‘Je hoorde het getik door het hele gebouw’

De eerste baan

Cisca Dresselhuys (73) weet op haar twaalfde al zeker: „Ik word journalist.” Op haar achttiende mag ze bij dagblad Trouw aan de slag als telexiste.

Foto Lars van den Brink

Net achttien is ze, als haar moeder een brief naar de hoofdredacteur van dagblad Trouw schrijft: ‘Mijn dochter wil graag de journalistiek in.’ Felrood gelakte nagels beelden het tikkend op de tafel uit: „Geachte heer J-A-H-J-S Bruins Slot.”

Daar kwam natuurlijk meteen een afhoudende brief op terug, lacht de voormalig hoofdredacteur van feministisch maandblad Opzij nu, bijna zesenvijftig jaar later: „Prachtig vak, mooi vak, maar een gevaarlijk vak voor een jong meisje. Uw dochter moet zich nog maar eens afvragen of dat iets voor haar is.” Een cijferlijst opsturen, dat mocht wel. „De man dacht natuurlijk: dan hoor ik niets meer van die vrouw uit Limburg. Nou, mooi wel.”

Het resulteert in een afspraak met de chef van de Utrechtse regioredactie van Trouw. „Ik weet nog precies wat ik aan had: een bruin katoenen, bij de nonnen gemaakt pakje, met een wijde rok en pumps. Er was me verteld dat de chef een lichtgele Opel Kapitän reed. Eenmaal op het station aangekomen liep er niemand op me af, dus ben ik die auto gaan zoeken.” Weer tikt Dresselhuys op de tafel: tak-tak – zo tikte ze op het raampje van de Opel. „Achteraf bleek dat-ie expres was blijven zitten, om te testen of ik wel bijdehand genoeg was.”

Telexiste

Als dochter van een dominee heeft Dresselhuys eigenlijk geen idee waar de ambitie vandaan komt – familieleden beoefenen het vak niet, een journalist heeft ze nog nooit in het wild gezien.

Op de Utrechtse regioredactie mag ze aan de slag als telexiste, die is toch nodig. Met de telex worden artikelen naar de eindredactie in Amsterdam ‘gefaxt’. „Een vreselijke herrie maakte dat ding, het getik klonk door het hele gebouw. Ik zat in een apart kamertje, met de deur dicht.” Op de redactie van Trouw in Amsterdam staat naar verluidt nog zo’n oude telex. Helaas, het blijkt toch een gewone typemachine. „Dat moet je de lezers dus wel melden hè”, roept Dresselhuys vanachter het apparaat. „Anders krijg je boze brieven.”

Lees ook ‘De eerste baan’ van vorige week: ‘Deed je het fout, dan was je een half uur uitgeschakeld’

Amateurtoneel

Hoewel ze blij is met elke taak die ze krijgt („Al had ik er koffie moeten zetten”), is de verslaggeving wel het uiteindelijke doel. Als vier van de zes collega’s ziek worden, grijpt Dresselhuys die kans zichzelf te bewijzen. „Dan mocht ik naar de politie, om te horen of er mensen van hun fiets waren gevallen. Of naar de plaatselijke amateurtoneelvereniging, die ik vervolgens onderuit de zak gaf alsof ik in de stadsschouwburg zat.”

Die geldingsdrang bracht haar waar ze nu is – na 20 jaar Trouw en 27 jaar Opzij, zit ze nog steeds nauwelijks stil. Toch heeft ze ook veel te danken gehad aan haar baas, denkt ze achteraf. „In die tijd stelde de hoofdredactie van het Algemeen Handelsblad openlijk dat vrouwen niet thuishoorden op een redactie. Mijn chef, net dertig en zeer tegendraads, vond het daarom wel mooi, zo’n jong meisje op de redactie. Al was-ie wel erg streng.”

En die gevaarlijke wereld voor meisjes? „Daar heb ik nooit iets van gemerkt. Ik heb eens meegemaakt dat een voorlichtingschef van de politie mij in zijn Volkswagen naar huis bracht en probeerde te zoenen. Maar dat heb ik toch goed overleefd.”

    • Anne Corré