‘D66? Voel ik weinig bij’

Psychologie van het stemmen

Kieswijzers, debatten – alle kans om vóór woensdag nog tot een rationeel besluit te komen voor uw stem. Of werkt het anders?

Pictogram dat kiezers de weg wijst (naar het stemlokaal). Foto Vincent Mentzel

Stemmen, het is een hachelijke zaak. Niemand die kan uitleggen hoe het moet. Het komt voor dat je min of meer kunt onderbouwen waarom je dit of dat hebt gestemd, sommige mensen doen dat heel overtuigend, maar voor vele anderen is het toch meer zwevend het stemhokje ingaan en in een soort mystieke duizeling tot een beslissing komen.

„Stemmen is absoluut op de eerste plaats een kwestie van gevoel”, zegt politicoloog en psycholoog Martin Rosema van de Universiteit Twente, die in 2004 promoveerde op de psychologie van het stemmen. „Net als de keuze voor een omroep, voor een boek. Gevoel is bij iedereen de basis.”

En dat is niet verkeerd, vindt hij. „Een onderbuikgevoel is gebaseerd op heel veel relevante informatie, namelijk alles wat je door de jaren heen hebt opgepikt. Als ik alle standpunten van alle partijen op een rij zet, heb ik nog steeds niet zóveel informatie. Het is pas een probleem als de gevoelens waarop je je stem baseert gevoed zijn door heel weinig, of onvolledige, of eenzijdige informatie.”

Dat is een zekere geruststelling. Maar de vraag blijft: hoe komt die keuze tot stand? Waarom voelt stemmen toch meer als een wilde gok waar je een goed verhaal bij verzint dan als een afgewogen beslissing?

Rationeel stemmen, zegt Rosema, is proberen dát beleid te krijgen waar je het mee eens bent. Daarvoor ga je op zoek naar het partijprogramma dat het beste aansluit bij je ideeën. Een variant in coalitielanden is strategisch stemmen: partij X is mijn partij, maar die maakt toch geen kans – dan maar partij Y. Niet lang geleden gingen zo nog veel stemmen voor GroenLinks en SP naar de PvdA. In het huidige veld van 28 partijen zonder topfavorieten is deze tactiek meer een soort Russisch roulette.

Wat er in je hoofd gebeurt als je niet rationeel stemt – en 100 procent rationeel bestaat niet – wordt links en rechts bestudeerd. Bert Bakker, die de rol van emoties in de politiek onderzoekt aan de Universiteit van Amsterdam, beschrijft een fascinerend Amerikaans onderzoek naar de vraag of herinnering van standpunten nodig is om tot een goede stemkeuze te komen. De proefpersonen in het onderzoek hadden door een hersenbeschadiging geen geheugen meer, maar waren – vóór hun ongeluk – wel geregistreerd als Democraat of Republikein. Er werden nieuwe kandidaten aan hen voorgesteld, een Democraat, een Republikein, hun standpunten. Vervolgens mochten ze stemmen.

Bakker: „Op dat moment konden ze zich al geen standpunten meer herinneren, maar ze kozen toch bijna exact volgens de ideologie die ze voor het ongeluk hadden gehad.” Dit suggereert volgens hem dat mensen pijlsnel een ‘affectieve band’ vormen met een politicus of een partij op het moment dat ze informatie krijgen. Ze hebben zelfs geen herinnering aan die informatie nodig om tot een goede stemkeuze te komen, dat wil zeggen een keus die past bij hun opvattingen.

Het ‘gevoel’ dat je hebt bij de partij van je keuze wordt in Amerikaans verkiezingsonderzoek vaak geduid als ‘binding’, attachment. Voor Nederland wordt dit meestal afgezwakt tot: positieve of negatieve gevoelens. Die tellen mee voor een stem. Rosema: „Of mensen hoopvol of trots worden van een partij, los van waar die partij voor staat, heeft voorspellende waarde.” Vooral GroenLinks heeft dit goed begrepen. Bakker: „In hun filmpjes gaat het niet over standpunten maar om de beweging van verandering. ‘Hé, kom bij onze club!’”

Kapitein

Zowel de zich rationeel wanende als de overtuigd gevoelsmatige kiezer wordt in campagnetijd naar hartelust gemanipuleerd. Naar verluidt heeft de VVD tevergeefs geprobeerd deze verkiezingen te framen als een tweestrijd met de PVV, in de hoop rationele kiezers te bewegen hun stem te bewaren voor de zogenaamd enige partij die Wilders weg zou kunnen houden van de macht. Natuurlijk zouden rationele kiezers wel gek zijn als ze daarin zouden trappen, zeker zij die de brief van Rutte aan het volk tot zich genomen hebben, die juist gericht leek op de werving van Wilders’ electoraat.

De meeste campagne-activiteiten zijn dit keer volgens Martin Rosema gericht op gevoel. „Er is weinig nadruk op alternatieven voor beleid. Neem het spotje van D66: ‘goed werk, goed onderwijs, goede zorg’– daar kan niemand het mee oneens zijn. Het gaat steeds om een beeld neerzetten. Iets uitdragen als ‘premier-waardigheid’.”

Een anti-islam-video die de PVV dinsdag lanceerde, gericht tegen de SP, lijkt te willen informeren („Volgens de Koran en Mohammed: homoseksualiteit met de dood bestraft”) maar speelt vooral in op angstgevoelens. Dat kan effectief zijn, denkt Bert Bakker, vooral bij minder geïnformeerde mensen die de politiek een beetje aan zich voorbij laten gaan. „Als je zwevend bent en je ziet zo’n filmpje langskomen, kun je die angst overnemen en geneigd zijn PVV te stemmen.”

Hoe gevoelens over politici en partijen precies tot stand komen is niet echt bekend. Naarmate mensen in een politiek leider meer overeenkomsten zien met hun eigen karakter wordt hun oordeel positiever, stelt een onderzoek. Het gaat om uiterlijk, zegt een ander onderzoek, waarin Zwitserse basisschoolleerlingen via foto’s een Franse parlementskandidaat kozen als kapitein voor een virtueel zeilschip, wat heel redelijk de uitkomst van de Franse verkiezingen voorspelde.

Op de achtergrond speelt de inhoud een niet onbelangrijke bijrol. Wie voor open grenzen is zal niet snel PVV stemmen. En ook goede, inhoudelijke debatten voeden het onderbuikgevoel. Maar veel inhoud kreeg de zwevende kiezer deze campagne niet voorgeschoteld, vindt Bert Bakker: „Er is nauwelijks ruimte voor debat. Je ziet geen clashes tussen inhoudelijke standpunten. In tv-programma’s gaat het vaak over de vorm en over de peilingen. ‘Buma is een beetje aan het bewegen.’ Wat moet ik daarmee als ik nog niet weet wat ik moet stemmen?”

Aldus het bos ingestuurd moet de kiezer de klus klaren. Misschien wordt het dan toch een keer Sylvana Simons of Jan Roos – als de kaaklijn van Buma niet doorslaggevend blijkt, of medelijden met Asscher.

    • Joke Mat