Waarom Rotterdam al jaren ‘bijstandshoofdstad’ van Nederland is

Inkomens

Rotterdam worstelt met langdurige bijstand. Waaraan ligt dat? En wat doet de stad eraan?

„Er zijn in Rotterdam duizenden vacatures, dus het is geen kwestie van te weinig werk”, zegt wethouder Struijvenberg. Foto Otto Snoek

Maak op een willekeurige dag een wandeling door een achtergesteld deel van Feijenoord en de troosteloze armoede komt je tegemoet. De straten zijn er viezer, veel woningen zijn al jaren aan onderhoud toe en mensen lopen er met tasjes en spullen van de discounter. Maar de meeste armoede zit onzichtbaar achter de voordeuren, bij mensen die al meer dan drie jaar niet meer aan de bak komen – niet officieel althans.

Als Rotterdam ‘bijstandshoofdstad’ is, dan is Feijenoord dé bijstandswijk van Nederland: bijna 14 procent van de beroepsbevolking ontvangt hier maandelijks een bijstandsuitkering van de gemeente. Velen zijn daarnaast nog eens aangewezen op extra financiële hulp. Het probleem is juist hier uitzonderlijk hardnekkig (zie inzet met cijfers). Waarom doet Rotterdam – toch succesvol op andere terreinen, zoals de vestiging van nieuwe bedrijven en toerisme én momenteel misschien wel de meest gehypte stad van Europa - het zó slecht?

„Rotterdam heeft sinds jaar en dag een grote bijstandsdichtheid. Dat kan wijzen op een mismatch tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt”, zegt econoom Floris Jansen van het Centraal Bureau voor de Statistiek. „De dichtheid is vooral toe te schrijven aan de grote groep langdurig werklozen. Mensen met achterstand op de arbeidsmarkt. Van alle bijstandsontvangers in de stad valt 57 procent in deze categorie. Rotterdam wil deze mensen aan het werk krijgen maar de krapte op de arbeidsmarkt is groot.”

Volgens Jaap de Koning, hoogleraar arbeidsmarktbeleid aan de EUR en wetenschappelijk directeur van de SEOR „telt Rotterdam naar verhouding meer laagopgeleiden en ook een hoger percentage inwoners met een migratieachtergrond met een grotere kans op werkloosheid. Dit verklaart voor een belangrijk deel de hoge bijstandsdichtheid en het grote aantal langdurig werklozen.”

Verplicht vrijwilligerswerk

Wethouder Maarten Struijvenberg (Werkgelegenheid en Economie, Leefbaar Rotterdam) vertelt desgevraagd dat het aantal hardnekkige gevallen zo’n 20.000 personen bedraagt op een totaal aantal bijstandontvangers van 38.000. Vaak zijn zij laag opgeleid of zonder diploma. „Er zijn in Rotterdam duizenden vacatures voor laag opgeleid en ongeschoold personeel, dus het is geen kwestie van te weinig werk voor deze categorie mensen. Deze mensen zijn door hun grote afstand tot de arbeidsmarkt gemiddeld genomen niet makkelijk te plaatsen. Om hen te activeren, hun vaardigheden te vergroten, hun gevoel van eigenwaarde te vergroten en weer een dagritme te geven, doen zij in het kader van het programma Tegenprestatie verplicht vrijwilligerswerk naar keuze (20 uur per week) dat nuttig is voor de stad. Hoewel uitstroom naar werk niet het primaire doel is, hebben we toch gezien dat mensen uitstromen naar een baan. Ik verwacht de komende jaren steeds vaker een kleine uitstroom.”

Daardoor neemt de hoge bijstandsdichtheid geleidelijk af. Ook op het vlak van de in- en uitstroom bij de bijstand maakt Rotterdam volgens hem een inhaalslag. „Voor mensen die aan het eind van de WW zitten, proberen we met UWV en uitzendbureaus tijdig een ‘match’ te vinden zodat zij niet instromen in de bijstand. Nieuwkomers in de bijstand met een korte afstand tot de arbeidsmarkt moeten zich wekelijks 20 uur beschikbaar houden voor onder andere werkzaamheden. Dit leidt tot 7 procent extra uitstroom uit deze groep, blijkt uit metingen door de Erasmus Universiteit. Van de ongeveer 10.000 mensen die jaarlijks in de bijstand komen, belanden ongeveer 3.500 in dit programma Werk Loont.”

Een stap in de goede richting, vindt hoogleraar De Koning.

„Het programma voor mensen die nog maar kort in de bijstand zitten, is effectief. Je lost er niet het hele probleem mee op, maar wel een gedeelte omdat het is gericht op zowel de in- als de uitstroom van bijstandsgerechtigden. Zij worden vijftien weken begeleid bij het vinden van een baan, krijgen ondersteuning bij het solliciteren en werken ook een dagdeel. Het levert qua besparing op de bijstandsuitkeringen méér op dan het kost, bleek uit een evaluatie waaraan ik meewerkte. Daarbij werden mensen in dit programma vergeleken met bijstandsgerechtigden zonder zo’n programma.”

Waar de meeste bijstandsontvangers in Rotterdam wonen. (Klik voor groter).Studio NRC

Banenplannen

Het programma Tegenprestatie voor Rotterdammers die al langer in de bijstand zitten, werpt volgens de hoogleraar ook zijn vruchten af. „Rotterdam is in 2012 begonnen met het plaatsen van laagopgeleide werklozen in de kassen in het Westland. Dat was in het begin geen succes maar nu iets meer doordat de juiste werkgever bij de juiste sollicitant wordt gezocht. Het is een begin maar ik denk wel dat de gemeente op de goede weg is met dergelijk maatwerk.”

Hetzelfde geldt naar zijn zeggen voor SocialReturn, waarbij werkgevers die een opdracht van de gemeente krijgen, verplicht stage- of arbeidsplaatsen of leerbanen beschikbaar stellen voor mensen met een achterstand op de arbeidsmarkt. Zij worden geselecteerd via het WerkgeversServicepuntRijnmond. Op lange termijn verwacht De Koning effect van het Nationaal Programma Rotterdam Zuid, gericht op betere begeleiding van jongeren tijdens hun schooltijd zodat ze beter beslagen op de arbeidsmarkt komen en wordt voorkomen dat ze in de WW en bijstand belanden.

Meer vakscholing kan volgens hem ook helpen. „Gemeenten doen daar opvallend weinig aan, geven meestal een korte training.” Banenplannen zijn ook een optie, zegt De Jong. „Ze zijn afgeschaft omdat de effectiviteit niet heel goed was maar kunnen werklozen helpen die niet plaatsbaar zijn in bepaalde marktsectoren.”

Daarmee zijn we terug bij de hoge bijstandsdichtheid en de langdurige werklozen. Rotterdam hanteert sinds 2013 een strengere aanpak. Het verbinden van meer voorwaarden aan de bijstandsuitkeringen past daarin. Extra handhaving eveneens. Zo worden tijdens deze collegeperiode jaarlijks 3.000 dossiers extra onderzocht op rechtmatigheid. Dit leidde al tot beëindiging van vijftien procent van de uitkeringen.

Ter bestrijding van fraude vinden ook wijkgerichte controles plaats in samenwerking met onder meer de politie en de Belastingdienst. Daarmee werd de afgelopen jaren telkens voor zo’n 6 miljoen euro aan onrechtmatige bijstandsuitkeringen opgespoord. De fraudeurs moeten het geld terugbetalen en de uitkeringen worden beëindigd. Dat gebeurde in maar liefst 15 procent van de onderzochte dossiers. De meeste beëindigingen gebeurden wegens het verzwijgen van andere inkomsten en samenwonen met een partner met een inkomen.

Wie niet voldoet aan de re-integratieverplichtingen, wordt gekort (vaak 30 procent). Ook wordt steevast voor een paar miljoen euro aan boetes opgelegd. In 2015 werden in totaal 1.627 bijstandsuitkeringen beëindigd, een besparing van 17 miljoen euro, aldus de gemeente.

De hoge concentratie bijstandontvangers in Feijenoord, Delfshaven en Charlois komt door het woningbestand

Maarten Struijvenberg, wethouder

Woningbestand

Het huidige college stelde zich bij haar aantreden in 2014 tot doel om in vier jaar tijd 12.000 mensen uit de bijstand aan een baan te helpen. Wethouder Struijvenberg: „De teller staat nu op iets meer dan 10.000 en met nog negen maanden te gaan, ga ik ervan uit dat we de doelstelling gemakkelijk halen.” Dat hoge concentratie bijstandontvangers in Feijenoord, Delfshaven en Charlois heeft volgens wethouder Struijvenberg onder andere te maken met het woningbestand. „Er staan daar meer sociale huurwoningen dan in bijvoorbeeld het stadscentrum, waardoor er automatisch meer mensen wonen met een laag inkomen, waaronder een bijstandsuitkering.”

Ondanks de hoge bijstandsdichtheid in Rotterdam steeg het aantal bijstandsgerechtigden vorig jaar met ‘slechts’ 1,1 procent tegenover gemiddeld 2,1 procent in Amsterdam en nog hogere percentages in Utrecht en Den Haag. Een gevolg van de strengere aanpak, aldus wethouder Struijvenberg.

Landelijk steeg het aantal bijstandsgerechtigden in 2016 voor het achtste jaar op rij. In 2016 467.000 mensen, 18.000 meer dan in 2015. De stijging wordt volgens het CBS vooral veroorzaakt door vluchtelingen, meer bepaald mensen met een niet-westerse migratieachtergrond.