Galina Arboezova in het huis van haar stiefvader, schrijver Konstantin Paustovski, in Moskou: ‘Hij was hier gelukkig’

foto Konstantin Salomatin

Rouwen om het Rusland van Konstantin Paustovski

De autobiografie van Konstantin Paustovski was lange tijd niet verkrijgbaar. Nu is het eerste deel van een nieuwe, herziene editie verschenen in de Russische Bibliotheek. Reden voor een gesprek met zijn stiefdochter Galina Arboezova.

Galina Arboezova rouwt. In de eerste plaats om haar eind 2015 overleden man, de kinderboekenschrijver Vladimir Zjeleznikov, maar ook om Rusland. En dan vooral om het Rusland van haar stiefvader, de schrijver Konstantin Paustovski (1892-1968), dat een schemeroorlog voert tegen zijn Slavische buur- en broederland Oekraïne.

„Mijn vader was een patriot”, zegt ze, thuis in Moskou. „Hij hield van zijn land en zou niets met het huidige Oekraïense nationalisme te maken willen hebben, ook al was hij deels zelf Oekraïener. En nu is ook onze intelligentsia tot op het bot verdeeld geraakt over die oorlog en de Russische annexatie van de Krim. Ze vergeten dat de Krim, net als Odessa, altijd Russisch grondgebied is geweest. De Oekraïeners hebben nooit een roebel besteed aan het onderhoud van historische gebouwen of musea. Alles in hun land is in verval. Wat niet wil zeggen dat ik de oorlog in de Donbass goedkeur.”

Het is krachtige taal uit de mond van de 81-jarige kunsthistorica en scenarioschrijfster, die de schatbewaarder van Paustovski’s nalatenschap is. Ik bezoek haar ter gelegenheid van het verschijnen van het eerste deel van Paustovski’s epische autobiografie Verhaal van een leven – met de boeken Verre jaren en Onrustige jeugd – in de Russische Bibliotheek van Van Oorschot. Het doet haar goed dat haar stiefvader nog altijd geliefd is bij veel Nederlandse lezers, wat onder meer komt door vertaler Wim Hartog, die hem voor Nederland heeft ontdekt.

Galina Arboezova woont in Paustovski’s ruime tweekamerappartement, in de mooiste van de Zeven Zusters, de in 1948 in opdracht van Stalin gebouwde wolkenkrabbers die het Moskouse centrum omringen. „Het appartement werd hem na de dood van Stalin door de Schrijversbond toegewezen”, zegt ze. „De laatste vijftien jaar van zijn leven was hij hier zeer gelukkig met mijn moeder, de actrice Tatjana Arboezova.”

Paustovski’s werkkamer met de boekenkasten, de schrijftafel en de robuuste groene fauteuils, is sinds zijn dood onaangetast gebleven. Het is alsof Paustovski elk moment binnen kan lopen.

Rusland bestaat over vijfentwintig jaar niet meer, want dan is het uiteengevallen

Uw moeder was Paustovski’s derde echtgenote. Wanneer hebben ze elkaar leren kennen?

„Op nieuwjaar 1938, in Jalta, in een kunstenaarskolonie. Ik was drie jaar oud. Ze waren beiden met anderen getrouwd. Mijn vader, een dramaturg, kwam thuis en vertelde dat hij zo’n voortreffelijke schrijver had leren kennen. Terug in Moskou werd Paustovski algauw verliefd op mijn moeder en kwam met bloemen aanzetten. Na het uitbreken van de oorlog in 1941 werden we geëvacueerd, eerst naar Tsjistopol, daarna naar Alma Ata. Daar kregen Paustovski en mijn moeder een verhouding.

„Terug in Moskou zei Paustovski tegen haar dat hij niet bij zijn gezin weg kon. Van verdriet is mijn moeder toen naar Grodno in Wit-Rusland verhuisd om er een Russisch theater op te richten. Maar ze bleven elkaar dramatische brieven schrijven. Toen mijn moeder in 1948 naar Moskou terugkeerde en Paus- tovski weer ontmoette, heeft hij toch voor haar gekozen.”

Hoe zag het leven van Paustovski er in die dagen uit?

„Toen mijn moeder met hem trouwde, bezat hij helemaal niets, zelfs geen warme kleren of geld. Eerst woonde hij nog in een Schrijvershuis, maar daarna betrok hij met mijn moeder een kamer in een kommoenalka (een gemeenschappelijke woning, waar meer gezinnen keuken, wc en badkamer deelden, red.). Na Stalins dood in 1953 – Paustovski was inmiddels beroemd dankzij de publicatie van zijn herinneringen – kreeg hij dit appartement toegewezen. De laatste twintig jaar van zijn leven ging het hem voor de wind.”

Paustovski heeft zich in zijn boeken nooit over het leven onder Stalin uitgelaten. Waarom niet?

„Hij moest voorzichtig zijn met wat hij schreef. In 1946 wilde het regime zijn werk ineens niet meer uitgeven. Ze hielden niet van hem, omdat hij niet aan het communisme wilde deelnemen. Daar hadden ze natuurlijk gelijk in, want hij is nooit communist geweest.”

Na Stalins dood nam hij het wel op voor Isaak Babel, die in 1940 op last van Stalin was geëxecuteerd.

„In 1956 en 1958 heeft hij Babel verschillende keren verdedigd, door zijn onschuld te benadrukken. Twee keer deed hij dat op een bijeenkomst van de Schrijversbond en één keer in een ingezonden brief in een literair tijdschrift. Wel vond hij dat Babel zijn ondergang aan zichzelf te wijten had, omdat hij omging met de politieke elite en bovendien een verhouding had gehad met de vrouw van Jezjov (het hoofd van de geheime politie, die in 1940 ook op last van Stalin werd geëxecuteerd, red.)”

Kunt u verklaren waarom Paustovski, anders dan zijn vriend Babel, de Stalin-terreur heeft overleefd en ook daarna nooit is gearresteerd?

„Het is een groot raadsel. Net zo goed kun je je afvragen waarom Anna Achmatova en Boris Pasternak in leven bleven en Mandelstam en Meyerhold werden gearresteerd. Niemand weet het antwoord. In de Sovjet-Unie besliste tenslotte niet de staat over iemands lot, maar alleen Stalin, die alle lijsten met gearresteerden las en bepaalde wie welke straf kreeg.

„Maar het is ongetwijfeld Paustovski’s redding geweest dat hij er altijd voor zorgde om, als het erom spande, ver weg van Moskou te zijn. Hij reisde het hele land rond, wisselde vaak van woonplaats en bleef zo ongrijpbaar voor de lokale repressie-instanties.

„Toen hij zich na de dood van de dictator kritisch durfde op te stellen, kon hij zich dat alleen veroorloven dankzij zijn populariteit. Sinds de oorlog was hij een gevierd en geliefd schrijver, wiens herinneringen in grote oplagen verschenen. De eerste half miljoen exemplaren van zijn verzameld werk waren in twee weken uitverkocht. Aan het eind van zijn leven was hij meer dan beroemd, hij was een heilige.”

Hoe heeft u het dagelijks leven onder Stalin zelf ervaren?

„Zij die al eens gearresteerd waren en vreselijke dingen hadden meegemaakt, verkeerden in een permanente angst. Maar voor anderen ging het leven gewoon door. Mijn eerste man, Andrej Volkonski, was de zoon van emigranten, die in 1948 uit Parijs naar de Sovjet-Unie terugkeerden, samen met een hele trein Russische patriotten. Hij had aan het Parijse conservatorium gestudeerd en speelde piano, klavecimbel en orgel. Toen ik met hem trouwde werd zijn beste vriend Nikita Krivosjenko gearresteerd. Vanaf dat moment begonnen ze Andrej te schaduwen. Hij werd gek van angst en belandde in een psychiatrische inrichting.

„De componisten Sjostakovitsj en Grennikov zijn toen naar het Centraal Comité gestapt en hebben uitgelegd dat ze Andrej ongemoeid moesten laten, omdat hij de hoop was van de Russische muziek. Een maand later werd hij uit het gesticht ontslagen.

„Enige tijd later liepen Andrej en ik in het centrum van Moskou, waar we op de voet werden gevolgd door een zwarte auto met mannen in zwarte pakken. Het was ware psychische intimidatie. Ze volgden ons de hele dag, waar we ook gingen. ’s Avonds waren we bij vrienden op bezoek. We hadden wat gedronken, jong als we waren. En toen we weggingen, stonden twee van die mannen bij de deur. Ze vroegen waar we heen gingen, maar deden niets. Ook dat was niet meer dan intimidatie door de KGB. In ons geval bleef het daarbij; anderen werden gearresteerd.

„Na Stalins dood waren ook degenen die wél werden opgepakt, niet meer zo bang voor het regime als daarvoor. Neem de mensenrechtenactivist Aleksandr Ginzboerg. Hij werd sinds de jaren zestig wel vier keer gearresteerd, maar kende nooit angst.”

Hoe staat u tegenover het bewind van Vladimir Poetin?

„Ik heb altijd al een hekel aan dit regime gehad. Maar wat kun je eraan doen. Het was in dit land altijd vreselijk. Tijdens de perestrojka en de eerste jaren van Jeltsin hadden we nog hoop en meenden we dat de ellende voorbij was. Maar toen de privatisering begon, beseften we dat het mis zou gaan.

„Tegenwoordig zijn we weer terug bij af. De censuur is terug, over Memorial (de mensenrechtenorganisatie die zich bezighoudt met de Stalin-terreur, red.) hoor je niets meer. En het volk zwijgt – wat niet wil zeggen dat het gelukkig is. Want het is nog altijd hetzelfde als in de hele Russische geschiedenis. Het volk protesteert niet, het zwijgt. Het is precies zoals Poesjkin schrijft in Boris Godoenov. Iemand als Paustovski durfde ten minste zijn mond open te doen.”

Hoe ziet u de toekomst van Rusland?

„Ach, dat bestaat over vijfentwintig jaar niet meer, want dan is het uiteengevallen. Er is een generatie opgegroeid, die alleen aan zichzelf denkt en veel geld wil hebben. En zodra ze miljonair zijn, vertrekken ze.

„Het afgelopen jaar zijn tussen de 800.000 en 1 miljoen Russen geëmigreerd. Allemaal specialisten, professoren, hoog opgeleide mensen. Uiteindelijk blijft er hier niemand over.”

Lees ook: Heksenjacht en heldenmoed. Onze recensie van vorig jaar van de dagboeken, verhalen en brieven van Paustovski.
    • Michel Krielaars