Zelden was het woord ‘symboolpolitiek’ zo toepasselijk

Ilja Leonard Pfeijffer

Schoolkinderen ‘s ochtends het Nederlandse volkslied laten zingen? Voer liever het literatuuronderwijs opnieuw in, zegt Ilja Leonard Pfeijffer. Zo kan het Wilhelmus in historische context worden bestudeerd.

Terwijl onze planeet oververhit raakt onder onze opwinding, miljoenen op drift zijn, kapitalisme en democratie kraken in hun voegen, ongelijkheid en ongenoegen groeien, globalisering wereldbeelden kantelt en angst voor terrorisme meer ontwricht dan terrorisme, heeft de leider van de christen-democratische partij, in hogere staat van verlichting gebracht door de verkiezingscampagne, de oplossing gevonden voor al onze problemen. Het moet verplicht worden voor de losgeslagen jeugd om iedere ochtend, vóór aanvang van de lessen op school, gezamenlijk uit volle borst het volkslied te zingen. Met de rechterhand op het hart. En de driekleur in top. Met de oranje wimpel. Want hij voegt daar desgewenst opgewonden aan toe dat het Koninklijk Huis het heiligste is dat onze natie bezit.

Men neemt ten overstaan van de infantiele maatregelen die onze politici met een paniekerige blik op de peilingen voorstellen, vaak het woord ‘symboolpolitiek’ in de mond. Zelden was dat woord zo toepasselijk als in dit geval. Negentiende-eeuwse symbolen van de natiestaat als antwoord op eenentwintigste-eeuwse problemen. Er zijn twee mogelijkheden: ofwel Buma gelooft echt dat het kunstmatig opkloppen van ouderwetse nationalistische sentimenten een antwoord is op de uitdagingen van de globalisering, ofwel hij denkt slim te zijn en speelt omwille van electoraal gewin in op populistische tendensen van nostalgisch conservatisme en de fictie van herstel van nationale soevereiniteit. Ik weet niet welk van beide mogelijkheden walgelijker is.

Doorzichtig

Bovendien is het allemaal zo doorzichtig. Natuurlijk is het voorstel om nationale symbolen te eren gericht tegen buitenlanders. Daar zijn nationalistische symbolen voor uitgevonden. Het is bedoeld om die enge moslims op hun nummer te zetten. We zullen nog wel eens zien of ze nog steeds zo hechten aan dat exotische geloof van hen als ze verplicht moeten koekhappen en zaklopen op klompen, buigen voor Koning Kaaskop en uit volle borst het Wilhelmus zingen. Buma zal wel eens even gezonde Hollandse jongens en meisjes van ze maken, of ze dat nou willen of niet.

In plaats van het volkslied te zingen vóór de lessen, zou het wellicht een idee zijn weer les te geven. In plaats van het nationalisme in ere te herstellen, zou het wellicht een goed idee kunnen zijn om het onderwijs in ere te herstellen. Er zou bijvoorbeeld overwogen kunnen worden om literatuuronderwijs opnieuw in te voeren. Dat zou een goede gelegenheid bieden om het Wilhelmus in historische context te bestuderen. Als er weer geschiedenis gegeven zou worden, zou je de jeugd kunnen leren dat nationalisme altijd slecht afloopt. In de lessen Latijn zou de tweede ode uit het derde boek van Horatius aan de orde kunnen komen met het beroemde vers dat zegt dat het mooi en goed is voor het vaderland te sterven. Wilfred Owen noemt dat ‘de oude leugen’. De slotregels van zijn gedicht over de loopgraven uit 1917 is mijn antwoord aan Buma:

My friend, you would not tell with such high zest / To children ardent for some desperate glory, / The old Lie: Dulce et decorum est / Pro patria mori.’

Schrijver Ilja Leonard Pfeijffer verbindt op deze plaats om de week de actualiteit met literatuur.

    • Ilja Leonard Pfeijffer