Opinie

Hoera voor vertrekkende Tweede Kamer die grotere rol wist op te eisen

Hoewel de geluiden uit de verkiezingscampagne wellicht anders doen vermoeden – een recordaantal lijsttrekkers heeft zich reeds aangemeld voor het premierschap – gaat het komende woensdag toch echt in de eerste plaats om de samenstelling van de Tweede Kamer en niet om de vorming van een kabinet. Welke 150 mannen en vrouwen gaan de komende vier jaar het Nederlandse volk vertegenwoordigen?

Met de verkiezingen wordt tevens afscheid genomen van de huidige Tweede Kamer die op 20 september 2012 werd geïnstalleerd. Van de 150 leden die toen de eed dan wel de belofte aflegden zijn er tussentijds 30 verdwenen. Daarbij zijn de verkozenen die naar het kabinet gingen niet meegerekend. Kortom, één op de vijf mensen die in 2012 een mandaat van de kiezers kreeg, heeft dat mandaat niet afgemaakt. Het is een treurigstemmend aantal. Zo slordig zou niet mogen worden omgegaan met het door de kiezer geschonken vertrouwen.

Met de aard van het parlementaire werk kan de hoge omloopsnelheid niet te maken hebben. De nu bijna voorbije zittingsperiode van de Tweede Kamer mag worden gekarakteriseerd als de terugkeer van het dualisme. Na decennia van beklemmende regeerakkoorden waarbij de speelruimte voor de Tweede Kamer varieerde tussen nul en zeer beperkt heeft de volksvertegenwoordiging zich tijdens het tweede kabinet Rutte volop kunnen manifesteren.

Dat is een positieve ontwikkeling die vanzelfsprekend allereerst alles te maken heeft met de wankele basis waarop VVD en PvdA hun coalitie destijds baseerden. Beide partijen beschikten bij hun aantreden over een bescheiden meerderheid van 79 zetels van de 150 zetels. Als gevolg van verschillende afsplitsingen kunnen VVD en PvdA nu nog maar rekenen op 75 zetels. In de Eerste Kamer beschikte het kabinet al vanaf het begin niet over een meerderheid.

Het kabinet moest dus wel met andere partijen dan die van de coalitie samenwerken. Dat was vaak spannend en moeizaam, maar het heeft wel tot resultaten geleid. Meest in het oog springend is het zogeheten ‘herfstakkoord’ van oktober 2013 waarbij de coalitie steun van oppositiepartijen D66, ChristenUnie en SGP moest ‘kopen’. Het leidde onder andere tot meer geld voor onderwijs, defensie en extra maatregelen om de werkgelegenheid te stimuleren.

Belangrijker dan het beleidsmatige aspect is dat de noodgedwongen samenwerking heeft gezorgd voor een meer assertieve en meer initiatieven nemende Tweede Kamer. De cijfers spreken voor zich. Het afgelopen jaar werden 28 initiatiefwetsontwerpen ingediend. Ook het aantal aanvaarde amendementen nam tijdens de nu bijna voorbije kabinetsperiode flink toe. In Angelsaksische landen worden parlementariërs wel aangeduid als ‘lawmakers’, wettenmakers. Medewetgevers zijn Nederlandse volksvertegenwoordigers uit hoofde van hun wettelijke taak vanzelfsprekend ook, maar het woord heeft nu in de praktijk aanzienlijk meer inhoud gekregen.

Midden jaren zeventig van de vorige eeuw hield toenmalig Tweede Kamervoorzitter Anne Vondeling (PvdA) in zijn boek Tweede Kamer, lam of leeuw? een vurig pleidooi voor een meer zelfstandig, minder naar het kabinet buigende volksvertegenwoordiging. Zijn woorden hadden toen weinig resultaat: in de jaren daarna nam het monisme alleen nog maar toe. Maar afgelopen jaren bleek de situatie anders. Er was volop ruimte voor de Tweede Kamer en die heeft daarvan gebruik gemaakt. Zoals het hoort in een volwassen democratie.