Cultuur

Interview

Interview

Foto Lars van den Brink

Stijn Franken: ‘Het is onder de gordel te suggereren dat Holleeder mij manipuleert’

Stijn Franken Advocaat Stijn Franken zou Willem Holleeder van geheime informatie hebben voorzien. „Het is het meest kwalijke verwijt dat je een advocaat kunt maken.”

Advocaat en hoogleraar Stijn Franken: „Het is heel simpel: Holleeder manipuleert mij niet. Ik ben niet chantabel.” Foto Lars van den Brink

Een professor tevens advocaat die zich door de penoze als postbode laat gebruiken. Het zijn geen geringe beschuldigingen die De Telegraaf twee weken geleden publiceerde. Stijn Franken, al bijna 25 jaar gerenommeerd strafpleiter en sinds 2003 hoogleraar straf(proces)recht aan de universiteit van Utrecht, zou crimineel Willem Holleeder in de extra beveiligde gevangenis (EBI) in Vught op slinkse wijze van geheime informatie hebben voorzien. Hij zou brieven uit de onderwereld de strafinrichting in hebben gesmokkeld. Het Openbaar Ministerie zou volgens de krant woedend zijn.

In het artikel van John van den Heuvel geeft misdaadverslaggever Peter R. de Vries commentaar op het handelen van de raadsman die hij een ‘postduif’ noemt. „Onbegrijpelijk dat hij zich hiervoor heeft geleend. Dat is geen ongelukje, dat is keiharde opzet”, oordeelde De Vries.

Wat dacht u toen u die ochtend De Telegraaf open sloeg?

„Er zijn betere ochtenden denkbaar. De eerste journalisten hingen al om kwart voor zeven aan de telefoon op zoek naar een reactie”, vertelt Franken (49 jaar). De strafrechtjurist gaf geen commentaar. Comme d’habitude want Franken treedt zelden naar buiten als advocaat. Gelet op de ernst van de beschuldigingen dat hij als handlanger zou hebben gehandeld van de man die ervan wordt verdacht verscheidene liquidaties te hebben georganiseerd en dat hij daardoor de veiligheid van getuigen in gevaar te heeft gebracht, wil de advocaat na enige bedenktijd toch reageren. Eenmalig.

„Het zijn valse beschuldigingen. Ze raken een advocaat in het hart van zijn beroep. Het is het meest kwalijke verwijt dat je een advocaat kunt maken. Ik moet dit rechtzetten om te voorkomen dat de leugen blijft hangen.”

Privileges

‘Let op verborgen camera’s’, waarschuwt een sticker bij de voordeur van het pand in de Vondelstraat waar Stijn Franken met vijf collega’s kantoor houdt. De advocaat die furore maakte als raadsman van onder anderen verpleegkundige Lucia de Berk (verdacht van de moord op jonge kinderen en oude mensen) en van Volkert van der G. (moordenaar van Fortuyn) doet zelf open.

Franken begint met een college over de privileges van de advocaat in het strafproces: het recht op vertrouwelijke communicatie met de cliënt, het verschoningsrecht en de geheimhoudingsplicht. Een raadsman moet zijn gedetineerde cliënt vrijelijk kopieën van stukken kunnen geven. „Uitgangspunt is dat je als advocaat geen post van derden mee naar binnen mag nemen. Maar dat kan bij een sterk verdedigingsbelang anders zijn. Stel ik krijg een brief voor een verdachte cliënt: ik kan jou een alibi geven want je was de avond van het misdrijf bij mij. Dan moet ik zo’n brief met cliënt kunnen bespreken en die dus kunnen meenemen.”

Vrijelijk stukken geven aan een cliënt in de EBI lukt trouwens geen enkele advocaat. De gedetineerde zit altijd achter glas. De raadsman kan papieren alleen in een open enveloppe aanbieden aan gevangenisbewaarders die deze na controle doorgeven.

Holleeder is in december 2014 opgepakt op verdenking van betrokkenheid bij liquidaties in de onderwereld. Sinds maart 2015 zit hij in de EBI. In april 2016 zijn bij een doorzoeking in zijn cel drie brieven van een vrouw aangetroffen. Die doorzoeking vond plaats nadat de verdenking was gerezen dat Holleeder vanuit zijn cel een moordaanslag op Peter R. de Vries en zijn twee zussen zou hebben beraamd.

Brieven

Na de uiteenzetting over taken en plichten van de raadsman volgt meteen een bekentenis van Franken. „Brieven van juli en augustus 2015, moet ik constateren, zijn door mij naar binnen gebracht en aan Holleeder bezorgd. Die twee brieven, die niet relevant zijn voor de strafzaak, zijn eenmalig en per ongeluk, kort na de verhuizing van mijn kantoor, samen terecht gekomen in een enveloppe waarin ik kopieën stop van bijvoorbeeld dossierstukken. Een fout waar ik voor verantwoordelijk ben. Het ging niet om brieven met geheime gecodeerde boodschappen of zoiets. Het waren twee brieven van een vrouw die heel regelmatig brieven voor Holleeder naar ons kantoor stuurde. Het was een slordigheid die ook bij de controle kennelijk niet is opgemerkt. Geen kwaadwillende smokkel, daar leen ik me niet voor.”

Een derde brief van dezelfde vrouw die door Franken zou zijn binnengesmokkeld, is volgens de advocaat door de vrouw rechtstreeks verstuurd naar Holleeder toen hij nog in een andere strafinrichting zat.

Over de vondst van de brieven heeft Franken vorig jaar gesproken met de deken van de Amsterdamse orde van advocaten Pieter van Regteren Altena en met het OM. „Ik heb mijn fout toegegeven. Men heeft mij laten weten niet te twijfelen aan mijn integriteit. Het was een afgesloten hoofdstuk, al in april 2016.” De deken bevestigt die lezing.

Recentelijk is er een nieuwe kwestie ontstaan. De Amsterdamse hoofdofficier van justitie Theo Hofstee heeft tegenover de deken zijn zorgen uitgesproken over de contactfrequentie tussen Franken en Holleeder. De advocaat heeft in mei 2016 na klachten van zus Sonja Holleeder en ex-vriendin Sandra de verdediging van Holleeder in de liquidatieonderzoeken neergelegd. Hij deed dat na een „dringend advies” van de deken. Hij had eerder ook Sandra bijgestaan en omdat zij verklaringen tegen Holleeder had afgelegd, zouden er mogelijk conflicterende belangen kunnen ontstaan. Ook over de frequentie van zijn contacten met Holleeder sprak Franken met het OM en met de deken, die kenbaar heeft gemaakt dat hij de zorgen van de hoofdofficier van justitie niet deelt.

Waarom en hoe vaak bezocht u sinds mei Holleeder?

„Ik ben nog steeds de raadsman van Holleeder in twee strafzaken: de zaak waarin het OM ruim 17 miljoen euro eist van Holleeder omdat hij dit geld zou hebben afgeperst van onder meer vastgoedhandelaar Willem Endstra en de zaak waarin hem een straf van 3 jaar en 4 maanden is opgelegd wegens het bedreigen van Peter R. de Vries. In die laatste zaak loopt cassatie. Bovendien heb ik me mede op uitdrukkelijk verzoek van het OM en de rechter-commissaris bemoeid met de zoektocht naar een nieuwe raadsman voor Holleeder in het liquidatieproces.”

„Ik heb Holleeder twaalf maal bezocht. Vijf van die bezoeken vonden plaats in het kader van het zoeken naar een nieuwe raadsman. Daarna heb ik hem nog zeven maal bezocht. Dat is een frequentie van eenmaal per maand. Het is niet aan de buitenwereld of aan het OM om te bepalen of dat veel is of niet. Maar bovenal: mijn contacten met Holleeder staan ook in het teken van het menselijk aspect van mijn vak.’’

Het menselijk aspect ?

„Advocaten worden geacht steun te geven aan verdachten die het moeilijk hebben. In het college dat ik sinds haar vrijlating eenmaal per jaar samen met Lucia de Berk geef aan mijn studenten in Utrecht, heeft zij verteld dat het belangrijk was dat ik haar regelmatig bezocht. Gewoon een sociaal bezoek, als ze het zwaar had. Holleeder zit gedetineerd in het strengst denkbare regime. Hij heeft er voor gekozen geen contact te hebben met de buitenwereld, behalve met zijn advocaten. Juist om te voorkomen dat de gedachte kan ontstaan dat hij met handgebaren of met versluierd taalgebruik aan derden opdrachten doorgeeft. In die situatie is het mijn taak hem te steunen door één keer in de maand langs te gaan.”

Dan praat u met hem gewoon over Boer zoekt Vrouw of Ajax?

„Soms wel ja. Al is hij volgens mij geen groot voetbalkenner en Boer zoekt Vrouw kijkt hij niet. ”

Critici zullen zeggen dat de klacht over de veelheid van uw bezoeken bewijst dat Holleeder nu zelfs professor Franken weet te manipuleren. ‘Ieder contact met fatsoenlijke mensen corrumpeerde hij direct om hen chantabel te maken’, schrijft zus Astrid over Holleeder in haar boek Judas.

Het is heel simpel: Holleeder manipuleert mij niet. Ik ben niet chantabel. Het is onder de gordel te suggereren dat ik word gemanipuleerd om mijn positie te misbruiken”.

Herkent u wel dat beeld van Holleeder als de Grote Manipulator?

„Ik kan daar niet veel over zeggen. Dat raakt mijn geheimhoudingsplicht. Ik heb met Holleeder altijd goed kunnen werken in de negen jaar dat ik hem bijsta en volgens mij hebben we een sterke vertrouwensband.”

Waarom is Holleeder eigenlijk een interessante cliënt voor u?

„Ik denk dat voor veel raadslieden geldt dat je voor dit zaken advocaat bent. Grote zaken waarbij heel veel op het spel staat. Er wordt veel van je gevraagd en je verantwoordelijkheid is groot. Dus waarom zou ik het niet doen? Ik ben in de luxe positie dat ik de zaken kan doen die ik leuk vind.”