Opinie

    • Harald Merckelbach

Psychiaters kunnen beter hun mond houden over Trump

In de VS circuleert een tweetal petities met deze strekking: Trump heeft een psychische stoornis en daarom is hij ongeschikt voor het ambt van president. De petities zijn inmiddels door honderden psychiaters en psychologen ondertekend. Wat dat over hen zegt? Niet veel goeds.

Wat allereerst opvalt, is dat de shrinks het maar niet eens kunnen worden over het ziektebeeld. Trump lijdt aan een kwaadaardige vorm van narcisme, zegt het ene groepje. Nee, hij heeft last van paranoïa, beweert de andere club. Maar nee toch, betoogt het derde smaldeel, hij is een pathologische leugenaar. Hij vertoont een demente aftakeling, meent weer een vierde groep. Wat is het nou?

Op het internet kun je tientallen uren naar The Donald kijken. Je kunt zien hoe de man zich in de afgelopen decennia heeft ontwikkeld. Als je zo nodig een diagnose wilt stellen, moet al dat beeldmateriaal toch voldoende zijn voor een eensluidende conclusie? Tenzij natuurlijk die hele psychiatrische diagnostiek geen ene moer voorstelt. Als ik leek was, zou ik dat denken.

De meest excentrieke diagnose die ik tegenkwam, was van ene dr. Beutler („al meer dan dertig jaar in het vak”). Kijk, schreef hij, Trump zou best wel eens neurosyfilis kunnen hebben. Trump hield er in de jaren 80 namelijk een promiscue levenswandel op na. Toen heeft hij wellicht deze besmetting opgelopen en die is hem nu in de bol geslagen. Daarom moet Trump dringend contact opnemen met zijn huisarts. Want dokters kunnen gelukkig iets aan neurosyfilis doen.

Van Trump een patiënt maken, is verdwalen in politieke retoriek

Dr. Beutler houdt wat slagen om de arm en daarom heeft zijn bijdrage aan de openbare patiëntbespreking van Trump nog wel iets sympathieks. Maar veel connaisseurs zijn er zeker van dat hun diagnose de juiste is. „Ik geloof met honderd procent zekerheid dat Trump voldoet aan de criteria van een onbehandelbare persoonlijkheidsstoornis”, beweert zo een aan de universiteit van Harvard verbonden psychiater.

De hulpverleners die Trump een enge ziekte proberen aan te wrijven, mogen best een toontje lager zingen. De geschiedenis van hun vak is bezaaid met collega’s die zich ernstig vergaloppeerden. Freud is een pijnlijk voorbeeld. Het was de Weense wonderdokter in hoogsteigen persoon die samen met een Amerikaans diplomaat een boek schreef over Woodrow Wilson, Amerikaans president van 1913 tot 1921. De diplomaat was door Wilson aan de kant gezet en had dus nog een appeltje met hem te schillen. En zo regende het mentale afwijkingen in de analyse die Freud en deze diplomaat van president Wilson ten beste gaven. Het was diepe neurose hier en infantiel conflict daar. Want zie toch hoe gek Wilson zich gedroeg: hij instrueerde mensen die hij ontmoette om in zijn rechter blikveld te gaan staan.

Wat Freud niet besefte, was dat Wilson een hersenbloeding had gehad, daardoor blind raakte voor zijn linker visuele veld en zodoende die merkwaardige gewoonte had ontwikkeld. Nog belangrijker: in de eerste jaren van zijn presidentschap deed Wilson het volgens vriend en vijand heel behoorlijk. Freuds analyse van Wilson was niet alleen overhaast, maar ook totaal overbodig.

Over voorbarige conclusies gesproken: ik las ergens een interview met een Nederlandse therapeut die meent dat Trump een psychopatische karakterstoornis heeft. De therapeut: „Ja, ik zag zelf tijdens de inauguratie ook aanwijzingen in die richting. Trump toonde geen enkele emotie, iedere expressie ontbrak. Hij zocht ook geen oogcontact met zijn vrouw en zoon. Dat zijn wel kenmerken van een psychopaat.”

Oh jeetje. Ik moest denken aan hoe Poetin over rode lopers marcheert. Dat doet hij op een manier waarbij hij met zijn rechter arm minder zwaait dan met zijn linker. Liefhebbers van turbo-diagnostiek kunnen daarin een vroeg symptoom van de ziekte van Parkinson zien. Maar de Nijmeegse neuroloog Bas Bloem legde in de British Medical Journal (december 2015) op briljante wijze uit dat er een betere verklaring is: Poetin komt uit de KGB-stal en daar word je geleerd om de rechter hand altijd in de buurt van je holster te houden. Voor het geval dat. Die asymmetrische zwaai is dus niet een kwestie van ziek zijn, maar van aanleren.

Wat heeft Trump aangeleerd? Dat het de moeite loont om tierend en bluffend van talkshow naar persconferentie te trekken. Zo’n doldrieste blaaskaak heeft amusementswaarde. Van Trump een patiënt maken, is verdwalen in politieke retoriek. Het is ook beledigend voor mensen met psychische problemen. De meesten van hen zijn bescheiden, stil en ongevaarlijk; velen leveren een waardevolle bijdrage aan de samenleving.

Daarom: het probleem dat Trump heet, is echt een paar maten te groot voor de divan. Cabaretiers die zijn slechte manieren imiteren, journalisten die hem laten struikelen over zijn alternatieve feiten en juristen die hem met zijn hoofd tegen het beton van de rechtstaat laten lopen, kunnen wat uitrichten. Shrinks doen er wijs aan hun mond te houden.

Harald Merckelbach is hoogleraar rechtspsychologie aan de universiteit van Maastricht

    • Harald Merckelbach