De jacht op de Nutella’s wordt nu toch geopend

Talk of the Town

Angstbeeld voor liberalen: dat de overheid bepaalt welk soort winkel waar komt. Een overwegend liberaal stadsbestuur komt nu toch met zo’n maatregel.

De binnenstad heeft een teveel aan Nutellawinkels, vindt de gemeente. Foto Roos Pierson

Je kan het inmiddels een Amsterdamse ergernis noemen: Nutella-winkels, grillrestaurants en ijzaakjes die steeds meer het straatbeeld bepalen. Pandjesbazen verhuren hun winkelpanden nou eenmaal graag aan de hoogste bieder, in de regel een wafelzaak of kaaswinkel.

Ook de gemeente ziet dit als een probleem. Maar brancheren – het van bovenaf bepalen welke winkels wel en niet in bepaalde buurten mogen komen – bleef onbespreekbaar. Tot nu. Wethouder Kajsa Ollongren (economie, D66) kondigde deze week aan dat de gemeente per straat wil vaststellen welke winkels er mogen komen. Daarmee moet een einde komen aan de monocultuur.

Dat is opvallend: liberale partijen als VVD en D66, samen goed voor twintig zetels in de gemeenteraad, zijn doorgaans tegen het opleggen van maatregelen als brancheren. Die gaan immers in tegen het principe van een vrije markt.

Boudewijn Oranje (D66), voorzitter van stadsdeel Centrum, zei vorig jaar nog in NRC niet in brancheren te geloven. En in een spotje voor de raadsverkiezingen van 2010 verklaarde Marijn Ornstein, toen nummer 4 op de VVD-kieslijst, zich absoluut tegenstander van een „economische herinrichting” van de binnenstad, waardoor je „op een goede dag wakker wordt in een PvdA-poppenhuis”.

Maar nu heeft de VVD het voorstel voor een diverser winkelaanbod toch getekend. En D66-wethouder Ollongren zegt: „Als de markt faalt, moet je als overheid ingrijpen. Dat is ook bij liberalen geaccepteerd.” Op dit moment zijn er in de binnenstad te veel winkels die zich op toeristen richten, vindt ze. „Dat komt de leefomgeving niet ten goede.”

Een harde maatregel als brancheren wil ze liever niet direct inzetten. „We proberen eerst met ondernemers, pandeigenaren en bewoners te bepalen wat voor winkels het beste in de straat passen.” Maar nemen die eigenaren genoegen met een boekwinkel in hun pand in plaats van een wafelwinkel die meer huur opbrengt? „Ik ga ervan uit dat elke ondernemer gebaat is bij een divers aanbod waardoor de straat als geheel aantrekkelijk blijft”, zegt de wethouder. „Op lange termijn is zo’n winkel met buurtfunctie een betere keus dan een toeristenwinkel.”

Mocht dit niet lukken, dan heeft Ollongren het brancheren achter de hand, zegt ze. In dat geval wil ze in het bestemmingsplan vastleggen dat in een straat niet te veel winkels mogen zitten die zich primair richten op toeristen. Bepaalde branches kunnen daar dan niet uitbreiden. De gemeente moet daartoe aantonen dat er bij een teveel van dat soort winkels sprake is van ‘verschraling’. Hoe, dat gaat het college nog uitwerken. Eenvoudig lijkt dat niet. Want wat is het verschil tussen een kaasboer en de Amsterdam Cheese Company?

Is Ollongren bang dat pandjesbazen straks tegen de gemeente gaan procederen om in hun pand alsnog een toeristenwinkel te krijgen die goed geld oplevert? „Dat moet dan maar”, zegt ze. „Als je de regels verandert, krijg je altijd te maken met mensen die naar de rechter stappen.”

De wethouder wil binnenkort voor drie locaties in gesprek met betrokkenen om te kijken of haar voornemen haalbaar is. Waar is nog niet bekend.

Moheb Alecozy, straatmanager voor de ondernemers op Rozengracht, Raadhuisstraat, Westermarkt en Spuistraat, praat geregeld met pandeigenaren over welke winkels de buurt het meest zouden versterken. En nee, dat zijn niet altijd Nutellawinkels. „Er zijn pandeigenaren die dat begrijpen, maar er zijn ook eigenaren die meer kijken naar hun eigen belang.”

Alecozy is blij met de aandacht voor de monocultuur in de binnenstad. Hij vraagt zich wel af of brancheren de oplossing is. „De oorzaak is de vraag”, zegt hij. „De binnenstad trekt een type toerist dat blijkbaar veel zin heeft in wafels en ijs.” Een makkelijke oplossing ziet hij niet. „Je kunt moeilijk op Schiphol mensen tegenhouden die van plan zijn wafels te eten.”

    • Auteur Onbekend