De PVV is best sociaal, maar wel selectief

Stemgedrag Is de PVV nou links of rechts? Op sociale thema’s stemt de partij van Geert Wilders vaak mee met links, maar soms ineens weer niet. Een analyse van ruim tienduizend Kamermoties.

Foto Martijn Beekman/ANP

Linkse partijen noemen de PVV rechts. Rechtse partijen noemen de PVV links. Zo zei premier en VVD-lijsttrekker Mark Rutte in januari bij Buitenhof: „Die partij is nog linkser – en dan moet je echt je best doen – dan Emile Roemer op de grote vraagstukken van de sociaal-economische politiek.” Een maand later zei SP-lijsttrekker Roemer op Radio 2: „Wilders is een geradicaliseerde VVD’er.”

Hoe zit het nu, vraagt de kiezer zich af die nog twijfelt over een stem op de PVV. NRC onderzocht het sociale gezicht van de PVV. We bekeken het stemgedrag van de partij bij ruim tienduizend moties tijdens het kabinet-Rutte II. We keken vooral naar 860 moties over twee belangrijke thema’s: de zorg en sociale zekerheid. De gegevens komen van het Parlementair Documentatiecentrum van de Universiteit Leiden.

Allereerst: de PVV is niet links. De partij steunde het vaakst moties van de Groep Bontes/Van Klaveren – die als VNL aan de verkiezingen meedoet (71 procent), de VVD (68 procent), het CDA (65 procent) en de SGP (63 procent). Alleen: helemaal rechts is de PVV ook weer niet. Dat is te zien aan moties die de partij zelf indiende. Die werden het meest gesteund door de SP en de Groep Bontes/Van Klaveren (beide 41 procent), 50Plus (36 procent) en de Partij voor de Dieren (35 procent).

Op belangrijke thema’s zoals immigratie, integratie („grenzen dicht” en „de-islamiseren”) en veiligheid is de partij consequent rechts. Kijk ook naar het verkiezingsprogramma – op het bekende A4’tje. Daarop staan typisch rechtse standpunten zoals een lagere inkomstenbelasting en halvering van de motorrijtuigenbelasting.

Dan het sociale gezicht van de partij. In het verkiezingsprogramma zegt de PVV dat het eigen risico in de zorg moet verdwijnen, dat er meer handen aan het bed moeten komen en dat de huren omlaag moeten. Ofwel: opkomen voor de zieken, de ouderen en de minder bedeelden.

Als het over de zorg gaat, stemt de PVV bij moties vaak hetzelfde als de linkse partijen SP en de Partij voor de Dieren. Bijvoorbeeld over de jeugdzorg, ouderenzorg en thuiszorg. In het Tweede Kamerdossier over de thuiszorg stemde de PVV elf keer voor SP-moties en maar één keer tegen.

De PVV profileerde zich de afgelopen vier jaar vooral met eigen moties over extra zorgmedewerkers, het ongedaan maken van bezuinigingen. Wat steeds terugkomt, zijn pogingen om het sluiten van verzorgingshuizen te voorkomen. In haar boek Verzilveren was PVV-Tweede Kamerlid Fleur Agema vorig jaar fel over het kabinetsbeleid. „Opa wil zelf zo lang mogelijk thuis blijven wonen. Zeker. Ook als hij crepeert? Natuurlijk niet”, schrijft ze. Agema, Karen Gerbrands (Agema’s vervanger tijdens haar zwangerschapsverlof) en Reinette Klever hebben zeker vijf keer geprobeerd de sluiting van verzorgingshuizen te voorkomen – zonder succes.

Nog zo’n linkse PVV-lieveling: protesteren tegen het eigen risico in de zorg. De PVV heeft zeker drie keer geprobeerd om het verplichte eigen risico te verlagen. Die voorstellen haalden het niet.

Maar de partij liet ook kansen lopen om het eigen risico af te schaffen. De PVV stemde drie keer tegen SP-moties waarin dat bepleit werd. Die werden overigens evenmin gesteund door de PvdA, 50Plus, GroenLinks (twee van de drie moties) – allemaal partijen die nu óók van het eigen risico af willen.

Tegen de eigen opvatting in

Soms stemde de PVV tegen, waar dat in strijd leek met de eigen opvattingen. Zo wilde Agema in 2013 een baangarantie regelen voor thuiszorgmedewerkers die hun baan dreigden te verliezen. Maar in januari 2015 stemde de PVV tegen een SP-motie die opriep om duizenden banen in de thuiszorg te behouden.

Er zijn ook patiënten waar de PVV zich nauwelijks voor inzet, in de geestelijke gezondheidszorg bijvoorbeeld. In 2013 waren de SP en D66 bang voor wachtlijsten en ontslagen in die sector, door stukgelopen onderhandelingen met zorgverzekeraars. Ze kwamen met een motie om dat te voorkomen, maar de PVV stemde tegen. Van de 13 moties over geestelijke gezondheidszorg die tijdens Rutte II werden ingediend, kwam er niet één van de PVV.

Dat geldt ook voor het ‘passend onderwijs’. Dat gaat over kinderen die extra aandacht nodig hebben op school, bijvoorbeeld omdat ze een handicap hebben. De afgelopen vier jaar stemde de Tweede Kamer over 67 moties, niet één van de PVV. Ongeveer even grote fracties brachten wel moties in stemming: D66 negen en het CDA acht.

Soms sociaal, dan ineens weer rechts

Is dat heel anders bij sociale zaken? Niet echt. Ook hier toont de PVV een sociaal gezicht, maar wel selectief. De PVV was bijvoorbeeld vóór een actieplan jeugdwerkloosheid, dat je makkelijk soft kunt noemen. De partij steunde eind 2012 een SP-motie die dat bepleitte. Ook GroenLinks en de Partij voor de Dieren waren voor. VVD, CDA en SGP waren tegen.

Drie jaar later was de PVV ineens tegen een plan om langdurig werklozen te helpen bij het vinden van een baan en om uitkeringsgerechtigden te laten profiteren van de economische groei. Vrijwel dezelfde partijen stemden daar toen voor, de PVV niet.

Ander voorbeeld: de sociale werkplaatsen voor de zwaksten op de arbeidsmarkt, gehandicapten. Die wil de PVV open houden – een typisch links standpunt. In 2012 stond in het PVV-verkiezingsprogramma: „We komen op voor de sociale werkplaatsen en draaien alle bezuinigingen hierop terug. Hier werken de allerzwaksten die in het reguliere bedrijfsleven geen schijn van kans hebben. Zij verdienen onze steun.”

De PVV steunde de SP vaak met moties hierover. In juli 2015 bijvoorbeeld probeert de SP om sluiting van een sociale werkplaats in de Achterhoek te voorkomen. De PVV steunde de SP-motie waarin het kabinet om hulp werd gevraagd.

Maar er zijn ook moties waarbij de PVV juist níét opkomt voor diezelfde groep allerzwaksten. Want toen linkse partijen in 2013 vroegen om een minimum aantal zogenoemde ‘beschutte werkplekken’ voor die mensen, omdat ze niet meer terecht kunnen in de sociale werkplaatsen, stemde de PVV tegen.

Het lukte de gemeenten niet om met genoeg beschutte werkplekken te komen. In juli 2015 steunde bijna de hele Tweede Kamer een motie waarin de regering wordt opgeroepen om hier meer informatie over te geven. Niet alleen linkse partijen, ook het CDA en de SGP stemden voor. De PVV was tegen. De partij legde niet uit waarom, want de PVV was niet bij de debatten.

Dus zelfs op de thema’s waar de PVV zich van zijn meest sociale kant laat zien, is de partij soms nog heel erg rechts. Arbeidsmarktdiscriminatie? Geen probleem, vindt de PVV. Niet alleen als het gaat om mensen met een migratieachtergrond (die groep legt het eigenlijk altijd af bij de PVV), maar ook bij zwangere vrouwen.

In januari vorig jaar zei het College voor de Rechten van de Mens dat een groeiend aantal vrouwen gediscrimineerd wordt om hun zwangerschap. Hun contract wordt bijvoorbeeld niet verlengd, of ze moeten na hun verlof ander werk doen. Een maand later vond bijna de hele Tweede Kamer dat dat niet kon. In een motie vroeg D66 de regering om zwangerschapsdiscriminatie te voorkomen. De enige tegenstemmers: de PVV en de Groep Bontes/Van Klaveren, een afsplitsing van de PVV.

Dit artikel kwam tot stand in samenwerking met de Parlementaire Monitor van PDC Informatie Architectuur en ANP. NRC analyseerde het stemgedrag van de PVV bij ruim tienduizend moties waarover de Tweede Kamer stemde tijdens het kabinet-Rutte II. We keken in het bijzonder naar 860 moties over zorg en sociale zekerheid.
    • Christiaan Pelgrim
    • Enzo van Steenbergen