Opinie

    • Caroline de Gruyter

Nederland is een eurofiel land

Altijd boeiend: argumenten die politici gebruiken om vlak voor de verkiezingen nog stemmen te winnen. Met claims over gaswinning in Groningen of de zorg moeten ze uitkijken. De correctie komt luid en onmiddellijk. Maar over Europa, ach, dat ziet toch niemand. Europa, who cares.

In die veronderstelling, waarschijnlijk, verspreidde het Forum voor Democratie laatst een persbericht waarin stond dat „de meerderheid van de Nederlanders wil dat Nederland uit de Europese Unie stapt”. Dat zou blijken uit een peiling van half februari 2017 door peil.nl van Maurice de Hond. Thierry Baudet van het Forum snaterde opgewekt: „Steeds meer mensen zien dat de Europese Unie slecht is voor Nederland en Europa.”

Wel, wel: wat is dit voor peiling, die radicaal ingaat tegen bestaande peilingen over de meningen van Nederlanders over de EU? Op peil.nl is hij niet te vinden. Via Twitter hebben mensen Maurice de Hond al opheldering gevraagd. De Hond antwoordt: „Uitslag was: 27 procent wil uit de EU, 39 procent wil blijven. 23 procent wil uit de EU maar wel in EVA en de interne markt.” Op de vraag om een link naar dit onderzoek en de resultaten reageert hij niet.

Kennelijk is mensen hier gevraagd welk van de drie scenario’s ze liever willen: in de EU blijven, eruit gaan, of eruit gaan maar toch op de interne markt blijven. Hier wordt de suggestie gewekt dat je gewoon op de interne markt kunt blijven terwijl je de rest (euro, Schengen, de hele santekraam aan Brusselse regelgeving) aan je laars lapt. Helaas, de Britten zijn hier ook ingestonken. Die is ook verteld dat dit een optie was. Als je als niet-EU-land mee wilt draaien op de interne markt, moet je alle spelregels en bepalingen die op die markt voor EU-leden gelden, natuurlijk accepteren en overnemen – inclusief vrij personenverkeer. Hoe meer markt, hoe meer regels. Die regels worden bepaald door EU-lidstaten, in Brussel. De Britse premier May kiest geen harde Brexit – er zit gewoon niks anders op. Het heeft lang geduurd voordat ze dat in Londen doorkregen.

Vraag het de Noren, of de Zwitsers. Die zijn geen EU-lid en doen wel mee op de interne markt. Terwijl EU-regeringsleiders en -diplomaten in Brussel proberen Europese regels zoveel mogelijk in hun voordeel te buigen, komen de Noren en Zwitsers niet verder dan de perszaal. Vervolgens vertellen zij hun regeringen wat die anderen hebben besloten, waarna de regeringen zorgen dat de Brusselse besluiten in nationale wetten worden omgezet. Noorwegen wordt weleens de ‘faxdemocratie’ genoemd – uit de tijd dat ze in Oslo per fax doorgestuurd kregen welke nieuwe bepalingen ze nu weer uit Brussel moesten overnemen. Wie ooit in Zwitserland heeft gewoond, weet dat ze daar net zo afhankelijk van Brussel zijn als Nederlanders, Duitsers of Fransen. Misschien wel meer: zíj hebben nul zeggenschap. Sommige Nederlandse politici doen net of Zwitserland zo ‘soeverein’ is. Ze laten voor het gemak driekwart van het verhaal weg.

Als je naar peilingen kijkt waarin deze valse optie niet wordt gebruikt, zie je dat Nederlanders – ondanks het gemopper – trouwe supporters van EU-lidmaatschap zijn. Paul Dekker van de Tilburgse universiteit ziet Nederland als een uitgesproken pro-Europees land: circa tweederde steunt lidmaatschap. Dit strookt met bevindingen van het Delors-instituut, dat Eurobarometers van 2005 tot 2015 analyseerde en Nederland in de categorie ‘eurofiele landen’ plaatst: 70 procent is vóór lidmaatschap. Natuurlijk: Nederlanders zijn fel tegen meer uitbreiding, en somber over de toekomst van de EU. Dáár moet je het dan over hebben. De rest is volksverlakkerij.

    • Caroline de Gruyter