Wat je nog niet wist over seks

Seksuologie

De seksuele opvoeding in Nederland mag goed zijn, maar ze zit nog vol mythen en misvattingen. Hoe mannen, ouderen of zieken seks beleven, is slecht onderzocht.

De foto-illustraties bij dit artikel verschenen eerder bij een artikel over seks-educatie voor kinderen, in Esquire Malaysia. Beeld: Rebecca Chew/Blink Studio

Simpele vraag: door welk mechanisme wordt de vagina van een vrouw vochtig bij seksuele opwinding? Studenten geneeskunde en psychologie, zelfs specialisten in opleiding moeten het antwoord vaak schuldig blijven. Laat staan dat gewone mensen er enig benul van hebben.

Dat is een belangrijke tekortkoming in de seksuele opvoeding, schrijven arts-seksuoloog Rik van Lunsen en psycholoog en seksuoloog Ellen Laan in hun indrukwekkende boek Seks, een leven lang leren. En zo klopt er meer niet.

In de voorlichtingsliteratuur wordt bij jongens de eerste zaadlozing genoemd als mijlpaal in de ontwikkeling, bij meisjes gaat het dan altijd over de eerste menstruatie. „Alsof die twee dingen vergelijkbare grootheden zijn”, schrijven Van Lunsen en Laan. „De onderliggende boodschap klinkt voor ons als ‘Jongens krijgen de lol en meisjes de ellende’.” Volkomen onterecht natuurlijk, maar het weerspiegelt goed de heersende opvatting over seksualiteit.

Biologisch determinisme als ‘mannen komen van Mars en vrouwen van Venus’ is echter te simplistisch. Veel inzichtelijker en productiever is het volgens Van Lunsen en Laan om te letten op de overeenkomsten tussen de geslachten, in plaats van die haast vanzelfsprekende nadruk op de verschillen. Het onderscheid tussen man en vrouw is in feite minimaal – juist op seksueel gebied.

Adam ontstaat uit Eva

Die gemeenschappelijkheid gaat terug tot de oorsprong van mannelijke en vrouwelijke geslachtsorganen. Ze worden aangelegd met hetzelfde ‘uitgangsmateriaal’. Penis en clitoris ontstaan beiden uit de geslachtsknop; geslachtswallen vormen de balzak of de schaamlippen. Bij mannelijke foetussen wordt rond de zesde week het SRY-gen op het Y-chromosoom actief, waardoor de ontwikkeling onder invloed van testosteron en Anti-Müller-hormoon verdergaat in mannelijke richting. „Adam ontstaat dus uit Eva en niet andersom”, merken de auteurs van Seks daarbij spits op. Na 24 weken zijn de geslachtsorganen voltooid en hebben meisjes voornamelijk inwendige geslachtsorganen en jongens vooral uitwendige.

De uiterlijke verschillen lijken groot, maar functioneel blijven de sporen van de gelijke oorsprong van mannelijke en vrouwelijke geslachtsorganen bij volwassenen voortbestaan. In penis en vagina verloopt seksuele opwinding verrassend parallel, alleen is het bij de man vaak zichtbaarder dan bij de vrouw.

En daar komen we terug op de kwestie van het vochtig worden van de vagina. Een soortgelijke zwelling van bloedvaten die bij de man een erectie tot stand brengen treedt op in de vaginawand. In de kleine bloedvaatjes vlak onder de dunne huid zonder hoornlaag die de vagina bekleedt wordt de druk zo hoog dat er bloedplasma naar buiten geperst wordt. Bij de man wordt de eikel ook een klein beetje vochtig doordat er eveneens vocht naar buiten wordt geperst.

Doe het met plezier

Van Lunsen en Laan leggen er de nadruk op dat gezonde seks zonder taboe, vrijwillig en plezierig moet zijn. „Doe het met plezier, of doe het niet!”, stellen ze stoer. Maar tegelijkertijd leggen ze in hun boek uit dat het vaak heel ingewikkeld is. Ze beschrijven alles recht-voor-zijn-raap, eerlijk en onthullend. Daarom is dit een boek dat eigenlijk iedereen zou moeten lezen.

Seks zit niet tussen de oren en ook niet tussen de benen. Seks (hoe, wanneer, en met wie?) is veel breder. Het hele lichaam doet mee aan de opwinding en seks is ook bepaald door de optelsom van eerdere ervaringen, opvoeding en cultuur. Door experimenteren en ervaringen ontwikkelt iedereen zijn persoonlijke liefdeskaart, met een individueel bepaalde voorkeur voor erotische prikkels en seksuele oriëntatie. Alles is mogelijk, zo lang het anderen maar niet schaadt.

Nederland is in seksueel opzicht het gezondste land ter wereld. Dat blijkt uit het geringe aantal tienerzwangerschappen, laag aantal abortussen en de relatief verdraagzame maatschappij ten opzichte van mensen met een homoseksuele of transseksuele voorkeur. Dat succes is te danken aan de goede seksuele voorlichting, hoewel die ook hier vaak nog te veel nadruk legt op de technische kant. Een gezonde seksuele ontplooiing van jongeren kan rampen voorkomen, stellen Laan en Van Lunsen.

Spoken uit het verleden

Maar we zijn er nog niet. Laan en Van Lunsen constateren dat achterhaalde inzichten uit het wetenschappelijk onderzoek naar het menselijk seksleven nog als spoken uit het verleden rondwaren in het publieke denken over seks. Sigmund Freud dacht honderd jaar geleden dat mannelijke seks een oerdrift is waaraan op tijd moet worden toegegeven, anders ontstaat er bij hem frustratie of waanzin. Omgekeerd was vrouwelijke lust volgens Freud ziekelijk. Dat leeft voort in de mythe dat mannen altijd zin hebben en vrouwen met een al te duidelijke belangstelling voor seks vaak als ‘slet’ over de tong gaan.

Van het lichamelijke onderzoek naar seks door de Amerikaanse William Masters en Virginia Johnson is blijven hangen dat seks verloopt volgens een wetmatig schema van opeenvolgende fasen (verlangen, opwinding, plateau, orgasme en resolutie). Dat werkt het hardnekkige misverstand in de hand dat zo lang je ‘het’ maar goed doet, en de juiste knoppen beroert, je altijd een orgasme kunt bereiken.

Laan en Van Lunsen wijzen ook op het gevaar van ‘nieuwe preutsheid’. Seks komt zo vaak negatief in het nieuws door berichten over verkrachting en kindermisbruik, dat er een nieuwe angst ontstaat voor intimiteit en aanraking. Dat staat een gezonde seksuele ontwikkeling in de weg, want die moet juist gebaseerd zijn op openheid en gelijkwaardigheid.

Dat mensen in het algemeen niet krampachtig moeten denken over seks is heel goed te rechtvaardigen. Maar is het tegelijkertijd niet naïef om te denken dat je grensoverschrijdend gedrag kunt voorkomen door open en bloot over seks te praten? Hier wordt de benadering van Laan en Van Lunsen toch wat ongemakkelijk. Kinderporno is „walgelijk en misdadig”, schrijven ze, maar verreweg de meeste van de naar schatting 60.000-80.000 Nederlanders met pedofilie voldoen aan de sociale norm dat ze hun leven lang nooit iets seksueels met kinderen doen. Dat zij nu vaak niet meer openlijk voor hun voorkeur durven uit te komen, vergroot mogelijk de kans dat zij overgaan tot daadwerkelijk kindermisbruik, suggereren de seksuologen op basis van wetenschappelijk onderzoek. Het benadrukt hoe complex seksualiteit is.

Seks, een leven lang leren, Rik van Lunsen en Ellen Laan, Prometheus, 374 blz., €24,99

    • Sander Voormolen