Angst voor de macht? Wilders laat er niks van zien

Geert Wilders

Of zijn beveiligers er nu zijn of niet, hij loopt altijd snel. Hij wiebelt op zijn voeten voor camera’s. Heel soms recenseert hij zichzelf – in het buitenland. Petra de Koning volgde een jaar lang Geert Wilders’ optredens.

Geert Wilders bezoekt Dordrecht om te flyeren tegen het akkoord tussen de EU en Oekraïne. Foto Remko de Waal/ ANP

In de Sint Janskerk in Maastricht zijn net twee slachtoffers herdacht van de aanslag op de Brusselse luchthaven: een broer en een zus, twintigers nog. In een hoek op het Vrijthof liggen bloemen en kaarten. Het is vrijdag 1 april.

In Limburg is de PVV na het CDA de grootste partij en je zou kunnen denken: als de PVV-leider ergens welkom is, dan hier. Maar PVV-fans zijn er bijna niet als Geert Wilders om elf uur aankomt op de Markt, met flyers tegen het EU-Oekraïneverdrag – over een paar dagen is het referendum. Er zijn ook weinig camera’s.

Twitter avatar geertwilderspvv Geert Wilders Flyeren in het mooie Maastricht! #referendum https://t.co/1W6q1A4w30

Wie er wel zijn: zo’n vijftig anti-Wilders-demonstranten die dicht bij hem proberen te komen en roepen dat Wilders een racist is en vluchtelingen welkom zijn. Ze komen ook vanuit zijstraatjes op hem af. De politie is nerveus, Wilders glimlacht vaak, maar ziet er gespannen uit. Ze lopen door de Muntstraat en dan rechtsaf de Grote Staat in.

Op het Vrijthof heeft de lokale zender L1 een vraag – over Wilders’ ex-woordvoerder Michael Heemels, uit Limburg, die geld uit de partijkas blijkt te hebben gebruikt voor zijn verslaving. „U verliest in Limburg nu alweer een gezichtsbepalende PVV’er. Wat vindt u daarvan?”

„Ja, ik ga ervandoor”, zegt Wilders en hij stapt in zijn gepantserde wagen.

Het bezoek dat een half uur zou duren is na ruim een kwartier voorbij. Op de website van RTL Nieuws en de Telegraaf staat ’s middags: ‘Wilders uitgejouwd in Maastricht’. Anti-fascisten schrijven op hun site dat Wilders de stad is ‘uitgejaagd’.

In Spijkenisse, waar de PVV drie weken geleden aan de campagne begon voor de verkiezingen van woensdag, waren de anti-Wilders-demonstranten er ook weer en ze schreeuwden minstens zo hard. Maar geen nieuwssite had een kop over ‘uitjouwen’. Er waren zo’n honderdvijftig PVV-aanhangers, Wilders bleef drie kwartier en werd bij elke stap omringd door tientallen televisiecamera’s. De BBC had twee teams gestuurd, de New York Times was er. En ook verslaggevers uit Japan, Finland, Italië, Duitsland, België, Frankrijk.

Linq, de televisiezender van Voorne-Putten, vraagt op de markt aan Wilders waarom hij in Spijkenisse is. Er komt uitgebreid antwoord: hier wonen „lieve mensen” met „veel problemen” die meer dan genoeg hebben van „de leugens van dit kabinet”. „Het voordeel dat ik met u praat”, zegt Wilders, „is dat ik nu meteen die meneer van Jinek niet meer hoef te antwoorden. Geweldig.” Hij lacht hard.

Tweede Kamerverkiezingen zijn natuurlijk belangrijker dan een raadgevend referendum. Maar dat de markt in Spijkenisse in niks lijkt op de markt in Maastricht komt niet alleen daardoor. In de tijd ertussen heeft het Verenigd Koninkrijk gekozen voor een Brexit en – nog belangrijker – in de VS is Donald Trump gekozen als president. Bij de anti-EU en anti-islampartijen in Europa groeit het zelfvertrouwen. Er komen verkiezingen aan in Frankrijk, Duitsland, Italië en nu als eerste in Nederland. De buitenlandse pers wil weten hoe het komt dat een politicus die is veroordeeld wegens het aanzetten tot discriminatie, lijkt te gaan winnen. In een land waar het economisch steeds beter gaat.

Geert Wilders op campagne in Breda.
ANP/Robin van Lonkhuijsen
Op campagne in Dordrecht
ANP/Remko de Waal
Op campagne in Spijkenisse
ANP/Remko de Waal
Foto’s ANP

Droge mond

In dat hele jaar ben ik bij zoveel mogelijk publieke optredens van Geert Wilders: op campagne in Spijkenisse (twee keer), in Maastricht, Dordrecht, Purmerend en Breda, op bijeenkomsten met zijn Europese geestverwanten in Milaan, Brussel en Koblenz, in de rechtszaal voor het proces wegens zijn ‘minder Marokkanen’-uitspraak, bij debatten in de Tweede Kamer. En tientallen keren als hij, na het Vragenuur op dinsdagmiddag, van zijn werkkamer naar de plenaire zaal van de Tweede Kamer loopt voor stemmingen over moties en wetsvoorstellen.

In een toespraak bij het Vlaams Belang in Brussel, in maart vorig jaar, zegt Wilders dat hij Vlaanderen graag zou „meepikken” als hij aan de macht is. Als ik hem na afloop wil vragen of hij denkt dat de Vlamingen dat een goed idee vinden, maakt hij – nog vóór de vraag – een afwerend gebaar en draait zich om. Later in het jaar lukt het in de Haagse wandelgangen wel om antwoorden te krijgen. Maar altijd kort, interviews geeft Wilders al jaren niet meer aan NRC. In het vraaggesprek met Rick Nieman bij WNL, vorige maand, noemt hij NRC als de krant die hij liever niet terugbelt.

In het afgelopen jaar zie ik een politicus die steeds wiebelt op zijn voeten en knikt met zijn knieën als hij voor televisiecamera’s staat of bij de interruptiemicrofoon in de Tweede Kamer. Die voortdurend een droge mond lijkt te hebben en, tussen zijn beveiligers in, altijd snel loopt. Ook als de bewakers er niet bij zijn en zo’n tempo bijna raar is, zoals in de zwaar beveiligde rechtszaal van het ‘minder-Marokkanen’-proces. Als de zitting wordt geschorst, loopt Wilders met snelle passen naar de kamer waar hij overlegt met zijn advocaten. Die doen er zelf wat langer over.

Een bedreigde en dus angstige politicus. Maar ook een die vol zelfvertrouwen is en niet lijkt te kunnen wachten tot hij het voor het zeggen heeft. En die aan zichzelf genoeg lijkt te hebben. In de plenaire zaal van de Tweede Kamer zit hij bijna altijd met zijn rug naar de andere PVV’ers, alsof hij niet bij hen hoort. Hij loopt ook niet naar fractievoorzitters van andere partijen voor overleg. Die komen wel bij hem.

Op 4 april zitten in het Haagse café Dudok zo’n zestig vrouwen, een paar mannen – voor het ‘Libelle Nieuwscafé’, deze keer met Geert Wilders. Ik ben vroeg gekomen en zie niet dat andere journalisten en fotografen bij elkaar worden gezet voor de bar. Ik ga bij een paar Libelle-lezeressen zitten en schrijf op waarom ze zijn gekomen en wat ze willen weten van Wilders. Een vrouw van 60 vertelt me dat ze bang is voor moslims, ze heeft een Marokkaans jongetje horen zeggen: „Over twintig jaar zijn wij hier de baas.”

Wilders krijgt vragen over de dienstplicht en lezeressen willen weten waarom hij zich zo druk maakt over hoofddoekjes. Zijn er geen grotere misstanden, zoals kindhuwelijken? En het is toch discriminatie als je moslims bij de grens tegenhoudt en niet-moslims niet? Wilders ziet dat anders. „En als het wél discriminatie is, is het hard nodig.”

Wilders zegt dat hij graag naar Amerikaanse films uit de jaren dertig en veertig kijkt en ook naar oude afleveringen van de televisieserie Swiebertje. Na een minuut of twintig begint hij ineens over „die gekke linkse pers”. „Daar staan ze trouwens”, zegt hij en wijst naar de bar. „Vreselijke mensen.” Er wordt gelachen en geklapt.

Na de zomer staan er op dinsdag in de Tweede Kamer steeds meer journalisten om Geert Wilders heen. Steeds vaker zegt hij: „Wilt u mijn antwoord nog horen of weet u het zelf al?”, als een verslaggever de microfoon halverwege weghaalt om een vraag nog eens op een andere manier te stellen. Steeds vaker zijn er ook buitenlandse journalisten bij. Die laat Wilders graag vóór gaan als hij een Nederlandse journalist wil negeren. French television? „Yes of course, I do everything so that I don’t have to talk to that guy over there.”

Daar moet hij zelf hard om lachen en de journalisten die dan geen kans krijgen, soms zelf ook. De verslaggever van Jinek met wie Wilders in Spijkenisse niks te maken wil hebben, mocht een paar dagen eerder nog wél iets vragen – op de verjaardag van Mark Rutte. Wat Wilders’ boodschap was aan Rutte? „Van harte gefeliciteerd”, zegt Wilders. Verder niets? Zo aardig is hij toch meestal niet voor de premier? „Als iemand jarig is, feliciteer ik die persoon”, zegt Wilders. „Dat zou ik zelfs bij u doen.”

Uit volle borst

Eind januari 2016 is in Milaan de eerste jaarvergadering van ‘Europa van Naties en Vrijheid’, de fractie in het Europees Parlement waar de PVV bij hoort. Andere leden zijn het Front National van Marine Le Pen, de Oostenrijkse FPÖ, Lega Nord, Vlaams Belang, het Poolse Congres voor Nieuw Rechts. De bijeenkomst duurt twee dagen, Wilders komt alleen voor de afsluitende persconferentie.

Naast het podium begroeten de politici elkaar. Dat ziet er onwennig uit. Wilders en Marine Le Pen zijn het middelpunt, de anderen komen op hén af. Le Pen praat met de een, dan weer met de ander. Wilders niet. Als iemand bij hem komt staan, zegt hij iets, maar kijkt dan al snel om zich heen alsof hij het even niet meer weet.

Twitter avatar geertwilderspvv Geert Wilders Persconferentie Milaan - Europe of Nations and Freedom (ENF) https://t.co/EUCotRSOz0

Als de persconferentie begint, gaan ze aan een lange tafel op het podium zitten en dan krijgen ze het onderling wat gezelliger. Als Vlaams Belangvoorzitter Tom Van Grieken aan het woord is, maakt Wilders op zijn telefoon selfies met FPÖ-leider Heinz-Christian Strache.

Een jaar later is er wéér zo’n jaarvergadering, nu in de Duitse stad Koblenz. De partij Alternative für Deutschland (AfD) heeft zich in de zomer bij de fractie aangesloten en organiseert de bijeenkomst – niet toevallig één dag na de inauguratie van Trump. Voor de Europese rechts-populistische leiders is het feest.

De sfeer is nu ook helemaal anders. Wilders is er vanaf het begin bij en de avond voor de vergadering eten ze met z’n allen. Ze zingen een oud Duits lied, ‘Die Gedanken sind Frei’, dat in het verzet tegen Hitler ook werd gezongen. AfD-boegbeeld Frauke Petry begeleidt hen op de piano.

De volgende dag zegt Vlaams Belang-Europarlementariër Gerolf Annemans dat hij bij het eten aan de „eretafel” had mogen zitten: met Le Pen, Petry, haar man Marcus Pretzell die AfD-Europarlementariër is. En met Geert Wilders. Die had, zegt Annemans, „uit volle borst meegezongen”.

In hun groep heeft niet iedereen dezelfde status, legt Annemans uit. „Geert is een grote jongen met internationale allure en samen met Le Pen zijn ze in hun land het grootst. En hij heeft zijn vrijheid ingeleverd.”

Over de jaarvergadering van de Europese fractie is in Duitsland veel gedoe geweest: AfD’er Marcus Pretzell had een paar kritische journalisten niet willen toelaten. „Trump wijst ons daarin de weg”, zegt Annemans. Trump maakt graag ruzie met journalisten, hij kleineert hen, hitst het publiek tegen hen op.

Annemans hoort Pretzell en Wilders zeggen dat ze al vóór Trump hadden bedacht hoe ze wilden omgaan met lastige journalisten. „Maar ik denk dat je het op Trumps conto moet schrijven. Het geeft ons ook een soort van coherentie. Iedereen staat tegenover ons.”

Zo is het ook op de persconferentie in de pauze van de jaarvergadering: de politici zitten aan een lange tafel, tegenover hen verdringen fotografen en cameramensen elkaar. „Geen ruzie maken”, zegt Pretzell met een grote grijns. „Mensen toch, gun elkaar eens wat.” Wilders, Petry en Le Pen lachen, Wilders maakt foto’s van de chaos.

Geert Wilders woont een conferentie bij van rechts-populistische partijen uit het Europees Parlement in de Rhein-Mosel-Halle. ANP/Remko de Waal

Trots

Op de bijeenkomsten in Milaan, Brussel en Koblenz beginnen de politieke leiders graag over wat hen vooral bindt: dat ze allemaal opkomen voor hun eigen volk. Misschien komt het vooral dáárdoor dat ze van elkaar lang niet alle gevoeligheden kennen. Vlaams Belang-voorzitter Van Grieken noemt het publiek in Milaan ‘kameraden’ en de Italianen roepen ‘boe’ – ze zijn toch geen communisten? Een jaar later hangen de Duitsers in Koblenz een Belgische vlag op, en niet de Vlaamse Leeuw, voor het Vlaams Belang, dat juist vóór het uiteenvallen van België is.

Geert Wilders doet het anders. In zijn toespraken bereidt hij zich heel precies voor op zijn publiek. In Milaan begint hij over de prijs die de stad Milaan in 2005 toekende aan de schrijfster die hem had geïnspireerd om de PVV op te richten: Oriana Fallaci met haar boek De Kracht van de Rede, over Europa dat volgens haar is veranderd in ‘Eurabia’.

In Koblenz zegt hij dat Europa een sterk, zelfbewust en trots Duitsland nodig heeft dat „opkomt voor zijn cultuur, identiteit en beschaving”.

Bij het Vlaams Belang in Brussel begint hij zo: „Zij zullen hem niet temmen, die fiere Vlaamse Leeuw. En wat ben ik trots om hier vanavond te mogen zijn tussen zoveel Vlaamse Leeuwen.”

Net voor zijn optreden in Brussel is hij samen met Vlaams Belang-voorzitter Van Grieken te gast in het VRT-programma Ter Zake. Daar zit géén arrogante Hollander. En al helemaal niet iemand van wie je zou denken dat hij journalisten vreselijk vindt. Wilders praat rustig, bijna zacht, laat zich onderbreken. Hij vertelt dat hij de Tweede Kamer wel eens een „nepparlement” heeft genoemd. „Dat klinkt wel oneerbiedig.”

Twitter avatar geertwilderspvv Geert Wilders Zojuist samen met @tomvangrieken uitgebreid geïnterviewd door @terzaketv Uitzending 20.05 uur @canvastv https://t.co/SOf1WvfSkZ

De Geert Wilders die Nederland kent, recenseert zijn eigen optredens nooit kritisch. In zijn ideeën, uitspraken en tweets lijkt hij alleen maar harder te kunnen worden – over de islam, Marokkanen, de rechters in zijn proces, collega-politici. Alsof er voor hem geen weg terug is.

Hij trekt er veel aandacht mee, maar onder de tientallen PVV-sympathisanten die ik het afgelopen jaar spreek, is er maar een enkeling die dat een goed idee vindt. Zelfs een man die op de markt in Spijkenisse, drie weken geleden, stickers uitdeelt van de extreemrechtse actiegroep Voorpost, zegt: „Ik ben het niet altijd met hem eens. Je hebt ook goeie Marokkanen.”

Dat hij soms wél minder scherp wordt, valt nauwelijks op. ‘Nepparlement’ zegt hij niet meer in de Tweede Kamer sinds PvdA’er Khadija Arib voorzitter is geworden. Alsof hij daarmee vooral de vorige Tweede Kamervoorzitter had willen dwarszitten: Anouchka van Miltenburg van de VVD, voor wie hij weinig respect toonde.

Op de dag van Aribs verkiezing, op 13 januari 2016, toont hij dat ook niet voor haar: hij heeft het over een „zwarte dag”, omdat ze van Marokkaanse afkomst is en feliciteert haar niet. Maar daarna is er geen probleem meer tussen de twee. In de plenaire zaal zitten ze dicht bij elkaar en als ze zich wel eens vergist in een woord, verbetert hij haar vanuit zijn bankje. Dan zegt Arib: „Bedankt, meneer Wilders.”

Revolte

En dan is er eind januari van dat jaar, op de bijeenkomst in Milaan, ineens de aankondiging van een „revolte”.

In de speech die Wilders had voorbereid voor de persconferentie staat er niets over. Een verslaggever van La Stampa vraagt of de rechts-populistische leiders door hun radicale standpunten niet veroordeeld zijn tot „de eeuwige oppositie”. Nee, zegt Marine Le Pen. „Het zal gebeuren zoals het volk het wil. Het volk beslist.”

Wilders neemt het meteen daarna over. „Het volk”, zegt hij ook, „kan niet genegeerd worden. Wij zullen regeren als we de grootste worden. Anders zal de revolte komen, de revolutie waar ik eerder over sprak. Het volk zal het niet accepteren.”

Van de Nederlandse media is alleen NRC in Milaan. De PVV zet elk publiek optreden van Wilders op YouTube en verspreidt het daarna via de digitale nieuwsbrief, maar níet deze persconferentie. Op de dinsdag erna, in de wandelgangen van de Tweede Kamer, is duidelijk dat Wilders de ophef over zijn woorden ongemakkelijk vindt. Over een ‘revolutie’ heeft hij het al heel lang en hij zegt er bijna altijd bij: „Vreedzaam, democratisch.” Maar een revolte? Een opstand van het volk?

Mensen die hem kennen, of ze hem nu goed gezind zijn of niet, zeggen altijd: van geweld moet hij niks hebben. En dus ook niet van een opstand. Wilders zegt in de Tweede Kamer dat hij het woord nog heeft gegoogeld. Niks mis mee. „Jan Marijnissen heeft het wel eens gebruikt en ook Hans van Mierlo.”

Het is Wilders’ weg terug. Hij twittert het woord ‘Revolt’ als afbeelding nog een keer, drie maanden later. Hij noemt het niet meer.

Geert Wilders op een colloquium van de Beweging voor Naties en Vrijheid, de Europese overkoepelende partij waar onder meer het Vlaams Belang deel van uitmaakt.
ANP/Jonas Roosens
Geert Wilders, naast hem partijvoorzitter Vlaams Belang Tom van Grieken.
ANP/Jonas Roosens
Geert Wilders spreekt op een colloquium van de Beweging voor Naties en Vrijheid, de Europese overkoepelende partij waar onder meer de PVV en het Vlaams Belang deel van uit maken.
ANP/Jonas Roosens

Premier

Op een donderdag, begin februari vorig jaar, praat de Tweede Kamer over de grote aantallen vluchtelingen die naar Europa komen. De avond ervoor was het correspondents diner met premier Mark Rutte voor een zaal vol met journalisten, live op televisie, en Wilders begint zijn inbreng in het debat met een „felicitatie” aan Rutte: „Ik heb geweldig gelachen, u stond daar met lef. Het was gedurfd, het was fantastisch, ik geef u oprecht een compliment.”

Rutte kijkt een beetje verbaasd op. Dan zegt Wilders: „En ik ga er zelf nog een hele kluif aan krijgen om u volgend jaar te overtreffen.”

Wilders als premier? Met bijna dertig zetels in de peilingen staat de PVV in die tijd ver boven alle andere partijen, maar er is niemand die het idee serieus neemt. Rutte lacht hard, net als de Tweede Kamerleden in de zaal.

Ex-PVV’ers zeggen: Wilders wil helemaal niet regeren. „Daar is hij als de dood voor”, zegt er een. Misschien is dat zo. Als je zorgvuldig voorbereidt dat een publiek roept om „minder Marokkanen”, weet je dat het voor andere partijen zo goed als onmogelijk wordt om met je samen te werken. Wat ook niet helpt: een fakefoto twitteren van bondskanselier Angela Merkel met bloed aan haar handen. Of van D66-leider Alexander Pechtold die tussen Hamas-terroristen demonstreert.

Maar in zijn optredens is het hele jaar niets te merken van twijfel of van angst voor de macht. Een dag na de Amerikaanse presidentsverkiezingen staat Wilders in het Tweede Kamergebouw de ene na de andere televisieploeg te woord. Hij heeft de hele nacht niet geslapen. „De politiek”, zegt hij steeds maar weer, „zal nooit meer hetzelfde zijn.” En: „De stem van het volk wint van de elite.”

Of hijzelf lijkt op Trump? „Mijn stijl is nooit zo heel fijnbesnaard geweest. Maar ik ben hier niet om Trump te kopiëren.”

Voordat de Vlaamse VRT de camera aanzet, vraagt de verslaggever: „Volgt u het nieuws in België?” Wilders lacht. „Ik weet dat Vlaanderen nog steeds bij België hoort.”

De Brusselse hoogleraar klinische psychologie Ariane Bazan, die ik vraag om als expert mee te kijken naar opnames van toespraken en debatten, wijst op één moment in zijn toespraak voor de Europese geestverwanten in Koblenz. Wilders heeft net gezegd dat Marine Le Pen de volgende president van Frankrijk zal zijn en de zaal juicht. Wilders lacht, maar probeert dat ook te controleren – met zijn tong op zijn bovenlip en een hand voor zijn kin. „Daar zie je”, zegt Bazan, „dat die lach niet in zijn regie past. Hij wil niet dat je het ziet, maar je ziet het dan toch: hij staat te popelen. De tijd van Le Pen is gekomen en ook die van hem.”

Het zijn op 23 november vorig jaar bijna Wilders’ eigen woorden, als hij de rechters toespreekt op de laatste dag in zijn ‘minder Marokkanen’-proces. „Wij zullen winnen”, zegt hij bijna aan het eind. „Het Nederlandse volk zal winnen en zich goed herinneren wie aan de goede kant van de geschiedenis stond.”

In de laatste dagen van de verkiezingscampagne zitten de anti-fascisten Geert Wilders opnieuw dwars. Ze organiseren op internet een tegenactie als hij op donderdag wil langsgaan in een dierenasiel in Zaandam: ‘Bel de stichting, mail ze, gebruik sociale media om te laten weten dat je kwaad bent’. Op een van de auto’s van het asiel wordt een sticker geplakt met een tekening van Wilders’ hoofd en een rode streep erdoor, medewerkers van het asiel moeten op straat uitleggen waarom de PVV mag komen.

De Zaanse Stichting Dierenzorg schrikt en zegt het bezoek af.

In het Tweede Kamer-gebouw in Den Haag. David van Dam