Wie geen redder ziet, zweeft

De stemming in Nederland

Na een half jaar onderzoek naar wat de mensen van politiek denken is de conclusie: steeds minder. De belangstelling voor politiek neemt af, de zelfredzaamheid neemt toe.

Foto’s David van Dam, Chris Keulen, Kees van de Veen, Ilvy Njiokiktjien, Martijn Beekman, Roger Cremers, Eric Brinkhorst

In het Drentse Vledderveen hebben de bewoners net een defibrillator opgehangen. Er wonen relatief veel gepensioneerden in het dorp, en de ambulance is ver. Dorpsvereniging Plaatselijk Belang kaartte de kwestie aan bij de gemeente Westerveld. Die wilde er geen geld voor uittrekken. Daarop heeft de vereniging er zelf een betaald en een kleine twintig vrijwilligers getraind in het gebruik ervan.

Toen de man van Marja van der Ligt doodziek was, in het Brabantse Elsendorp, kwamen elke zaterdag vijf of zes dorpsgenoten de tuin doen. Ze wisten dat zij er geen tijd voor had, en ze wilden niet dat de tuin zou wegkwijnen.

Jo Huntjens uit Landgraaf, Zuid-Limburg, helpt nog altijd wekelijks in het verzorgingshuis waar zijn moeder al in februari vorig jaar is gestorven. Hij zit nu in de cliëntenraad.

Twee dagen per week organiseert een welzijnsorganisatie in de Amsterdamse wijk Bos en Lommer een ‘financiële salon’. Hier komen mensen met boodschappentassen vol wanhoop: rekeningen, aanmaningen, dwangbevelen. Aan tafeltjes worden ze geholpen door buurtgenoten die vaak zelf een uitkering hebben en vrijwillig hun diensten aanbieden. Zij ontcijferen de officiële brieven, zij bellen met de Belastingdienst, zij rekenen uitwegen voor.

Waar we ook keken de afgelopen maanden, overal zagen we mensen die zich op de een of andere manier inzetten voor hun familie, voor hun buren of voor het algemeen belang. De overheid heeft zich steeds verder teruggetrokken, een beweging die al in de jaren 90 is begonnen. Het maatschappelijk weefsel is intact gebleven – alleen is de politiek er geen knooppunt meer in. Helpt de verzorgingsstaat ons niet meer? Dan moeten we het dus zelf opknappen. En dat zijn we gaan doen.

Een half jaar geleden besloten we het land in te gaan en aan Nederlanders te vragen hoe zij zich staande houden in tijden van bezuiniging, decentralisatie en individualisering. We deden 22 plaatsen aan en spraken rond de 250 mensen. Daarbij hadden we steeds de echo in het achterhoofd van een grootschalig buurtonderzoek dat NRC had gehouden in december 2015. Toen hadden verslaggevers in dertig wijken vooral onzekerheid aangetroffen. De burgers wisten niet wat hen precies te wachten stond op het gebied van werk, zorg of immigratie, maar ze verwachtten er niet veel goeds van.

Het effect hiervan op de politieke keuzes van de mensen die we spraken, ligt voor de hand. Van politiek die zichzelf terugtrekt in vier neoliberale bezuinigingsjaren, gaat geen wervende kracht meer uit. Als de overheid zichzelf op afstand plaatst van de burgers – door het afstoten van taken of door bezuinigingen – is het logisch dat de burger op zijn beurt ook afstand neemt.

Klik door naar een overzicht van alle 22 afleveringen uit deze serie op de kaart van Nederland.

Tanende interesse in partijen

Overal zagen we een tanende interesse in politieke partijen. Toen fysiotherapeut Karin van der Burg afdelingsvoorzitter was in het Friese Stiens, had de lokale PvdA 48 leden. In juni, bij de laatste vergadering voor de fusie met de afdeling Leeuwarden, kwamen alle actieve leden opdagen: een stuk of twintig. Het kalft af en dat is zorgelijk, vindt Van der Burg. „De individualisering gaat maar door en de sneeuwbal rolt van de politiek af. Voor wie spreken politici nog, als hun achterban zo klein is? En: hoe ondiep wordt de vijver waar de partijen politiek talent uit moeten ophalen?” Iedereen die wilde, is in Leeuwarderadeel al eens gemeenteraadslid geweest.

Overal zagen we dat de partijpolitieke voorkeur een flex-voorkeur is geworden. Zelfs in een bolwerk als Wassenaar bleken vanouds rotsvaste VVD-stemmers, de gepensioneerde bankdirecteur, de Shell-man, de zelfstandige ondernemers, ineens een stem op het CDA, GroenLinks of de Partij voor de Dieren te overwegen. In verschillende toonaarden hoorden we kiezers die hun keuze niet meer kunnen bepalen omdat hun niet het „hele ideologische pakket” van de een of andere partij bevalt – zoals twee mbo-scholieren in Zoetermeer zeiden: „Je kiest wat jezelf goed uitkomt.” De geïnteresseerde kiezer is door-geïndividualiseerd als Perry van Steenbergen uit Rotterdam-Zuidwijk, die zuchtte: „Er is geen een partij die het met mij eens is.”

Bijna overal wordt de PVV in de overwegingen betrokken als elke andere partij. Ietje Zeguers uit Elsendorp bracht onlangs de avond door met een groep jongeren. Ze hadden de Stemwijzer ingevuld – de vuurtoren voor zwalkende kiezers – en bij „niet een, niet twee, maar bij een hele zooi” was de PVV als favoriet naar voren gekomen. Ze vonden het misschien niet vanzelfsprekend, zegt Zeguers, „maar ook niet erg”.

Als wij in de afgelopen maanden vroegen waarom iemand PVV overwoog, en dat was tamelijk vaak, dan volgde er zelden een tirade tegen moslims, en even zelden hoorden we enig enthousiasme voor partijleider Wilders („schreeuwt te veel”, „is te kil”). Veel PVV-overwegers deden uitgesproken nonchalant over hun keuze: Ach, het moet een keer heel anders, een beetje opschudding kan geen kwaad, we moeten het maar eens vier jaar aanzien. De PVV is voor kiezers een van de mogelijke uitkomsten van een aftreksom geworden.

Tussen alle zwevers waren de enige vastbesloten kiezers die we spraken, mensen die hoge verwachtingen van de overheid hebben. Of die dat hadden, zich teleurgesteld voelen door achtereenvolgende regeringen en nu de handen uitstrekken naar een volgende redder. In Limburg zien ze vaak Geert Wilders als redder. Voor een ander buurtonderzoek gingen NRC-verslaggevers Wubby Luyendijk en Frederiek Weeda naar Born bij Sittard, waar sommigen zich „de verliezers van Nederland” voelen. De mijnen zijn vanaf de jaren 70 gesloten door het kabinet, de opvolger, chemieconcern DSM, verhuisde in de afgelopen jaren steevast banen naar lagelonenlanden, sluiting van autobedrijf Nedcar dreigde. Een geïnterviewde zei: „De verzorgingsstaat is hier in ons gezicht ontploft.”

De jonge slager Hicham Gueznay in Lombok, Utrecht, legde uit dat de generatie van zijn Marokkaanse ouders „altijd hoorde dat de PvdA voor hen zou zorgen. Die deed niet moeilijk over de uitkering voor oudere migranten die teruggingen naar Marokko.” Nu onderhandelt PvdA-leider Asscher met Marokko om die uitkeringen met 40 procent te verlagen, aangezien de levensstandaard er lager is. Makelaar Rachid Boudour vulde aan: „De PvdA is de Partij van de Autochtonen geworden.” Zij gaan allebei op Denk stemmen.

„We deden 22 plaatsen aan en spraken rond de 250 mensen. Overal zagen we dat de partijpolitieke voorkeur een flex-voorkeur is geworden.”

Huurverhoging

Positieve geluiden uit politiek Den Haag over het aantrekken van de economie en het stijgen van de werkgelegenheid, ketsten bij burgers af op hun eigen ervaringen. Zoals die van Abdelmajid Bouazzati in Rotterdam-Zuidwijk die net een nieuw huis heeft betrokken en voorrekent dat zijn huisbaas elk jaar de huur met 6 tot 12 procent mag verhogen, terwijl zijn loon als metaalbewerker in de haven de laatste drie, vier jaar gelijk is gebleven. Of van Maria in het Limburgse Landgraaf, die de gevolgen van de stijging van de pensioenleeftijd uitlegt. Zij is opgeleid als pedagogisch medewerker, maar loopt te poetsen in de thuiszorg, aangezien op de crèche jonge leraren werken. En dat komt weer doordat op de scholen steeds oudere leerkrachten voor de klas blijven staan. „Iedereen heeft de verkeerde baan.”

De Zeeuwse Ada Steketee, die we spraken op de Huishoudbeurs, had na dertig jaar werk in de thuiszorg voor dementerenden haar baan opgezegd. In de laatste regeerperiode werd voor de helft gekort op voorzieningen, legde ze uit. Ze trof ineens vervuilde en ondervoede mensen aan onder haar cliënten. Ouderen die werden mishandeld door familieleden of andere mantelzorgers. Daar valt niet tegenop te werken met steeds minder medewerkers, en daarom heeft Steketee ontslag genomen. „Ik ben blij dat mijn vader en moeder niet meer leven.”

En denk nou niet dat de onzekerheid zich beperkt tot de onderkant van de arbeidsmarkt. Alexandra Vos (56) is geboren en getogen in Wassenaar. Bezit al jaren een mooi eigen huis, is hoogopgeleid, had een goedbetaalde managementfunctie in de modebranche. Maar een paar jaar geleden is ze ontslagen. „Sindsdien ben ik verplicht aan het freelancen.” Ze werkt nu voor een bureau dat expats aan een huis helpt. „Feit is dat ik een inkomen heb van 400 euro per maand, terwijl mijn vaste lasten 1.500 euro zijn. Ik ben te oud om nog uitgenodigd te worden voor een sollicitatiegesprek. Ik heb geen recht op bijstand. Als ik mijn huis verkoop, kan ik een kamer huren. Wat moet ik dan over een half jaar?”

In Soest spraken we enkele mannen uit het hogere management, die zichzelf „bevoorrecht” of „welstandig” noemden, maar die zagen dat de bankdirecteur aan de overkant zijn huis moest verkopen omdat hij was ontslagen. Joost Kruiswijk, vorig jaar gepensioneerd als projectleider bij het onderhoudsbedrijf van NS, vertelde over zijn schoondochter die drie jaar op jaarcontracten bij een hogeschool had gewerkt. Drie jaar! Op het laatst was ze zelfs leidinggevende. „Beschamend.”

De leegte die door de overheid is achtergelaten, moet worden opgevuld in kleinere verbanden. In 1998 fuseerde Vledder met drie andere gemeenten tot Westerveld en sindsdien zetelt de lokale overheid in Diever. Je bent er vanuit Vledderveen in een kwartier met de auto, maar de korte lijnen zijn weg. „De laatste twee jaar hebben we hier niemand van de gemeente gezien”, zei Henk Koene, voorzitter van Plaatselijk Belang, het dorpsbestuur. „Telkens als we een afspraak hebben, wordt die verzet.” Toen we aan tafel met alle bestuurders van Plaatselijk Belang vroegen of ze zich vertegenwoordigd voelen door de raadsleden die in Diever vergaderen, brak een vrolijk kabaal los: „Nee!” „Hahaha!”

Hier en daar hoorden we geen gelach, maar onversneden boosheid. In het Limburgse Landgraaf „broeit” het volgens bewoners. Hier had vorig jaar maart bij het referendum bijna 80 procent van de kiezers tegen het Oekraïneverdrag gestemd. We gingen er kijken toen duidelijk werd dat het kabinet de uitslag – 61 procent stemde nee – naast zich neer zou leggen. Een vrouw brieste: „Ze roepen ons elke keer weer op: ga stemmen. Maar als we komen en tegenstemmen, dan luisteren ze niet naar ons.”

De meeste van de 250 Nederlanders die we spraken, zweven op 15 maart naar het stemhokje.

Autonomie

Als je probeert te ontrafelen waar het verschil in zit tussen het weglachen van de overheid en de woede ertegen, dan kom je uit bij autonomie. In Landgraaf hoorden we een diep gevoel van verongelijktheid, over rampen die door anderen over de Landgravers worden uitgestort, variërend van de Postcodeloterij („die valt hier nooit”) tot het weerbericht („daar wordt Limburg niet in genoemd”). Politici uit Den Haag komen hier alleen om „ons hun plannen door de strot duwen met een air alsof zij weten wat goed voor ons is”.

In plaatsen waar de bevolking zich om elkaar bekommert – en dat was niet alleen in dorpjes als Vledderveen, Denekamp of Elsendorp, maar ook in de Nijmeegse stadswijk Bottendaal of in Schipluiden bij Delft – maken de mensen een zelfstandigere, sterkere en gelukkigere indruk. Zij accepteren simpelweg dat er geen subsidies meer zijn, zoals Marja van der Ligt in Elsendorp. „We weten allemaal dat vrijwilligers nodig zijn, wil je er iets van maken.” Dus organiseren ze zich en helpen ze elkaar en zichzelf vooruit.

Die meer en minder blijmoedige afstand tot de politiek zal een belangrijke verklaring zijn voor de nivellering van het politieke landschap – geen partij die de dertig zetels haalt. Dat is ongetwijfeld lastig voor de regeerbaarheid na 15 maart, maar het duidt niet op de dramatische omverwerping van het systeem die her en der werd voorzien. Wie niet veel van de overheid verwacht, zal hooguit vluchtige politieke voorkeuren koesteren, waarbij details de doorslag geven. „Ze stáán er ook niet voor”, zei Jeanet Zuydgeest uit Schipluiden, „voor het sociale, voor de grootste groep Nederlanders.”

De meeste van de 250 Nederlanders die we spraken, zweven op 15 maart naar het stemhokje. We belden enkelen deze week nog eens. „Ik ben er bijna uit”, zegt Arno Panis uit Den Haag. Tim Zweerink uit Denekamp kreeg een heel verrassende voorkeur uit de Stemwijzer. „Daar moet ik nog even over nadenken.”

    • Bas Blokker
    • Jutta Chorus