Opinie

    • Michel Krielaars

Een smeltkroes van lezers en boeken

Michel Krielaars

Ze begonnen zeven jaar geleden met drie kasten voor fictie, twee voor non-fictie en twee voor kookboeken. Het was tenslotte afwachten of er wel klanten zouden komen naar hun winkel in de Javastraat, die toen in een Amsterdamse achterstandsbuurt lag. Een boekhandel te midden van de Indiase, Chinese, Turkse en Marokkaanse supermarktjes, koffiehuizen, callcenters en groentewinkels? Dat kon toch niets worden, dachten sommigen.

Zeven jaar later is de Javastraat booming. De huizenprijzen stijgen, comfortabele nieuwbouw wisselt de gerenoveerde crisiswoningen af en heeft de middenklasse aangetrokken, hippe restaurants en cafés verraden de kosmopolitische samenleving die hier is ontstaan.

De zeven boekenkasten van toen zijn er inmiddels vijftien. Ook is er een omvangrijke kinderboekenafdeling bijgekomen. Maar het opvallendst is dat de klanten van de Java Bookshop van alle denkbare etnische pluimage zijn. In tegenstelling tot de meeste andere boekwinkels in de hoofdstad is de winkel dan ook een trefpunt van culturen. „Jonge en middelbare Turkse en Marokkaanse Nederlanders komen hier voor Nederlandstalige romans”, zegt Sharon Perlee, een van de drie eigenaren, trots over haar boeken/lezers-smeltkroes. Het bewijs wordt meteen geleverd als er een jonge, moderne vrouw van Marokkaanse afkomst binnenkomt, die tussen de kinderboeken begint te snuffelen.

Voor de thrillers bleek in de Javastraat weinig animo. Daarentegen doen de hogere literatuur en de betere non-fictie het erg goed. Zowel in de donkerhouten kasten als op de uitstaltafels is dat te zien: literaire klassiekers van Lawrence Sterne, Lev Tolstoi, Franz Kafka concurreren met werk van actuele auteurs als Colson Whitehead en Paul Auster en met non-fictieschrijvers als Geert Mak en Joris Luyendijk. „En dan zijn er nog onze persoonlijke aanbevelingen, zoals de romans De deur van Magda Szabo en De schuilplaats van Christophe Boltanski”, zegt Perlee, die benadrukt dat haar winkel een ‘literaire boekhandel’ is.

Als ik haar vraag hoe dit wonder in deze tijden van ontlezing heeft kunnen geschieden, antwoordt ze: „Toen we ons ondernemersplan schreven, hebben we een enquête onder de buurtbewoners gehouden en hun gevraagd wat voor boeken ze bij ons verwachtten. Die boeken hebben we toen voorzichtig ingekocht. Met succes, zoals blijkt.”

De Java Bookshop is het bewijs van de maakbaarheid van de samenleving op kleine schaal. En dat biedt hoop voor het boekenvak, want terwijl in Nederland de ene na de andere literaire boekhandel zijn deuren sluit (met de Libreria Bonardi in Amsterdam als meest recente voorbeeld) en de betere fictie almaar slechter verkoopt, blijkt dat je met een beetje lef in een etnisch diverse buurt in een grote stad gewoon een goedlopende zelfstandige boekhandel kunt openen, waar je drie personeelsleden van kunt betalen.

Met het oog op de verkiezingen zou je verwachten dat ook de boeken die lijsttrekkers Buma, Klaver, Pechtold en Segers schreven over hun persoonlijke drijfveren in de politiek het goed zouden doen. Maar de dappere boekverkoper Perlee heeft ze niet eens ingekocht. Blijkbaar hebben ze vanwege hun inwisselbare inhoud de kwaliteitsnorm van haar winkel niet gehaald. Mochten de lijsttrekkers tijdens hun campagne echter in haar boekhandel opduiken, dan is ze niet te beroerd om de heren politici duidelijk te maken dat de enige echte victorie daar begint waar echt gelezen wordt.

    • Michel Krielaars