Wat je van een oude autoband al niet kunt maken

Technologie

Versleten autobanden moeten in Europa verplicht worden gerecycled. Bedrijven maken er van alles van: speeltuintegels, wieltjes, korrels voor op kunstgrasvelden. Oud rubber opwerken zodat het in nieuwe banden kan, is nog lastig.

De lucht is grijs en de regen komt met bakken naar beneden. Op een industrieterrein in Amsterdam West ligt een grote stapel oude autobanden. Op de gevel van het ernaast gelegen gebouw staat een fleurige vlinder afgebeeld, met een autoband als lijf en groene blaadjes als vleugels. Dit is de hoofdvestiging van Granuband, het enige bedrijf in Nederland dat zowel oude autobanden inzamelt als ze verwerkt tot nieuwe producten.

Op het terrein ligt ook een berg aan stukken gescheurde banden. „Alle stukken vermalen we tot korrels rubbergranulaat van verschillende grootte”, vertelt sales- en marketingmanager Jan Aufenacker van Granuband. „Een aanzienlijk deel daarvan gaat naar kunstgrasvelden.”

Er zijn ongeveer tweeduizend kunstgrasvelden in Nederland. Op de meeste daarvan liggen rubberkorrels gemaakt van oude autobanden. Onlangs ontstond een controverse over de veiligheid van deze korrels. De velden zijn een grote afzetmarkt voor gebruikte banden. RecyBEM, die de inzameling en recycling van gebruikte autobanden in Nederland regelt, schat dat een kwart van alle ingezamelde banden verwerkt wordt tot rubbergranulaatkorrels voor de kunstgrasvelden. Van de overige driekwart worden onder andere veiligheidsmatten voor speeltuinen gemaakt en een klein deel wordt verbrand.

Jaarlijks worden er wereldwijd 800 miljoen banden afgedankt. Dat is een stapel die tweederde de afstand tot de maan reikt. Het kan tientallen jaren duren totdat een autoband in de natuur verteerd is. Bovendien worden de grondstoffen waar banden uit bestaan steeds schaarser. Volgens de Europese wetgeving mogen deze banden daarom sinds 2006 niet meer op vuilnisstortplaatsen gedumpt worden. Ze moeten milieubewust gerecycled worden. En dat is een flinke uitdaging.

Een band bestaat voor ongeveer een derde uit rubber, voor een kwart uit de vulstof carbon black (een soort roet dat de band steviger en slijtvast maakt) en voor de rest uit metaal, nylon, zinkoxide en andere chemische verbindingen. Samen zorgen ze ervoor dat de band zijn vorm behoudt en veilig en betrouwbaar is voor op de weg. Als deze materialen uit de oude banden gehaald kunnen worden en opnieuw worden gebruikt, dan bespaart dat veel grondstoffen – en krijg je veel minder afval.

In 2016 zamelde RecyBEM 8,2 miljoen gebruikte banden in, waarvan ongeveer vier miljoen banden naar Granuband gingen.

Voor de verwerking van de banden wordt bij Granuband eerst het ijzer en nylon eruit verwijdert. Dit gaat naar de staalindustrie en andere bedrijven waar het hergebruikt of verbrand wordt.

„Van de granulaatkorrels verwerken we 30 procent zelf tot bijvoorbeeld (veiligheids)tegels, dakbedekking, matten voor in paarden- en koeienstallen en wieltjes voor klikobakken”, zegt Aufenacker. „De rest gaat naar kunstgrasvelden en andere bedrijven die het verder verwerken.” Het bedrijf blijft zoeken naar nieuwe toepassingen voor het granulaat. Zo produceren ze sinds een paar jaar tramrailprofielen, die de trilling en het geluid van tramrails verminderen.

Rubber terugwinnen

Het liefst zouden ze bij Granuband nog een stapje verder gaan. „We zijn nu aan het testen met een methode genaamd devulkanisatie”, vertelt Aufenacker. Hiermee kan het rubber uit banden teruggebracht worden naar zijn oorspronkelijke vorm. Dan kan het gebruikt worden voor de productie van nieuwe autobanden. „Dat is waar we naar toe moeten”, zegt Aufenacker. „Uiteindelijk zullen de grondstoffen opraken. Voor die tijd moeten we overgaan op een circulaire economie.”

Devulkanisatie maakt het rubber uit oude banden weer geschikt om er nieuwe banden van te maken door zwavelverbindingen in het materiaal te verbreken. Rubber is van nature een kauwgumachtige substantie. Om het vormvast te maken wordt het rubber voor de productie van banden gevulkaniseerd. Hierbij worden er zwavel en andere hulpstoffen toegevoegd aan het rubber. Onder hoge druk en temperatuur bindt de zwavel de lange polymeerketens van het rubber aan elkaar vast. Die verbindingen geven het materiaal structuur. „Het is alsof losse spaghettislierten met touwtjes aan elkaar vast gebonden worden”, zegt Wilma Dierkes, universitair hoofddocent rubbertechnologie aan de Universiteit Twente. Ze doet al meer dan twintig jaar onderzoek naar het verwerken en recyclen van rubber.

Door in oude banden die verbindingen te verbreken wordt het rubber weer geschikt voor hergebruik. „In de ideale situatie verbreek je bij devulkanisatie alleen de zwavelverbindingen tussen de rubberketens. Maar het is moeilijk om alleen de touwtjes en niet de spaghetti te breken”, zegt Dierkes aan de telefoon. Daardoor gaat er ook een deel van de rubbermoleculen kapot en is het materiaal na de devulkanisatie van mindere kwaliteit dan nieuw rubber.

Toch levert devulkanisatie een bruikbaar product op. De methode is op dit moment al succesvol op laboratoriumschaal. Voorlopig kan echter maar een paar procent van het rubber vervangen worden door het gerecyclede materiaal, omdat de kwaliteit niet hoog genoeg is om te voldoen aan de hoge eisen die gesteld worden door de bandenindustrie.

Naast Granuband testen ook andere bedrijven, samen met de Universiteit Twente, de mogelijkheden van devulkanisatie op industriële schaal. „Ik denk dat over twee à drie jaar de eerste fabriek met devulkanisatie voor banden op grote schaal draait”, zegt Dierkes. Aan de universiteit wordt ook verder onderzoek gedaan om de methode te optimaliseren. „Het doel is om ruim 30 procent van het rubber in een nieuwe autoband te vervangen door gedevulkaniseerd rubber.”

Carbon black uit oude banden

Sinds een paar maanden is er een bedrijf dat een andere verwerkingsmethode toepast. Black Bear Carbon in Nederweert wil carbon black uit oude banden halen en zo bewerken dat het dezelfde kwaliteit heeft als het nieuwe product.

Nieuwe carbon black wordt gemaakt door aardolie of gas in een zuurstofloze omgeving te verbranden. Uit oude banden kan het gewonnen worden door granulaat, waar het ijzer en nylon uit verwijderd is, te verhitten zonder zuurstof. Dit heet pyrolyse. „Meestal levert dit een product op dat veel minder van kwaliteit is dan de nieuwe grondstof”, zegt Dierkes. Dat komt onder andere doordat bandenproducenten verschillende soorten carbon black gebruiken, waardoor het eindproduct niet homogeen genoeg is voor de strenge eisen van de bandenindustrie. De grootte van carbon black deeltjes kan varieren van 0,00001 tot 0,0005 millimeter, wat op grotere schaal voor verschillende sctructuren zorgt. „Regelmatig stoppen bedrijven die dit pyrolyseproces hebben uitgeprobeerd ermee. Het lukt ze niet rendabel carbon black te maken”, zegt Dierkes. „Hun eindproduct kan wel gebruikt worden als mindere kwaliteit volstaat, zoals voor landbouwplastic en zwarte verf, maar niet voor autobanden.”

Black Bear Carbon zegt op zijn site wel carbon black te kunnen produceren voor nieuwe banden – en hierbij milieuvriendelijk te werken. Het bedrijf doet dit door de banden te selecteren om zo de samenstelling van het eindproduct te garanderen. De gas en olie die vrijkomt bij de pyrolyse gebruikt het om de nodige energie op te wekken. Het bedrijf zegt – ondanks herhaaldelijk aandringen – geen tijd te hebben voor een verdere uitleg over de techniek. Die zal zich de komende tijd moeten bewijzen.

    • Dorine Schenk