zaak niet sterker maakt is dat de minister geen deel uitmaakt van de Turkse diplomatieke missie in Nederland, of anderszins in Nederland werkzaam is met diplomatieke status. Dat Turkse ministers over een diplomatiek paspoort beschikken legt andere landen ook geen verplichtingen op.

Persona non grata

Minister Koenders van Buitenlandse Zaken herinnerde er zondag in Buitenhof aan dat alleen een staatshoofd, premier en minister van Buitenlandse zaken per definitie in het buitenland diplomatieke immuniteit genieten. Andere politici niet. Volgens het Weense Verdrag dat het diplomatieke verkeer regelt, kan een gastland evenmin worden gedwongen diplomatieke status te verlenen.

Ook hier geldt weer de autonomie van het ontvangende land, dat zelf mag bepalen wie er ‘persona non grata’ wordt verklaard. Alles bijeen genomen leek de Turkse minister dus een visumplichtige Turkse staatsburger, op politieke missie op Nederlands grondgebied. Dus ook gehouden om zich aan de aanwijzingen van de Nederlandse gezag te houden. Zo bezien handelde Nederland binnen de regels van het diplomatieke verkeer.

    • Folkert Jensma