Cultuur

Interview

Interview

Gijs en Peer Swinkels

Foto Lars van den Brink

Bavaria: bij gelijke geschiktheid gaat de familie voor

Gijs en Peer Swinkels

Ook het Brabantse familiebedrijf Bavaria richt zich meer op speciaalbier en ‘luxe’ pils. Vanaf deze week ligt biermerk Swinckels in de supermarkt. Neven Peer en Gijs Swinkels, zevende generatie, werken allebei bij de brouwer.

Eind jaren negentig ging een aantal neven en nichten van de familie Swinkels – eigenaar van brouwer Bavaria – op de thee bij Freddy Heineken. Bier, vond Heineken, kan het beste de naam dragen van de familie die het brouwt. Mits buitenlanders die naam kunnen uitspreken, tenminste. Maar dat zat bij de familie Swinkels wel goed, vond hij. „Swinkels swingt en klinkt in alle talen goed.”

Het heeft nog even geduurd, maar sinds deze week ligt er inderdaad bier met de familienaam in de supermarkt. Wel met een extra ‘c’ in de naam: een gepensioneerde oom ontdekte na archiefonderzoek dat de schrijfwijze vroeger Swinckels was.

De neven Gijs en Peer Swinkels (allebei 42) werken beiden op het hoofdkantoor van Bavaria in Lieshout. Als kind zagen hun zondagen er vaak hetzelfde uit: de hele familie Swinkels, katholiek, ging eerst naar de kerk. Dan door naar opa en oma. Daar dronken hun ooms voor de vorm een halve kop koffie. Gijs: „En dan zeiden ze tegen ons: mannen, tap maar eens een biertje.” Die tap hadden opa en oma thuis.

Omdat ze ongeveer even oud zijn, trokken ze veel samen op. Vroeger gingen ze samen stappen. En nu zijn ze dus collega’s. Peer zit in de directie en is hoofd sales. Gijs is verantwoordelijk voor het Bavaria-merk Swinckels. Met dat bier – een duurder pils – wil Bavaria inspelen op de veranderende smaak van de consument: die drinkt minder standaard pils. Swinckels is iets bitterder dan Bavaria en is kruidiger van smaak.

Om diezelfde reden nam Bavaria vorig jaar ook een meerderheidsbelang in de Belgische brouwer Palm. Ook Latis Imports, een Amerikaanse importeur van Belgische speciaalbieren, is tegenwoordig onderdeel van Bavaria, omdat de brouwer veel verwacht van de Amerikaanse markt. Nu al gaat zo’n 65 procent van hun bier de grens over.

De smaak van de consument is niet het enige wat verandert in de biermarkt. Al jaren worden kleinere brouwerijen opgeslokt door grotere, met als voorlopig hoogtepunt de overname, vorig jaar, van de nummer twee (SABMiller) door de nummer één (AB Inbev).

Maar bij Bavaria (ruim 1.400 werknemers) is juist veel hetzelfde gebleven. Het is nog altijd een familiebedrijf: de grootste brouwerij in Nederland die nog volledig eigendom van de familie is. Al is de zevende generatie niet meer zo hecht als de zesde. Er zijn inmiddels gewoon te veel Swinkels, zegt Gijs. Van de 70 neven en nichten werken er 25 bij Bavaria.

Maar: al die Swinkels moeten zichzelf niet te belangrijk gaan vinden. Gijs: „Ik heb nog met Peers vader gewerkt, die zei een keer tegen me: je praat hier niet in ik, je praat hier in wij.”

Peer: „Die continuïteitsgedachte is er enorm ingestampt. Mijn vader heeft de export hier opgezet. Hij nam mij als kind al mee naar buitenlandse markten waar hij bezig was.”

Gijs: „Mijn vader deed de horeca. Als er ’s avonds een telefoontje kwam dat het bier op was, dan ging ik dat met mijn vader brengen. Zo zijn wij opgegroeid.”

Je praat hier niet in ik, je praat hier in wij

Familiebelang

En wat ze in die jonge jaren altijd is ingeprent, zegt Gijs: „Het bedrijfsbelang gaat voor het familiebelang, nóóit andersom.”

Om die reden is bijvoorbeeld een stichting opgezet die fungeert als enig aandeelhouder. De familieleden hebben certificaten. Het bestuur van de stichting, dat grotendeels uit familieleden bestaat, oefent het stemrecht uit. Dat moet voorkomen dat individuele familieleden een te sterke invloed kunnen krijgen op de koers van het bedrijf, zegt Peer Swinkels. Overigens zegt hij dat niemand – behalve een notaris – weet hoe de onderlinge verdeling van de certificaten precies zit.

Toen hun vaders jong waren, zo’n dertig, veertig jaar geleden, was het bijna vanzelfsprekend dat een Swinkels bij Bavaria ging werken. Tegenwoordig is het beleid: kijk eerst maar eens buiten de deur. Toen Peer en Gijs Swinkels afstudeerden, kon het allebei.

Peer Swinkels ging na zijn studie econometrie in Rotterdam aan de slag bij Unilever, in de marketing. Tot hij – eind twintig – een telefoontje kreeg van twee ooms, onder wie Gijs’ vader. „Ze waren bezig met de generatiewissel. Bepaalde rollen moesten ingevuld worden, zo gaat dat dan.” Of Peer de marketing wilde doen.

Hij wilde wel. In Rotterdam merkte Peer dat Bavaria – „heel apart” – lang niet in heel Nederland zo’n goede naam had als in Brabant. Daar wilde hij graag iets aan doen.

Peer Swinkels bedacht onder meer de Bavaria-jurkjes voor het WK voetbal in Zuid-Afrika. Door Bavaria ingehuurde vrouwen verschenen in fel oranje jurkjes op de tribune – wat niet mocht van sponsor Budweiser. De vrouwen werden opgepakt, Bavaria kreeg wereldwijd gratis media-aandacht.

Na een jaar trad Peer Swinkels toe tot de directie.

Ze waren bezig met de generatiewissel. Bepaalde rollen moesten ingevuld worden, zo gaat dat dan

Peer Swinkels

Gijs Swinkels begon zijn carrière bij Bavaria. Voor zijn eerste baan (exportmanager) moest hij wel solliciteren. Was dat spannend? „Ik had twee studies afgerond. Het was niet boven mijn pet. Maar het zou ook wel raar geweest zijn om me af te wijzen. Bij gelijke geschiktheid gaat de familie voor.”

Op zijn 27ste vertrok hij naar de Verenigde Staten om daar Bavaria aan de man te brengen. Een kind van de zevende generatie, dat vonden Amerikanen mooi. Gijs: „Zeven generaties geleden zat mijn familie nog in Ierland, hoorde je dan.”

In de VS zag hij de speciaalbierrevolutie: overal doken kleine brouwerijtes op, mensen waren opeens bereid flink te betalen voor bijzonder bier. Gijs: „Ik kwam na drie jaar terug en zei: jongens er gaat écht iets aankomen.”

Nederland volgde. Vorig jaar was één op de tien verkochte biertjes speciaalbier, een verdrievoudiging ten opzichte van 2010. Ook alcoholvrij, een segment waar Bavaria een aantal jaar terug flink in investeerde, groeit hard. Gewoon pils is nog steeds 85 procent van de bierconsumptie, maar krimpt wel.

De tijd dat consumenten een tientje voor een kratje bier eigenlijk al te duur vonden, is voorbij, denkt Gijs Swinkels. Swinckels-pils, dat in de horeca al een aantal jaar verkocht wordt, is in de supermarkt ruim twee keer zo duur als Bavaria: daar is volgens hem een markt voor. Ook dat ziet hij overwaaien uit de VS. „De kwaliteitsmerken pakken marktaandeel af. Pils is niet ten dode opgeschreven.”

Bavaria is een kleintje vergeleken met mondiale bierreuzen als AB Inbev (omzet 43 miljard euro) of Heineken (bijna 21 miljard euro). In 2015 – de cijfers van 2016 komen er nog aan – had Bavaria een omzet van 531 miljoen euro, een record.

De concurrentie wordt steeds groter. Hebben jullie daar last van?

Peer: „Nee. Het is ook zeker niet zo dat dit groeiproces een succesvolle strategie is. Ja, er zijn heel grote bierbedrijven ontstaan. En tot nu toe verloopt dat ook succesvol. Maar het is niet het enige recept voor succes. Wij zijn een bedrijf dat, zeker in deze tijd, gelooft dat big niet altijd beautiful hoeft te zijn.”

Vorig jaar, toen de overname van SABMiller afgerond werd, zei Bavaria hierin kansen te zien. Welke dan?

Peer: „Ik vergelijk de biermarkt van vijftig jaar geleden met een niet al te grote emmer met daarin heel veel kleine balletjes. Nu is het een veel grotere emmer: de markt is serieus gegroeid. De ballen, de bedrijven dus, zijn groter geworden, maar die ruimte ertussen óók.”

Wij hebben de beste beschermingsconstructie die er is: de familie

Peer Swinkels

Wat kunnen jullie met die ruimte?

Peer: „Doordat ABInbev SABMiller koopt, worden bedrijven in veel markten samengevoegd. Bij sommige distributeurs gaan ze dus weg. En die distributeurs zoeken weer merken waar ze dat gat mee kunnen opvullen. Dus komen ze naar ons toe.”

Gijs: „Die mensen hebben twintig jaar gewerkt om een merk in de markt te zetten, dat wordt ze afgepakt. Die zeggen: dat gebeurt ons maar één keer. Wij zullen dat trucje niet flikken.”

Peer: „En grote supermarkten zijn helemaal niet zo blij met consolidatie. Zij willen geen grote machtsconcentratie bij een partij. Daardoor wordt hun afhankelijkheid groter.”

Is zelf blijven groeien een bescherming tegen ongewenste overnames?

Peer: „We hebben een sterk onafhankelijkheidsstreven. Groei helpt daarbij. En een bedrijf dat krimpt kun je niet doorgeven aan de volgende generatie. We hebben ook steeds meer certificaathouders, familieleden. Als dat aandeel groeit, moet het bedrijf ook groeien. Het moet voor iedereen interessant blijven. Wij zijn wat dat betreft een normaal bedrijf.”

Stel dat Bavaria over tien of twintig jaar niet meer in handen van de familie is, hebben jullie dan je werk niet goed gedaan?

Gijs: „De betrokkenheid is zo groot, we zitten hier met 25 neven en nichten bij elkaar, dat ik het niet voor me zie dat we over tien jaar verkocht worden. We doen dit voor onze kinderen.”

Peer: „En vergeet niet: wij hebben de beste beschermingsconstructie die er is: de familie.”