Foto Merlijn Doomernik

‘Het publiek moet ontroerd zijn, niet ik’

Nasrdin Dchar (38) maakte een voorstelling over zijn vader, een immigrant uit Marokko. „Maar ik ben hier geboren! Mijn kinderen zijn hier geboren!”

Acteur Nasrdin Dchar loopt door de foyer van Theater de Meervaart met een houten kistje om zijn nek. Daar zitten pipa’s in, zonnebloempitten, in puntzakjes van krantenpapier. Dchar verkoopt ze (voor één euro) voorafgaand aan de try-out van zijn nieuwe voorstelling DAD. „Hier pipa’s! Iemand nog pipa’s?”

Gaandeweg de voorstelling zal blijken waarom. Dit was het werk dat zijn vader ooit deed, in Marokko, in de buurt van Oujda bij de Algerijnse grens. Hij verkocht pinda’s, pipa’s en snoepjes voor de ingang van de Franse bioscoop. Mohand Dchar moest op zijn veertiende van dat handeltje leven. En niet alleen hij, ook zijn ouders en zijn vier broers en zes zussen leefden ervan. Ze woonden met z’n allen in één kamer. Totdat hij begin jaren zestig vertrok, en via Melilla, Malaga, Madrid, Parijs en Brussel in Bergen op Zoom belandde. Hij vond werk bij de Enka, een voorloper van Akzo. ‘Gastarbeider’, heette dat toen.

Over hem, over Mohand Dchar, gaat DAD. Zijn zoon Nasrdin (38) maakte eerder al de veelgeprezen productie Oumi, waarin hij zich in zijn moeder verplaatste. En nadat Dchar vader werd van Dina (2), groeide het verlangen om zijn eigen vader te eren. „De verhalen van de eerste generatie Marokkanen in Nederland zijn cultureel erfgoed, ze horen bij de geschiedenis van dit land. Maar ze dreigen vergeten te worden. Daarom wil ik ze vastleggen – al is het alleen maar voor mijn kinderen.”

Op toneel speelt Dchar afwisselend zichzelf en zijn vader. Dan zet hij een mutsje op en gaat hij een beetje krom staan, met opgetrokken schouders. Hij wrijft in zijn handen en blaast erop. Over zijn vader zegt hij: „Het lijkt wel alsof hij in Nederland nooit meer warm is geworden.” Donderdag was in het programma Volle Zalen te zien hoe Mohand Dchar de voorstelling bezocht.

Hoe vond je vader het om zichzelf zo op toneel terug te zien?

„Hij was trots, en blij. Ontroerd, ik zag zijn kin trillen. Ik heb hem drie uur lang geïnterviewd als research en ik mocht alles vragen: over zijn jeugd, zijn vlucht, zijn ervaringen als vader, over zijn zorgen en angsten. Hij gaf zo goed mogelijk antwoord, open en bereid. Daarna heb ik gezegd: ‘Papa, nu ga ik dit verwerken tot een vorm waarvan jij soms zal denken: maar zo is het niet gegaan!’ Die ruimte kreeg ik. Hij vertrouwde erop dat ik niet iets zou maken dat hem zou schaden.”

Uiteindelijk ontstond er één twistpuntje, aldus Dchar. Op vakanties in Marokko was Nasrdin vroeger de onbetwiste koning van de Koran-battle die hij deed met neefjes en nichtjes: hij kende alle verzen uit zijn hoofd. Nog steeds. „Omdat mijn vader die er bij ons echt instampte.” Op toneel constateert hij dat hij ze nog allemaal woordelijk kan reciteren, maar eigenlijk nauwelijks beseft wat hij zegt. „Dat vond mijn vader jammer. Want hij heeft juist altijd zo zijn best gedaan om de betekenis uit te leggen.”

Ervaar je druk om hem eer aan te doen?

„Het personage dat ik speel staat deels los van hem. Maar er zijn scènes waarin ik letterlijk zijn woorden uitspreek. In één scène vertelt hij over ziek zijn en arbeidsongeschikt raken. Soms overvalt de emotie mij dan. Maar als acteur moet ik daar toch afstand van nemen; ik wil niet als een huilebalk op toneel staan. Het publiek moet ontroerd raken, niet ik.

En raakt het publiek ontroerd?

„Na de eerste try-outs hielden we nabesprekingen, en daar noemden mensen het ‘een emotionele rollercoaster’. Sommige toeschouwers zeiden ook dat ik ze een spiegel voorhoud. Ze schaamden zich dat ze zich zo weinig hadden verplaatst in deze groep mensen, de gastarbeiders, die toch al decennia hun landgenoten zijn.”

Bij de nabespreking kwam ook kritiek, vertelt Dchar. „Iemand vroeg waarom er geen verhaallijn inzit over een Marokkaan die het slechte pad opgaat. Eh, hoezo? Ik was stupéfait. Ja, want nu zitten er twee aardige Marokkanen in, en een PVV’er. En dat klopt natuurlijk niet, dat geeft geen eerlijk beeld. Zo hardnekkig is de negatieve beeldvorming over Marokkanen. Dat maakt mij soms razend.”

Dchar gebruikt zijn bekendheid als acteur steeds nadrukkelijker voor een idealistische maatschappelijke boodschap. Dat begon zes jaar geleden, toen hij een Gouden Kalf won, en in zijn dankwoord trots verkondigde én Nederlander én Marokkaan én moslim te zijn. Zijn ouders zaten huilend op de eerste rij. Dchar sprak zich toen ook impliciet uit tegen xenofobie. Die angst, constateert hij nu, wordt alleen maar erger.

Om de polarisatie in de samenleving tegen te gaan, richtte hij met een paar geestverwanten Ieder1 op, een beweging die ‘inclusiviteit’ predikt, en de verschillen in de samenleving omarmt. In september vorig jaar namen tienduizend mensen deel aan een manifestatie waarmee de diversiteit werd gevierd.

Lees ook het profiel van Dchar uit september 2016: Wat drijft Nasrdin Dchar, de man achter Ieder1?

Een deel van de voorstelling DAD gaat erover. Dchar vertelt op toneel over de magische sensatie tienduizend welwillende burgers toe te spreken op het Museumplein, met een boodschap van hoop en verbinding. Ook leest hij een paar tweets voor die hij kreeg.

„Nasrdin Dchar, je bent een schande voor het gastland waarin jij woont om ons te dwingen moslims te accepteren. Nooit!”

Dchar, monter: „Joh, dat is nog niks.”

Hoe denk je dat het komt dat jouw positieve boodschap zo’n agressie opwekt?

„Bij een kleine groep hè? Dat moeten we wel steeds blijven beseffen. Hier tegenover staat een crazy hoeveelheid tweets van mensen die blij zijn en dankbaar. Zo is gelukkig wel de verhouding: een beetje haat en heel veel liefde. Maar het is net als met recensies: je kunt tien mooie krijgen, maar die ene slechte blijft hangen.

„Ze hebben verschillende redenen voor hun afkeer denk ik. Eén ervan is dat ik in dit land niet het recht zou hebben om die boodschap te verkondigen. ‘Zorg eerst maar eens dat het in je eigen gemeenschap beter gaat,’ zeggen ze dan.”

De speech die hij hield op het Museumplein mocht hij herhalen bij DWDD. Ook dat werd weer een veelbesproken mediamoment. „Tijdens het praten raakte ik geëmotioneerd. Toen waren de reacties ook niet van de lucht. ‘Acteertalentje, zilte krokodillentranen,’ enzovoort. Bizar. Dus omdat ik acteur ben, zou ik niet menen wat ik zeg? Serieus? Wauw.

„Maar nogmaals: dat is een kleine groep. En die wil ik eigenlijk niet teveel aandacht geven. Vooral niet hier.”

Hier?

„Hier, in dit gesprek, op de plek waar straks dit interview staat. Thuis kan ik bezorgd zijn, maar in de media wil ik me positief uiten.”

Waarom?

„Omdat het conflict, en de polarisatie, en de haat al op elke andere pagina staan.”

Dchar is van mening dat „de media” een podium bieden aan populisme. Een tijdje terug twitterde hij nog een voorbeeld uit de Volkskrant. Hij laat het zien op zijn iPhone. „Hier, de kop was ‘Integratie niet-westerse allochtoon stagneert.’ Wat denk jij dan, als je dat leest? Uit het stuk blijkt vervolgens dat steeds meer migrantenkinderen gaan studeren, maar daarna moeite hebben met het vinden van een baan. Dat is echt iets heel anders hoor.” Dan twittert hij: @Volkskrant: waarom zo?

Twitter avatar Nasrdin_Dchar Nasrdin Dchar Waarom op deze manier @volkskrant? Waarom? https://t.co/VclWrYYbem

„Het draagt allemaal bij aan de xenofobie. Ik ben soms echt verbaasd over de oogkleppen van journalisten. Laatst sprak ik een journaliste die Ayaan Hirsi Ali een hervormer van de islam noemde. Mij, als moslim, schokt dat, want Hirsi Ali is hartstikke anti-islam.”

Dat is misschien ook omdat we niet zoveel publieke vertegenwoordigers van de islam kennen.

„Maar hoe komt dat? Zijn ze er niet of worden ze niet gevraagd? Het gaat in de aanloop naar de verkiezingen in allerlei programma’s en debatten continu over de islam, en nooit zit daar een moslim aan tafel, alleen maar witte mannen.”

Voel jij je niet geroepen?

„Nee, daarvoor voert mijn kennis van de islam niet ver genoeg. Ik kan geen inhoudelijk debat voeren over de interpretatie van koranverzen. Sorry, pap. (lacht). Daarbij: mijn persoonlijke jihad is nu in het theater. Daar voer ik mijn strijd.”

Mijn hele leven al doe ik extra mijn best

Dchar heeft zich altijd verantwoordelijk gevoeld, zegt hij, voor andere mensen, en voor de samenleving als geheel. „En daarbij vond ik het ook altijd leuk om op een podium te staan.” Op school al, vertelt hij, met een spreekbeurt over Marokko, die ook in de voorstelling verwerkt zit. „Ik wilde de klas laten zien: hier kom ik vandaan, en dat is mooi. Ik was anders, en dat had ook voordelen, zoals aandacht van de meisjes.”

Maar sinds hij vader is, vat hij zijn publieke verantwoordelijkheid serieuzer op. „Stel, mijn dochter wordt moslima, voelt zij zich straks nog wel thuis in dit land? Voelt zij zich veilig op straat? Ik wil in elk geval later kunnen zeggen dat ik er alles aan heb gedaan om het leven voor mijn kinderen beter te maken.”

In de voorstelling toon je herhaaldelijk je bezorgdheid, maar je laat je vader die zorgen relativeren. Hij ziet het veel minder somber in.

„Zijn positie is heel anders. Hij staat nog steeds op afstand tot de Nederlandse samenleving. Hij gedraagt zich nog altijd als een gast, en dat zal ook nooit meer veranderen. Maar ik ben hier geboren! Mijn kinderen zijn hier geboren! Dus ik verwacht meer van het leven hier. Dat is ook waarom er nu frictie ontstaat: omdat er een generatie opstaat die zijn plek opeist. Die niet meer terughoudend is, nederig…”

‘Dankbaar’?

„Ik ben absoluut dankbaar. Maar waarom zou ik dankbaarder moeten zijn dan jij? Mijn ouders hebben er bij ons echt ingestampt: altijd op tijd komen, altijd met twee woorden spreken. Mijn hele leven al doe ik extra mijn best, alsof ik steeds moet bewijzen: er zijn ook goeie!”

Maakt dat je kwaad?

„Nou, het frustreert natuurlijk wel als je op een gegeven moment beseft: hoe zeer ik ook mijn best doe, het verandert niks. Men blijft zich maar focussen op die kleine groep die het voor de rest verpest. En mij vragen ‘of ik daar afstand van neem’.”

In de voorstelling spreek je de angst uit dat het allemaal nog veel erger wordt. Heb je wel eens gedacht: ik vertrek?

„De ene dag ben ik bezorgder dan de andere. Als de PVV zou gaan regeren en zijn zin krijgt met de ‘de-islamisering’ worden mijn vrijheden ernstig ingeperkt. Maar vertrekken, nee. Nederland is mijn land, daar ben ik trots op. En als het moet zal ik vechten voor mijn plek.”


DAD gaat zaterdag 11 maart in première, in de Rotterdamse Schouwburg. Zie nasrdindchar.nl

    • Herien Wensink