Opinie

    • Michel Kerres

Waar zijn Trump en Poetin in Nederlandse verkiezingsstrijd?

Nederland besteedt in de campagne veel te weinig aandacht aan het buitenland, juist nu dit van het grootste belang is, betoogt Michel Kerres.

Militairen beklimmen de spoorhefbrug de Hef bij een oefening in Rotterdam. Foto Lex van Lieshout/ANP

Nederlanders zien zich graag als kosmopoliet. Mannen en vrouwen van de wereld, thuis in Shanghai en New York, of toch op zijn minst in Cherso. Maar als verkiezingen aanbreken zakt het buitenland achter de horizon. De campagne 2017 snelt van zorgpremie naar pensioenleeftijd, en van de flexwerker via Groningen naar het Wilhelmus.

Een enkele keer piept het buitenland om de hoek. Als een Turkse minister in Rotterdam Hoogvliet wil pleiten voor méér Erdogan en minder democratie, waait opeens kille buitenlucht de huiskamer in. Daarnaast bestaat de buitenwereld in de campagne uit een beetje Brussel (gereduceerd tot binair simplisme: meer of minder) en immigratie (gereduceerd tot: minder).

Voor de mannen in Moskou en Washington is nauwelijks aandacht. Dat is wereldvreemd. Zeker nu. Ook Nederland zit opgescheept met een onberekenbare, maar assertieve Poetin én een nog moeilijker te peilen Trump. Ingeklemd tussen een oorlogszuchtige buur en een volstrekt onberekenbare vriend voelt die kwestie met het Wilhelmus toch net iets minder urgent.

Nederlandse politici hebben de verschuivingen op het wereldtoneel uiteraard wel gezien. In de verkiezingsprogramma’s krijgen defensie en veiligheidsbeleid veel meer aandacht dan voorheen. De partijen spelen daarbij op bekende posities. De rechtse programma’s maken meer werk van internationale veiligheid dan linkse; hoe linkser in het politieke spectrum, hoe minder enthousiasme voor de NAVO en kernwapens.

Er zijn niet alleen meer woorden voor veiligheid, maar ook meer euro’s. De christelijke partijen willen het defensiebudget (nu 8,7 miljard euro) verhogen met 2 miljard in de komende vier jaar. De VVD begroot een miljard extra, PvdA en D66 blijven steken op een half miljard extra, de SP bepleit een daling met 2 miljard. De meeste budgetten blijven onder het Europees gemiddelde en komen nog niet eens bij benadering in de buurt van de NAVO-norm van 15 miljard die Nederland in 2024 moet bereiken. Mogelijk zijn de kiezers te paaien met deze campagnebeloften, Donald Trump hoogstwaarschijnlijk niet.

De partijen die extra geld reserveren voor defensie lijken niet goed te weten wat ze ermee willen, constateerde Clingendael-onderzoeker Dick Zandee na analyse van de verkiezingsprogmma’s in Atlantisch perspectief. De SGP wil meer onderzeeërs en meer vliegtuigen, maar daar is ook het grote SGP-budget te klein voor. De VVD wil meer geld voor marine en marechaussee met het oog op grensbewaking. Dat sluit aan bij de behoeften van de EU, maar niet bij de prioriteiten van de NAVO, door de VVD uitgeroepen tot hoeksteen van het veiligheidsbeleid.

Het artikel van Zandee:

Méér aandacht voor defensie is beter dan geen aandacht, maar nodig is een fundamenteel debat over Nederland en de nieuwe wereld. Belangrijke vragen blijven onbeantwoord. Waarom willen sommige partijen die NAVO-norm, die Europa zichzelf heeft opgelegd, niet halen? Geeft men het geld liever aan de zorg of is die norm in 2014 zo hoog gesteld dat men niet zo goed weet hoe dat geld zinvol te besteden? Investeert Nederland extra in defensie omdat het moet van Trump of omdat Europa Poetin-proof moet worden? En hoe dan? Hoe ver wil Nederland gaan in Europese samenwerking en levert dat echt bezuinigingen op, zoals GroenLinks hoopt? Hier ligt een kans voor een ouderwets links-rechts-gevecht met heldere keuzes. De campagne duurt nog maar een paar dagen.

Redacteur geopolitiek Michel Kerres schrijft om de week met Oost-Europa-expert Hubert Smeets over de kantelende wereldorde.

    • Michel Kerres