Stemadviezen in de krant? U moet het vooral zelf uitzoeken

Wat nu? Buigt NRC voor de NAVO? Staat dat echt in de statuten van de krant? De nijvere redacteur Buitenland die mijn hok met die vraag binnenliep, maakte een ongeruste, wat verwaaide indruk.

Geen wonder. Tijdens een interview over Russische beïnvloeding van de Nederlandse publieke opinie, was hij erop gewezen dat NRC niet moet zeuren, want de krant „moet” zichzelf „voegen” naar de NAVO. Dat zou nota bene in de ‘statuten’ van de krant staan.

Echt? Waar de geïnterviewde naar verwees, zijn geen statuten, maar de Beginselen voor de nieuwe fusiekrant NRC Handelsblad, in 1970 geschreven door de latere columnist J.L. Heldring. (U kunt erop naar expeditie door de krochten van nrc.nl, of ze gewoon, wat moderner, zoeken via Google.)

In die Beginselen staat dat „wij de grondslag van het Atlantisch bondgenootschap aanvaarden”. Aha – toch net anders. Let wel, de „grondslag” (dus niet: alles wat de NAVO doet of in zijn hoofd haalt) die wij „aanvaarden” (wat niet hetzelfde is als erbij staan te juichen of hem propageren).

Meteen erna komt bovendien dit: dat de krant die grondslag aanvaardt, is „niet om ideologische redenen, maar omdat vrede en veiligheid in Europa [..] niet gediend zijn met het ontstaan van machtsvacua”. Dat lijkt een staaltje Realpolitik waar ook Poetin zich nog wel in moet kunnen vinden.

Verfrissend om die Beginselen nog eens na te lezen, nu de media her en der onder vuur liggen als volksvijand. Ze ademen een andere geest dan samen oplopen met de gepolariseerde tijdgeest van de jaren 70. Uitgangspunt is „de vrije ontplooiing” van de „individuele mens”. Daar komt bij: „Ons wantrouwen [geldt] in beginsel iedere collectiviteit, hetzij staat, partij of voetbalclub”. Een fusie tussen Rotterdamse en Amsterdamse kranten mag natuurlijk ook niet stuklopen op Ajax-Feyenoord. Maar het punt is: zulk wantrouwen geldt óók de reëel bestaande NAVO.

De Beginselen maken ook duidelijk dat NRC Handelsblad vanaf het begin geen neutrale, maar wel een objectieve krant wilde zijn. Niet neutraal, want geëngageerd met liberalisme en rechtsstaat. Wel objectief, want strevend naar journalistiek die feiten en meningen scheidt. En wel voor „een publiek dat bereid is na te denken”. Daarbij hoorde ook dat de krant geen stemadvies gaf. Columnist Heldring gaf jarenlang wel een eigen ‘stemverklaring’ (VVD, tot schrik van de liberalen ook een keer de ChristenUnie), maar u moest het verder vooral helemaal zelf weten.

Bijna vijftig jaar na die Beginselen ligt NRC, net als andere ‘mainstream media’ onder vuur als een establishmentkrant – zelfs als een hele „linkse” krant.

Maar was de krant ooit rechts en is die nu links of „immer laaghartig en scheldend op het klootjesvolk”, zoals een blog nog deze week brieste?

Ik zou zeggen: de krant is zeker veranderd, maar in mens- en wereldbeeld eerder opgeschoven van conservatief-liberaal (in de jaren 70 en 80) naar meer progressief-seculier (in de jaren 90) en postideologisch in het heden.

Die termen klinken misschien als archeologie of een analyse van het dieet van Neanderthalers. Maar hier is hoe ik ernaar kijk: vanaf de oprichting gold NRC Handelsblad als conservatief-liberaal in economisch opzicht (gematigd kapitalistisch, overleg-economie was geen vies woord), progressief in de kunsten, en politiek centristisch (raakvlakken met VVD en D66 maar geen CDA-bashing). Internationaal gold dat de tegenstelling Oost-West prevaleerde boven die tussen Noord-Zuid, die meer iets was voor de Volkskrant.

De krant liep daarmee nogal (bewust) uit de pas met de heftig maatschappijkritische tijdgeest, vandaar ook de leus: ‘voor wie de nuance zoekt’. Steekwoorden voor het wereldbeeld dat uit de krant sprak: rationeel, sceptisch en verlicht-burgerlijk. Met een strikte scheiding van feiten en meningen. Althans, dat was het devies, de praktijk was wel eens anders, al is het maar omdat auteurs in de ‘anarcho-liberale’ redactiecultuur veel armslag hadden. De krant was, met andere woorden, een product van de jaren 60 – maar met een zekere scepsis, inderdaad, tegenover de aanspraak van bepaalde groepen op aangeboren wijsheid, of die zichzelf nu ‘elite’ vinden of ‘klootjesvolk’.

In de jaren 90 verschoof dat, mede onder invloed van torenhoge oplages, en ging de krant gaandeweg in de pas lopen met de tijdgeest (of andersom), met een neo-liberale koers in de economie, een overwegend links-liberale in culturele kwesties en seculier-progressieve in de politiek (Paars).

De volgende, keiharde breuk was de Fortuyn-periode, toen de krant opnieuw, maar dit keer onverhoeds en tegen wil en dank, uit de pas viel – en van de weeromstuit werd versleten voor onverkort ‘links’ of zelfs ‘radicaal-links’. Het neoliberalisme in economisch opzicht en het links-liberalisme in cultureel opzicht bleken met respectievelijk de kredietcrisis en het ‘multiculturele drama’ nu juist de meest explosieve eigenschappen in het eerste decennium van de 21ste eeuw.

En nu? De laatste jaren vaart de krant als geheel een koers die ik eerder ‘post-ideologisch’ zou noemen, met aanvankelijk sterke nadruk op ‘heel de mens’ (‘hoofd, hart en buik’) , daarna op ‘duiden’ en nu, na de mokerslagen van Trump, op factchecken en op digitale innovatie, waarmee NRC de laatste tijd een voorsprong heeft genomen.

Kortom, dat de krant linkser is dan ooit, is vooral retoriek – eerder is hij seculier en eclectischer dan ooit. Dat betekent dat er elke dag van alles in te vinden is, maar ook dat de verschillen in inhoud en vorm met concurrenten kleiner zijn geworden en de maatschappelijke koers minder eenduidig. De nuance blijven zoeken – dat lijkt me intussen nog steeds het beste advies.

Reacties: ombudsman@nrc.nl

    • Sjoerd de Jong