Vooral de VVD zet de grootste stap achteruit

Op welke partij moet je woensdag stemmen als je de rechtsstaat een warm hart toedraagt? Nee, laat ik achteraan beginnen. Op wie moet je vooral niet stemmen. Dat zijn dus ex aequo de VVD en de PVV. In het onderzoek van de Advocatenorde naar het rechtsstatelijk gehalte van de programma’s eindigden deze twee op een ferme laatste plaats. Voor de PVV is dat geen verrassing, maar voor de VVD wel. En dat komt door het plan van de VVD om mensenrechten niet langer directe werking te geven. En meer in het algemeen, de ‘rechterlijke interpretatie van mensenrechten’ terug te dringen. Hoe dat moet staat er niet bij, maar het idee is duidelijk – minder macht voor rechters, meer voor politici.

Dat is in een land zonder Constitutioneel Hof en dus nu al zonder de mogelijkheid voor de rechter om wetten op hun grondwettelijk gehalte te toetsen, een enorme stap. En wel achteruit. Kort samengevat: waar de PVV de moslims hun vrijheid van godsdienst wil afpakken met een koranverbod, maakt de VVD het vervolgens onmogelijk om dat bij de rechter tegen te houden met een direct beroep op godsdienstvrijheid. De VVD is radicaal voorstander van het primaat van de politiek. Het parlement is zelf voldoende in staat om te controleren of wetten strijdig zijn met de grondwet of Europese verdragen. Ieder die van dichtbij meemaakt hoe het parlement de kritische adviezen op dat gebied van de Raad van State onderschoffelt en hoe de senaat nog vrij regelmatig om politieke redenen overstag gaat, weet dan genoeg. Hoever mensenrechten mogen reiken, wordt voortaan door de coalitie van dienst bepaald. Feitelijk betekent dit, zoals de president van de Hoge Raad, Maarten Feteris, deze week in het Financieele Dagblad zei dat minderheden niet meer worden beschermd tegen meerderheden. Zorgelijk, vond hij. Het primaat van de politiek, voeg ik er maar aan toe, is ook de waan van de dag: opgejutte politici die vergeten dat ze binnen een rechtsstatelijk kader opereren en hun eigen instincten in regels willen omzetten. Denk Trump.

De rechter als laatste blokkerende tegenmacht, bijvoorbeeld tegen discriminerende wetsvoorstellen is bij de VVD uitgespeeld. In het Nederlands Juristenblad beoordeelde hoogleraar Tom Barkhuysen dit voorstel als ‘ronduit gevaarlijk’. Feitelijk verwijdert de VVD het belangrijkste anker waar de rechtsstaat voor ligt. En wordt de nooduitgang voor de burger in de knel, de grondrechten, gebarricadeerd. En dat uitgerekend in een periode waarin een hele reeks rechtsstaat vijandige voorstellen de kiezer wordt voorgehouden. Bij deze verkiezingen stelde de Orde van Advocaten vijf van de dertien onderzochte partijen in gebreke vanwege antirechtsstatelijke ‘spierballenmaatregelen’. In 2012 gold dat maar twee partijen. Thema’s als immigratie, terreur of jihadisme brengt partijen tot het ‘sluiten van de grenzen’ voor alle moslims, een verbod op islamscholen, vluchtelingenverbod, een buitenlands financieringsverbod voor moskeeën, chemische castratie voor kindermisbruikers, het stateloos maken of verbannen van Nederlanders, detentie zonder rechterlijke toetsing en een voorkeurspositie voor christenen. Een akelig boeketje discriminatie, rechtsongelijkheid, overtreden van internationale regels, rechteloos maken, inbreuken op lichaam, inperken van de godsdienstvrijheid en onthouden van rechtsbescherming.

Onder druk wordt alles vloeibaar en dus ook mensenrechten, lijkt het. Toen de PVV het eerste kabinet Rutte steunde, verzette de VVD zich al tegen het mensenrechtenhof in Straatsburg. De PVV wist toen een benoeming in de Hoge Raad te verhinderen, omdat betrokkene iets onwelgevalligs had gezegd. De toegang tot de rechter werd bijna onbetaalbaar gemaakt – wat na ongekend verzet uit de derde macht goeddeels werd verhinderd. Dit zijn, zoals dat heet, interessante tijden.

Met de rechtsstaat als maatstaf kom je tenslotte uit op deze volgorde: Christenunie (1), D66 (2), SP, PvdD en PvdA (3).

De auteur is juridisch redacteur en commentator. Facebook: @nrcrecht

    • Folkert Jensma