Recensie

Wat is het geheim van ‘De waanzinnige boomhut’?

Elke week bespreekt NRC online een kinderboek. Dit keer: dé kinderboekenhit van dit moment. Want kul = lol.

Het is het onwaarschijnlijkste succes dat de kinderboekenwereld kent: al een paar jaar is de serie De waanzinnige boomhut reusachtig populair. Elk nieuw deel – waarvoor weer 13 nieuwe verdiepingen op de boomhut worden bijgebouwd – is een gegarandeerde hit. Schrijver Andy Griffiths en illustrator Terry Denton, makers en tevens ‘boomhutbewoners’, oftewel de mannen wier alter egootjes de hoofdrollen spelen, doen daarmee iets wat je eigenlijk niet voor mogelijk had gehouden. Want telkens weer breken de boeken met álle denkbare boekenwetten.

Een zinnig, coherent verhaal, bijvoorbeeld, moet je in de overdadig geïllustreerde boeken van Griffiths en Denton niet vinden. Er zit een lijn in, dat wel – nu het woongevaarte 78 verdiepingen groot is, is de hoofdzaak dat er een filmregisseur opduik, een zekere Meneer Megaberoemd. Die wil helemaal breken met hoe de hoofdrolspelende heertjes gewoonlijk hun boeken opbouwen: een simpel voorstelrondje, en een rondleiding tussen de nieuw gebouwde verdiepingen (inclusief grote tekeningen). Ditmaal een carwash, een combineermachine, een verdieping met 78 draaiende bordjes – et cetera, et cetera. Daar heeft Meneer Megaberoemd geen boodschap aan: ‘Ik maak FILMS voor filmliefhebbers en die willen ACTIE, SPANNING en KOUDE RILLINGEN, en geen geklets!’ Dat drijft Terry, die wel naar de wensen van de regisseur wil luisteren, en Andy, die zijn eigen kletsgang wil gaan, uiteen.

Ze doen in feite maar wat

En geklets blijft het dus. Er is een verhaal, maar dat is een zwabberende rode draad – vaak genoeg gaat het bladzijdenlang heel ergens anders over. Voorbeeldje: om de gedachten te verzetten gaat Andy een beetje lopen krabbelen, met een pen op papier dus, maar algauw niet alleen meer op papier, maar op álles, waardoor – vergeef me het jargon – ‘het krabbelatorium ontploft en het gekrabbel in de hele boomhut terechtkomt’. Nog een voorbeeldje: Andy belandt in een modderplas, die blijkt te groeien, en vervolgens blinkt hij uit in heldenmoed door met een flink rietje de hele modderplas op te zuigen.

Wat Griffiths en Denton in feite doen is: maar wat. Alles wat er in hun hoofden is opgekomen, lijkt op papier gesmeten en de verzinsels ontsporen waar je bij staat, waardoor de bladzijden met kul gevuld zijn. De tientallen pagina’s van ‘Andy’s autobiografie’ bestaan grotendeels uit de mededeling dat Andy ‘groter. En groter. En groter. En groter’ wordt. En dan verdedigt hij dat met het argument: ‘Het is waargebeurd!’ Of: er is een chipsdief die gevonden moet worden, waarna er doodleuk staat: ‘Maar eerst, een woede-uitbarsting op rijm!’

Geloofwaardigheid? Hahaha!

Geloofwaardigheid komt niet voor in het vocabulaire van Griffiths en Denton. Anders verzin je niet dat een complot van spionnenkoeien het op de filmproductie gemunt heeft. Ja, in feite is De waanzinnige boomhut van 78 verdiepingen (en eigenlijk geldt het voor alle delen in de serie, groot kwaliteitsverschil is er niet) werkelijk niets anders dan kul. Het doet nog het meest denken aan Pudding Tarzan, de jarennegentigklassieker van Ole Lund Kirkegaard die ook barstte van de lol.

Maar De waanzinnige boomhut is Pudding Tarzan in het kwadraat. Structuur ontbreekt, coherentie ontbreekt, inhoud ontbreekt. Het is onvoorspelbaar, onvoorstelbaar, onnavolgbaar. En dat kun je afserveren, maar: het is idiotie en geouwehoer uit volstrekte overtuiging, waarbij de gevestigde orde in de persoon van Meneer Megaberoemd als irrelevant wordt weggezet. Ik zou daarom liever willen betogen: de Boomhut-serie is de ultieme anarchistische postmodernistische versie van jeugdliteratuur, waarin niets serieus en belangrijk is en dus alles even serieus en belangrijk, én onserieus en onbelangrijk tegelijk.

Chips als levensmotto

Dat is ideale lectuur voor achtjarigen die als spelletje op alles ‘Maar waarooom?’ vragen, die expres malle dingen zeggen waar ze ‘Maar niet heus!’ op laten volgen, en die giechelend om zichzelf omgekeerde wereld spelen. Zoals Andy en Terry dit als levensmotto lanceren: ‘Als je zin hebt in chips, moet je chips gaan eten.’ Hahahaha! Kul = lol.

    • Thomas de Veen