Recensie

Een en al fonkeling van parelmoer en kristal

Het Mauritshuis toont met 22 schilderijen de ontwikkeling van het ‘banketje’ of ‘maaltijdstilleven’, dat begin 17de eeuw een nieuw genre was.

Clara Peeters, Stilleven met kazen, amandelen en krakelingen, ca. 1615. Foto Mauritshuis, Den Haag

Zonlicht valt door een kegelvormig glas dat gevuld is met rode wijn. Het raam van het atelier van de schilder wordt in de kelk weerspiegeld. Zelden zie je zulk stralend rozerood, ijl tegen de zwarte achtergrond. Het houten tafelblad waar het glas op staat kiept optisch omhoog, je kijkt er van bovenaf op neer zodat alle voorwerpen goed zijn te zien: een porseleinen schaal met appels en abrikozen, een glanzende tinnen schaal met walnoten en hazelnoten, een identieke schaal met zachte roze vijgen en amandelen, een stapel spanen dozen waarvan een gevuld is met oranjeroze kweeperenpasta.

Ertussen door zijn gesuikerde zaden en kaneelstokjes gestrooid. Een hoge glazen bokaal met deksel brengt als verticaal element de compositie in evenwicht. Net als het kegelglas is de bokaal verfijnd versierd façon de Venise, hij bevat witte wijn en is een en al fonkeling van transparant goudgeel en kristal.

Osias Beert, Stilleven met oesters, wijn en lekkernijen, c.1610-1620. Foto National Gallery of Art, Washington

Dit stilleven (c. 1610, 65 x 85 cm) van Osias Beert toont de stoffelijke wereld tot in het kleinste detail. Tegelijkertijd laat het zien dat deze wereld niet meer is dan een efemere zinsbegoocheling – of een dunne laag verf. Stillevens gaan niet alleen over de dingen die erop zijn afgebeeld, maar evengoed over de handeling van het schilderen zelf. Neem de stillevens van Floris van Dijck (Haarlem, 1675-1651), waar behalve gestapelde kazen vooral tafellakens de aandacht vragen. Minutieus schilderde Van Dijck vogels en bloemen geweven in glanzend damast. Scherp gevouwen en in allerlei schakeringen van wit en grijs ligt het linnen damast gedrapeerd op een dun, roodwollen tafellaken.

Bloemen en lekkernijen

Het Mauritshuis toont met 22 schilderijen de ontwikkeling van het ‘banketje’ of ‘maaltijdstilleven’, dat begin 17de eeuw een nieuw genre was. Pioniers waren de Antwerpse schilders Beert en Clara Peeters, opmerkelijk genoeg een vrouwelijke schilder. In 2012 verwierf het Mauritshuis van Peeters het Stilleven met kazen, amandelen en krakelingen (c. 1615, 34,5 x 49,5 cm), dat de aanleiding is tot de tentoonstelling. Net als Beert toont Peeters de voorwerpen vaak tegen een zwarte achtergrond, het tafelblad ietwat omhooggekiept zodat de voorwerpen elkaar perspectivisch minimaal overlappen.

Op het tinnen deksel van een kruik van aardewerk heeft Peeters zichzelf als minuscule reflectie afgebeeld, met wit kapje en witte kraag. Op de tinnen tuitkan van een Stilleven met bloemen en lekkernijen (1611) heeft ze dat maar liefst vijf keer gedaan, in een rij boven elkaar, waarvan een keer ondersteboven geprojecteerd op de bolling van de kan. De schilderijen van Peeters hebben een glanzende hardheid en precisie, als van parelmoer.

Clara Peeters, Stilleven met tazza, kan en lekkernijen, c.1611. Foto Museo Nacional del Prado, Madrid

Vanaf 1629 waren het vooral de Haarlemse schilders Pieter Claesz en Willem Heda die het maaltijdstilleven verder ontwikkelden en op grote hoogte brachten. De horizontale uitstalling van de Antwerpenaren voorwerpen maakt, vooral bij Heda, plaats voor een meer dramatische, diagonale compositie, van schalen en bokalen in zilver, tin, glas en koper. En in plaats van de zwarte achtergrond valt er nu schuin van boven licht in het schilderij en is alles omfloerst door een zachte tinteling van licht. Claesz en Heda zijn ongeëvenaard in stofuitdrukking en in de weergave van licht en schaduw.

Uitdrukking van onbehagen

De opkomst van het genre van het maaltijdstilleven valt samen met de beginjaren van de Vereenigde Oostindische Compagnie, die zou bestaan van 1602 tot 1795. Nergens anders in Europa was aan het begin van de 17e eeuw het aanbod van luxe goederen, zoals porselein, peper en specerijen, wijn, amandelen en citrusvruchten, zo groot als in de noordelijke en zuidelijke Nederlanden. Over de donkere zijde van de VOC, het kolonialisme en de slavenhandel die het succes ervan mogelijk maakten, wordt bij deze tentoonstelling nauwelijks gerept.

De stillevens zelf laten niet alleen maar een utopie van weelde en rijkdom zien, de boodschap is dubbel. De soms zeer expliciete erotiek van motieven, zoals de rozige binnenkant van een doorgesneden artisjok bij Peeters en de oesters bij Beert, kan ook als een waarschuwing worden gelezen, waarbij de oesters duiden op gula (gulzigheid) en luxuria (wellust). Insecten op vruchten herinneren aan bederf. Peperkorrels zijn verpakt in een opgerolde pagina uit een almanak, een verwijzing naar vergankelijkheid. Op het bruidsmes dat Peeters een aantal keren schilderde staat ondermeer temperantia (gematigdheid). Het maaltijdstilleven is bij uitstek de uitdrukking van overvloed en onbehagen.

    • Janneke Wesseling