Opinie

    • Christiaan Weijts

‘Hebbes!’-momentjes

Van eerdere verkiezingen heb ik de gewoonte overgehouden het tv-geluid uit te zetten. Je hoort niets, maar doorziet des te meer. Het glinsterend oogwit van een satanisch-verongelijkte Krol. De doffe machteloosheid in de mondhoeken van Rutte tegenover de Groningers. Het kiespijnlachje van een gekrenkte Roos bij Jinek. Grondstof voor memes en gifjes.

De zogenaamde ‘hoogtepunten’ uit de debatten zijn steevast díe schaarse momentjes dat er door het craquelé van de verkrampte pose zowaar wat spatjes méns naar buiten sijpelen. Quizmasters en tafeldames stellen zich daarom op als Hard Talk-imitators, hengelend naar hun ‘hebbes!’-momentje.

Je zou zeggen dat het een eitje moet zijn om in deze verkiezingen uit te blinken. Doorbreek het geplamuurde format. Verschijn met een vlinderstrikje tussen de stropdasmannen en je zult al het gesprek van de dag zijn. Maar nee, we zien een bosje makke harken. Wie wil er nou een premier die gedwee zijn voorgeschreven minuutje dichtpraat in pr-proza?

Het legendarische Touwtje van Jan Terlouw werd niet legendarisch door de boodschap – die was immers aandoenlijk naïef, en vaker verkondigd – maar door de menselijkheid: oprechte emotie, geen woord van papier; allemaal echt. Dat is op televisie zo schaars dat we er spontaan van in de ovatie-stand schieten.

De kans dat je bij een van onze lijsttrekkers een authentiek trekje aantreft is even groot als dat je een archeologische vondst doet op het Anton Pieckplein van de Efteling. Van Wilders tot Klaver zijn ze allemaal hyperbewust van zichzelf. Angstvallig zie je ze hun menselijkheid juist onderdrukken. Wilders doet dan altijd iets raars met z’n tong, Rutte tuit z’n lippen en knippert ernstig met z’n ogen, Klaver trekt, met deemoedig gebogen hoofd, z’n wenkbrauwen op: kritisch-geïnteresseerd. En wij, wij zijn niet gek. Wij zíen dat hierop is geoefend. Zonder geluid zien we strategen en spindoctors aan de spieren trekken van die neptronies.

Zonder geluid zie je ook waarom Pim Fortuyn zo’n succes had. Hij draaide het om en was juist één en al ‘hebbes!’ door zich totaal te geven, het stramien te doorbreken, te improviseren en te ontregelen, wat nu niemand durft. Ook de interviewer blijft strak in z’n rol – ‘niet door elkaar!’ – en durft niet los te komen van regie-oortjes, draaiboeken en ‘blokjes’. Het ideale tv-debat? Vier, vijf lijsttrekkers in één ruimte. Twee, drie uur lang. Geen stellingen, geen drukknoppen. Hoogstens een pesterig-sluwe vragensteller tussendoor van het type Ischa. De verkramping aan weerszijden van de microfoons laat, kortom, pijnlijk voelen dat dit land twee krachten mist: een Pim Fortuyn en een Theo van Gogh.

Christiaan Weijts schrijft hier elke vrijdag een column

    • Christiaan Weijts