‘Sinds 2015 zeker 2.000 doden in Turks-Koerdisch conflict’

Dat stelt de VN in een rapport waarin Turkije beschuldigd wordt van mensenrechtenschendingen.

Satellietfoto's laten de verwoestingen zien van de stad Sur in de provincie Diyarbakir. Bovenstaande foto is genomen op 22 juni 2015, onderstaande foto op 26 juli 2016. Foto AP

De VN-Mensenrechtenraad beschuldigt Turkije van grove schendingen van de mensenrechten in het zuidoosten van het land. Daarbij zijn het afgelopen anderhalf jaar zeker 2.000 doden gevallen, zo schrijft persbureau AP op basis van het het rapport van de VN.

Tussen juli 2015 en december 2016 zijn in de overwegend Koerdische regio meer dan 500.000 mensen ontheemd geraakt. Satellietbeelden tonen volgens de VN “grootschalige vernieling van huizen aan met behulp van zware wapens”. Wegens de zware vernielingen hebben tussen de 335.000 en 500.000 mensen, overwegend Koerden, hun woonplaats moeten ontvluchten.

Lees ook: Diyarbakir ligt in puin, de Koerden zijn er wanhopig

Opheffen wapenstilstand

De Turks-Koerdische Arbeiderspartij PKK voert de afgelopen dertig jaar een bloedige guerrilla tegen het Turkse leger voor een eigen staat. In 2013 leek aan die strijd een einde te komen, nadat de PKK en de Turkse regering een wapenstilstand afkondigden. Dat ging ging twee jaar goed, tot in 2015 de wapenstilstand betekenisloos werd nadat Turkije aanvallen uitvoerde op onder meer schuilplaatsen van PKK-rebellen.

De Hoge Commissaris voor de Mensenrechten, Zeid Ra’ad al-Hussein, heeft in een verklaring laten weten dat Turkije de “zeer ernstige aantijgingen” in het 25 pagina’s tellende rapport in twijfel trekt. Het brengt er tegenin dat Turkse veiligheidstroepen en andere personen werden aangevallen door de PKK, die zich ook aan schendingen schuldig zou hebben gemaakt.

    • Maarten Back