Recensie

Beethoven is klinkend geluk bij Blomstedt en KCO

Dirigent Herbert Blomstedt (89) laat het Concertgebouworkest excelleren in Beethovens ‘Zevende’.

Dirigent Herbert Blomstedt en het Concertgebouworkest. Foto Renske Vrolijk

Komende zomer wordt hij 90, de Zweedse dirigent Herbert Blomstedt. Voor sommige mensen zou dat aanleiding zijn voorzichtig te denken aan stoppen met werken. Maar Blomstedt staat ook voor volgend seizoen op de rol bij het Concertgebouworkest, en het programma dat hij er deze week leidde klonk kwiek en alert.

In het Celloconcert van Dvorák soleerde Tatjana Vassiljeva, die sinds twee jaar als solocellist in het orkest speelt. De interactie met haar collega’s was prachtig om te zien en horen. Vassiljeva heeft een diepe, rijke toon en maakte indruk met haar vertelkunst en frasering. Af en toe was de balans met het orkest niet optimaal, en dreigde haar gloedvolle, dynamische spel onder te sneeuwen. Het Adagio, met zijn bitterzoete fanfare, vonkte van ingehouden emotie.

Aanvoerder van cello’s Tatjana Vassiljeva is soliste van het Celloconcert van Antonín Dvořák onder leiding van Herbert Blomstedt. Foto Renske Vrolijk

In het openingsdeel van Beethovens Zevende symfonie zwakte Blomstedt het galopperende karakter af, waardoor het imposant maar ook wat hoekig klonk. Niettemin kon het orkest in Beethoven excelleren, doordat Blomstedt de climaxen stutte met precieze opbouw, afgemeten crescendo’s en kamermuzikale pareltjes, zoals de fugato in het Allegretto. In dat deel vormde de smaakvolle inzet van de alt- en tweede violen meteen al een verrukkelijk hoogtepunt.

Het Scherzo was klinkend geluk. Beethovens ritmische vindingrijkheid en kittige instrumentale groepsgesprekjes kregen een dartele, elastische uitvoering, met messcherpe orkestrale interpunctie.

    • Joep Stapel