Politiek heeft meer oog voor de ‘boze burger’ bij integratiebeleid

Politieke partijen over immigratiebeleid

Wie in Nederland inburgert, moet snel de taal leren, vinden alle partijen. Maar verder zijn ze het over integratie vaak oneens.

De Syrische vluchtelingen Abeer en Mohamad in hun nieuwe huis in Amsterdam, waar ze deze maand introkken. Foto Maurice Boyer

Het is een vaak gebruikt voorbeeld als het gaat over vluchtelingen en hun rechten hier. Kijk, zíj krijgen meteen een heel huis van de gemeente. Terwijl mijn dochter, zoon, neef of nicht al jaren op een wachtlijst staat voor een woning. Dat is toch niet eerlijk?

Dat vonden de meeste politieke partijen ook. Dus heeft het kabinet de wet hierover onlangs aangepast. Vanaf 1juli krijgen vluchtelingen met een verblijfsvergunning niet langer automatisch voorrang op de wachtlijst bij een sociale huurwoning. De SP, GroenLinks, D66 en de Partij voor de Dieren stemden tegen, de andere partijen waren voor.

Hoewel de regels dus al zijn veranderd, wordt dit voorbeeld nog vaak aangehaald. Politici laten ermee zien dat ze de frustratie van de ‘gewone’ autochtone Nederlander begrijpen, dat die soms moet slikken omdat hij de voorzieningen hier moet delen met nieuwkomers. Het is lekker concreet.

Dat blijkt, als het over nieuwkomers en inburgering gaat, best lastig voor partijen te zijn. De Nederlandse normen en waarden, en dat iedereen méédoet, zijn door iedereen uitgeroepen tot belangrijk onderdeel van deze campagne. Tegelijkertijd blijft het thema in de verkiezingprogramma’s iets ongrijpbaars houden.

Lees de NRC Programmawijzer, een overzicht van de verkiezings­programma’s. Met een handig filter lees je alleen over de partijen en onderwerpen die je het meest interesseren.

Vraag is: wie betaalt inburgering

Het is overduidelijk dat bij inburgeren hoort dat je de Nederlandse taal leert, dat vinden alle partijen. Wie dat moet betalen, daar denken ze anders over. De VVD vindt dat de inburgeraar dat moet doen, de SP vindt dat taalonderwijs gratis moet zijn. De PvdA zit er tussenin: als iemand het niet kan betalen, moet de overheid bijspringen. Nu betaalt degene die het examen moet doen. Die kan geld lenen van de overheid als dat nodig is: 60 procent van de inburgeraars maakt daar gebruik van.

De vraag die hiermee samenhangt, is wiens verantwoordelijkheid het is dat nieuwkomers inburgeren. ‘Op links’ zien partijen dat op zijn minst als gedeelde taak: de overheid moet de ruimte scheppen om mensen hier zo snel mogelijk hun draai te laten vinden. De SP en GroenLinks trekken hier als enige geld voor uit: GroenLinks 300 miljoen euro en de SP 200 miljoen. D66 zit hier ook aan de progressieve kant: zij vindt dat mensen al in de eerste opvang taalles moeten krijgen en ook dat zo snel mogelijk aan het werk moeten kunnen gaan.

De VVD en het CDA noemen inburgeren nadrukkelijk een „eigen verantwoordelijkheid”. Nieuwkomers zijn pas geslaagd voor hun inburgeringsexamen als ze werk hebben, vindt de VVD: „Het is normaal dat we nieuwkomers in dit land leren zelfredzaam te worden.”

De twee rechtse partijen willen een verblijfsvergunning weer kunnen intrekken als iemand niet genoeg zijn best doet om te integreren, óók bij asielzoekers. Die voorwaarde bestaat nu al bij ‘gewone’ migranten, maar daarvan constateerde de Algemene Rekenkamer in februari dat die regel „in de praktijk nauwelijks uitvoerbaar is en ook niet wordt uitgevoerd”.

Radicalisering, moeilijk thema

Wijkagenten vormen een belangrijk deel van de oplossing tegen radicalisering, vinden de VVD, SP, Partij voor de Dieren en de SGP. De PvdA, GroenLinks, D66 en de ChristenUnie willen dat de school, de ouders en het jongerenwerk óók meekijken en aan „vroegsignalering” doen. Het voorkomen van radicalisering en daarmee eventueel terrorisme tegengaan willen ze allemaal. Heel concreet worden ze niet.

Dat is wel logisch, zegt Ewoud Butter. Hij is onderzoeker en zette op verzoek van het Kennisplatform integratie en samenleving alle maatregelen over integratie, immigratie en het tegengaan van radicalisering uit de verkiezingsprogramma’s op een rij. „Ook uit onderzoek komt niet een duidelijk beeld naar voren wat goed werkt tegen radicalisering.” Partijen zoeken het al snel in repressieve maatregelen, zoals het afpakken van paspoorten, uitkeringen en verblijfsvergunningen.

Onderwerpen als immigratie en integratie, zegt Butter ook, zijn voor coalities vaak lastig om afspraken over te maken. Het zijn geen compromisonderwerpen, maar principekwesties. „Dit zijn thema’s die traditioneel verdeeld zijn. Links denkt hier anders over dan rechts.”

Die scheiding was mooi te zien bij de vraag of uitgeprocedeerde asielzoekers noodopvang moesten krijgen (bed, bad en brood). Daar hadden de VVD en de PvdA de afgelopen regeerperiode een conflict over. De VVD wil dat de gemeenten stoppen met die opvang. PvdA, D66, SP en de ChristenUnie vinden dat kleinschalige opvang moet kunnen. Het CDA zegt hier niets over in het programma. Dat kan slim zijn, want juist haar mening kan veel uitmaken in formatiebesprekingen.

    • Annemarie Kas