Amsterdam komt aan grenzen beleid voor schuldhulpverlening

Schuldenproblematiek

De schuldhulpverlening boekt goed resultaat. Maar tegelijk nemen de risico’s op financiële problemen toe. Wethouder Vliegenthart verliest zijn geduld.

De aanpak van de schuldhulpverlening in Amsterdam is succesvol, maar de grenzen van het beleid komen in zicht. Dat concludeert verantwoordelijk wethouder Arjan Vliegenthart (SP) uit de jaarrapportage van het programma schuldhulpverlening, die deze week door B en W is behandeld.

Uit de rapportage blijkt dat de doelstellingen in 2016 zijn gehaald. Maatschappelijke instanties signaleren eerder mensen voor wie schulden dreigen. Meer Amsterdammers worden bij sanering van hun schulden geholpen, en meer doorlopen de sanering met succes. Het aantal mensen dat zich na sanering opnieuw moet melden bij schuldhulpverlening, is juist gedaald.

In Amsterdam lopen naar schatting 80.000 huishoudens risico op „problematische schulden” – schulden die ondanks maximale inspanning niet in drie jaar kunnen worden afgelost. In 2015 was het gemiddelde bedrag van die schulden 42.900 euro, aan gemiddeld veertien schuldeisers. Van de mensen die in aanmerking komen voor saneringskrediet van de Gemeentelijke Kredietbank, steeg het gemiddelde schuldbedrag van 20.000 euro in 2013 naar 24.000 vorig jaar. Zo’n duizend jongeren werden aangemeld voor intensieve schuldhulpverlening, 8 procent meer.

Hiertegenover staat de eerdere signalering van mensen die in financiële problemen komen. Zij worden eerder geholpen, wat schulden beperkt houdt, en kunnen hun financiën eerder weer op orde krijgen. Het betekent ook dat rigoureuze maatregelen als woningontruiming en beslag op de uitkering minder vaak nodig zijn. Het aantal ontruimingen van corporatiewoningen daalde van 636 in 2013 gestaag naar 407 in 2016. Het aantal beslagleggingen daalde van 16.415 in 2014 naar 9.300 in 2016.

Toch wordt het lastiger de positieve trends vol te houden, ziet wethouder Vliegenthart. De stappen in de goede richting worden kleiner. „Ik zit aan de grenzen van wat ik kan doen binnen de regels. Mijn geduld raakt op. Het voelt als dweilen met de kraan open.”

Hij wijst op enkele kabinetsmaatregelen met negatieve gevolgen. De verhuurdersheffing voor woningcorporaties doet de huren stijgen. „Mensen hebben een relatief hoge huur ten opzichte van hun inkomsten”, constateert de jaarrapportage. Ook is de langdurigheidstoeslag geschrapt, voor onvoorziene kosten van mensen die al jaren in de bijstand zitten. Wie nu voor zulke kosten staat, bijvoorbeeld als de koelkast kapotgaat, moet zelf een aanvraag bij de gemeente indienen – de langdurigheidstoeslag kwam automatisch.

„Veel mensen vragen niet aan, of weten niet dat dat mag”, zegt de wethouder. „Een op de zeven Amsterdammers heeft een lichte verstandelijke beperking. Dan kan het kabinet een beroep doen op de eigen kracht, maar sommige mensen hebben deze eigen kracht niet.”

Vliegentharts grootste zorg is de toename van werkenden onder de Amsterdammers met problematische schulden. „Vroeger was een baan een garantie tegen armoede. Nu is werk een wankele stapel van flexcontracten. Valt er eentje tussenuit, of heb je even pech op een ander gebied, dan stort de hele stapel om.” Voor beleidsmakers en -uitvoerders is deze groep lastig te bereiken, zegt Vliegenthart. Anders dan met uitkeringsgerechtigden heeft de gemeente geen directe relatie met werkenden. En dan is, meent Vliegenthart, ook sprake van een eergevoel waardoor ze zich niet snel melden met problemen.

    • Bas Blokker