Recensie

De Kamerzetel is niet van de partij

Tweede Kamerverkiezingen

Zes van de acht Kamerleden die recent uit hun fractie stapten willen straks met nieuwe partijen in het parlement blijven. Statistisch gezien maken ze weinig kans. Hoe zit dat toch met die zetels?

Jacques Monasch, Johan Houwers, Tunahan Kuzu, Selçuk Öztürk, Norbert Klein, Joram van Klaveren, Roland van Vliet en Louis Bontes: ze deden in de nu afgelopen zittingsperiode van de Tweede Kamer van zich spreken door hun Kamerzetel te blijven bezetten, nadat ze uit hun fractie waren gestapt of gezet. Als de verkiezingen een oordeel zijn over de politieke daden van de afgelopen vier jaar, weten we op 15 maart hoeveel steun deze afsplitsers krijgen. Want zes van hen proberen met nieuwe partijen een plaats in het parlement te bemachtigen.

De historische statistieken geven hun weinig kans: van de honderd afsplitsers in de laatste honderd jaar wist slechts een handvol Kamerleden bij verkiezingen een zetel te behalen (de succesvolste: Geert Wilders). „Nederland wil ze niet”, merkte PVV-Kamerlid Beertema hierover op.

Afgezien van recente gevallen zijn afsplitsende Kamerleden ook niet in het nationale geheugen bewaard gebleven. De partijen die een zetel kwijtraakten, en ook de publieke opinie, beschouwden hen als ‘zetelrovers’. Zetelroof is uiteraard niet een neutrale term, maar de vorig jaar gepromoveerde historicus Geerten Waling (1986, Universiteit Leiden) gebruikt het woord bewust, ook in de titel, om de omstredenheid te benadrukken. De fractie of je partij verlaten, of geroyeerd worden, en dan toch in de Kamer blijven, dat doe je niet, zo luidt het oordeel. Daar is wat voor te zeggen, maar uiteindelijk nog meer tegenin te brengen, laat Waling in dit goed geschreven boek zien.

Tien gevallen van afsplitsing passeren de revue – van de eerste, Henri van Groenendael in 1919, tot de laatste, Jacques Monasch in november 2016. Wettelijk is afsplitsing toegestaan: Kamerzetels zijn niet het bezit van de partij, maar worden bij de verkiezingen aan personen toegewezen. Die vormen daarna vrijwillig fracties – in de praktijk altijd volgens partijlidmaatschap.

Lees de NRC Programmawijzer, een overzicht van de verkiezings­programma’s. Met een handig filter lees je alleen over de partijen en onderwerpen die je het meest interesseren.

De politieke partijen hebben vervolgens grote macht over het (stem)gedrag van ‘hun’ Kamerleden, maar die macht is toch begrensd door de grondwettelijke bepaling dat Kamerleden stemmen ‘zonder last’. De onafhankelijkheid van elke volksvertegenwoordiger is al sinds de eerste Nederlandse grondwet gewaarborgd.

Toch maken de partijen niet helemaal zonder moreel recht aanspraak op de zetels, ook al keert Waling zich ertegen. Want bij verkiezingen, zo staat het in de Kieswet, wordt eerst vastgesteld hoeveel zetels elke lijst krijgt. Het zijn niet de honderdvijftig kandidaten met de meeste stemmen die gekozen worden. Pas na het bepalen van de omvang van alle partijen – die de kandidatenlijsten hebben ingediend – wordt per lijst gekeken naar de kandidaten die ‘met voorkeursstemmen’ de Kamer in mogen en tot slot worden de overige zetels ‘aan de nog niet gekozen kandidaten van de desbetreffende lijsten toegewezen in de volgorde van de lijst’. In de praktijk krijgen de lijsttrekkers doorgaans 85 procent van alle stemmen, de rest van de Kamerleden komen op hun slippen naar binnen.

Maar voor afsplitsingen doet dat laatste grondwettelijk gezien niet ter zake, concludeert Waling uiteindelijk. En dat is maar goed ook. Je hoeft niet de sympathie van de auteur voor afsplitsers en zijn afkeer van politieke partijen te delen – het boek is zowel geschiedschrijving als pamflet – om ook voordelen te zien in het grondwettelijk gewaarborgde vrije mandaat dat de onafhankelijkheid van elk individueel Kamerlid beschermt. Die onafhankelijkheid is de noodzakelijke voorwaarde voor controle van de regering, voor dualisme – broodnodig in onze monistische politieke praktijk – en kan het stilhouden van gevoelige kwesties voorkomen. Mochten we na 15 maart besluiten om ons politieke stelsel te wijzigen, dan is deze les een wijze raad.