Sjinkie is wijzer en beter dan ooit

Sjinkie Knegt

Sjinkie Knegt (27) is een van de favorieten tijdens het WK shorttrack in eigen land. Hij rijdt in Ahoy als rustiger en volwassener man.

Sjinkie Knegt is op het WK in Ahoy een van de favorieten voor de titel. Foto BAS CZERWINSKI / ANP

Als je iemand tijdens het shorttracken een duw wilt geven zonder dat iemand het merkt, doe het dan midden in een bocht. Sjinkie Knegt denkt na en telt hardop het aantal camera’s rond de baan. Vijf, elke wedstrijd, maar daar in die bocht blijf je buiten beeld. Áls je die duw wil geven, hè? Dat was meer de oude Sjinkie, die eerder in zijn carrière zo veel risico nam dat hij elke ronde wel in de kussens kon liggen.

In Rotterdam staat tijdens het WK dat deze vrijdag begint een geduldiger Sjinkie op het ijs. Volwassener, hoewel hij met 27 nog steeds een broekie is vergeleken bij andere wereldtoppers als de Canadees Charles Hamelin (32) en de Rus Viktor An (31). Maar hij is wel zo oud en ervaren om te beseffen dat je er niets aan hebt om dusdanig te schaatsen dat je er een gebroken been aan kan overhouden, zoals hij zelf zegt op de woensdag voor het WK in restaurant Floyd in Ahoy.

Lilakleurige pick-up

De volwassen Sjinkie Knegt heeft inmiddels een dochtertje van anderhalf. De volwassen Sjinkie Knegt rijdt niet meer rond in een door hem opgeknapte oude lilakleurige pick-uptruck, maar in een hybride Volkswagen uit 2016. En de volwassen Sjinkie Knegt tekende deze woensdag, samen met Suzanne Schulting, het meest lucratieve sponsorcontract uit zijn carrière. Maar hij „had al niets te klagen hoor”.

Mensen die hem kennen zien inmiddels ook een andere Knegt: wijzer, rustiger, minder temperamentvol. De wereldkampioen van 2015 en Europees kampioen van 2012 en 2015 schaatst misschien wel beter dan ooit. „Hij is sterker, heeft meer power, hij is taaier”, zegt voormalig shorttracker Cees Juffermans, toernooidirecteur van het WK. „Hij rijdt tegenwoordig veel meer van voren. Ik zei in analyses altijd dat ik vond dat hij nog te afwachtend was, te veel van achteren zat. En dat is eng, want je hebt daar zo’n 30 à 40 procent meer luchtweerstand. Je moet het maar durven om negen ronden voor het einde tijdens een 1.500 meter tegenstanders te laten weten: ik ga op kop rijden, gast. En dan elk rondje doortrekken.”

„Dat is ook zelfvertrouwen”, zegt Wilf O’Reilly, oud-olympisch kampioen en disciplinemanager shorttrack bij schaatsbond KNSB. „Hij beseft dat op die manier rijden erbij hoort als je zijn status hebt.” O’Reilly vindt bovendien dat Knegt het ‘spel’ – want dat is het shorttrack volgens hem toch een beetje – als geen ander beheerst. „Je moet niet vallen, je moet geen straffen krijgen. Het gaat om punten sprokkelen. Hij begrijpt de spelregels. Haalt iemand je een keer lullig onderuit, beuk dan niet meteen terug.”

Temperament

Die verandering in zijn houding maakt hem volgens Juffermans ook een betere shorttracker. „Hij kanaliseert dat temperament uit het verleden beter. Hij weet dat je drie dagen goed moet zijn, dat je dus niet altijd risico kunt nemen. Je hoeft niet alles te winnen op een WK, je moet zorgen dat je de meeste punten pakt. Daarin is hij gegroeid. Dat is ervaring, maar hij zal ook nu hij ouder is steeds beter snappen waar hij mee bezig is.”

Een incident zoals in 2014 tijdens het EK in Dresden, toen hij na de aflossing beide middelvingers omhoog stak naar de Rus Viktor Ahn en foto’s daarvan de wereld over gingen, dat zal niet snel meer gebeuren. O’Reilly kijkt even glimlachend richting de grond. „Nee, hij realiseert zich nu wel hoe groot hij is en welke verantwoordelijkheid daarbij hoort. Maar hij heeft wel altijd een duidelijke mening gehad.”

Dat blijkt ook deze dag wel. Nederig en nuchter als hij ook is, als hem wordt voorgelegd dat hij als shorttracker toch wel lang moest wachten op dat sponsorcontract terwijl ze bij het langebaanschaatsen allemaal wel zo’n deal hebben, volgt een kleine sneer. „De sporten zijn onvergelijkbaar. Bij de langebaan wordt er gerust zoals laatst een wereldbekerwedstrijd uitgezonden waar geen kip in het stadion zit. Ja, daar zou ik als sponsor ook enthousiast van worden.”

Knegt heeft de afgelopen jaren ook geleerd thuis in het Friese Bantega beter zijn rust te pakken, zegt vriendin Fenna van der Wal, met wie hij al ruim tien jaar samen is. Misschien dat de geboorte van hun dochtertje daarbij heeft geholpen. „Je kijkt dan toch iets anders naar het leven, beseft meer wat er echt belangrijk is. Hij kan nu beter nee zeggen. Maar hij is nog steeds niet goed in nietsdoen. We zijn ons huis aan het verbouwen – althans, hij – en heeft zó veel ideeën, wil alles zelf doen. Dan moet ik soms zeggen: het is klaar, je hebt genoeg aan je hoofd.”

Dat er voor dit WK in een veld van favorieten het meest naar Knegt wordt gekeken, beseft hij. „Hij snapt dat dat een logisch gevolg is van zijn prestaties”, zegt Van der Wal. Maar die druk doet hem niet zoveel. En dat het in eigen land is kan hem dan weer weinig schelen. „Zet hem gerust op een achterafbaantje in Wit-Rusland neer voor een WK.” Knegt is bescheiden over zijn kansen, een podiumplek in het eindklassement en hij is al tevreden. Past bij zijn opvoeding, zo is de hele familie Knegt. Maar als Wilf O’Reilly iets zou kunnen bedenken dat nog beter kan bij hem: „Dat hij de overtuiging kan hebben dat hij de beste van de wereld is. Niet dat hij dat meteen is, maar wel het besef dat hij dat weleens zou kunnen zijn.”

    • Frank Huiskamp