Recensie

De achteloosheid van het noodlot

Ottessa Moshfegh

Vorig jaar stond haar roman Eileen op de shortlist van de Man Booker Prize, nu komt de Amerikaanse Moshfegh met verhalen waarin ontwikkelingen elkaar razendsnel opvolgen.

Ottessa Moshfegh in 2013 Arthur Marker/BFA/REX/Shutterstock

Dit is de indruk die de verhalen van Ottessa Moshfegh (1981) oproepen: je stapt bij iemand in de auto die razendsnel optrekt en een vaart ontwikkelt die je niet voor mogelijk had gehouden.

Gordel om dus, voor je Moshfeghs bundel Homesick for Another World openslaat. Het tempo van haar verhalen ligt hoog. Neem het begin van ‘Malibu’. Een man moet op zijn aanvraagformulier voor een uitkering invullen waar hij gesolliciteerd heeft. Omdat hij niet gesolliciteerd heeft, verzint hij een advocatenkantoor en een telefoonnummer. Vervolgens verzint hij nog wat andere functies en zet overal dat telefoonnummer bij. Uit nieuwsgierigheid belt hij het nummer. Een vrouw neemt op. Ze praten wat (‘Ik doe een onderzoek,’ zei ik. ‘Heb je er problemen mee als iemand je naakt ziet?’) en aan het eind van het bizarre gesprek hebben ze een eetafspraak. We zijn dan 35 regels in het verhaal gevorderd.

En zo gaat het vaker bij Moshfegh: de wendingen en ontwikkelingen volgen elkaar razendsnel op, met de onbekommerde achteloosheid van een noodlot dat zich aan geen enkele verwachting iets gelegen laat liggen. Voor de lezer is dat een verlichtende ervaring. Zo kan het óók: het hoeft niet altijd ingeleid en verklaard te worden, het hoeft niet altijd beredeneerd te worden. Verlichting kan hier ook letterlijk worden opgevat: het voelt alsof er al lezend een gewicht van je schouders wordt gehaald.

Maar het is verlichting met een bijsmaak: de vaart en achteloosheid waarmee de verhalen zich ontwikkelen danken hun bestaan aan het feit dat Moshfeghs personages zich eraan onderwerpen. Ze hebben geen keus, ze laten zich meevoeren met de stroom, ze volgen hun impulsen, zien wel wat er gebeurt. Stevig verankerd zijn ze niet, meestal hebben ze baantjes die ze haten, ze zijn lelijk, of dik, in zelfkennis blinken ze doorgaans niet uit. ‘Ik hield ervan’, zegt de verteller van ‘A Dark and Winding Road’ over de blokhut die zijn ouders hebben gebouwd, ‘of ik dacht dat ik ervan moest houden. Het verschil daartussen heb ik nooit precies geweten.’ En vervolgens laat hij zich meevoeren door wat er gebeurt: er komt een meisje langs dat in de hut heeft afgesproken met de broer van de verteller, waarna de verteller spontaan verzint dat hij de homoseksuele vriend van die broer is, waarna het meisje en de verteller een ‘wonderful afternoon’ beleven met behulp van een dildo die ze in de hut aantreffen. ‘Het deed geen pijn, het was ook niet afschuwelijk, maar het was walgelijk – net als ik altijd had gehoopt.’ Die laatste toevoeging is belangrijk, er blijkt uit dat deze verteller wel degelijk verwachtingen en geheime verlangens koestert; het lijkt er alleen op dat hij pas achteraf merkt dat hij naar de verwezenlijking ervan heeft toegewerkt.

De snelheid en de onverwachte wendingen uit deze verhalen doen sterk denken aan het werk van A.M. Homes (1961), die op haar beurt weer schatplichtig is aan John Cheever (1912-1982). Ook Cheevers oeuvre kenmerkt zich door geestverruimende snelle wendingen. Homes en Moshfegh (1981) hebben de snelheid daarvan nog wat opgevoerd. Het resultaat: kale taal, personages die weinig reflecteren, lezers die buiten adem en kilo’s lichter achterblijven.

Verkenning

Toch bekruipt je het idee dat Moshfegh minder op het spel zet dan haar twee collega’s, alsof het haar minder om verkenning van het bestaan gaat (zoals bij Cheever en Homes) als om de verkenning van een genre. Misschien wordt dit idee in de hand gewerkt doordat Eileen, de roman waarmee Moshfegh verleden jaar de shortlist van de Man Booker Prize haalde, ook een stijloefening was, een verkenning van (of een pastiche op) het genre van de roman noir.

Aan de kwaliteit van de veertien verhalen uit Homesick for Another World doet dat niets af. Heimwee naar een andere wereld lijkt overigens vooral weggelegd voor de jonge tweeling uit het laatste verhaal, ‘A Better Place’; die zijn ervan overtuigd dat ze uit een betere wereld komen, waarnaar ze alleen kunnen terugkeren wanneer ze de juiste persoon vermoorden. Voor Moshfeghs andere personages lijkt heimwee te hoog gegrepen. Ze lopen rond als bannelingen die zich die andere wereld niet meer kunnen herinneren en het moeten doen met de vreemde en vervreemdende omgeving waarin ze zich bevinden.

    • Rob van Essen