Ook eenvoudige gerechten verdienen liefde en aandacht

Recensent en journalist Petra Possel test wekelijks een restaurant in en om Amsterdam.

Foto Rien Zilvold

Het duurde even voor de uitbaters van café-restaurant Polder hun tijdelijke halfronde loods konden verruilen voor dat waar ze ooit voor gekomen waren: stadsboerderij de Anna Hoeve, een bakstenen gebouw aan de rand van de stad, inmiddels ingeklemd tussen snelwegen en universiteitsgebouwen. Wij waren allang gewend aan – en dol op – die oude loods met haar royale terras, lange bar, open keuken, fijne houtkachel, dito menukaart en joviale stemming. Maar goed, het moest er toch maar eens van komen – Polder is verkast.

Het is even zoeken, want in het donker is het gokken hoe het pad loopt, de verlichting laat nog te wensen over en het erf oogt wat rommelig. Naast de boerderij komt trouwens nog een moestuin: Anna’s tuin & ruigte, en er komen kippen op het erf. De boerderij zelf is inventief opgeknapt: de balkenconstructie in het zicht, en de ruimte is open en helder met achterin geinige nisjes die door de bediening bedsteden worden genoemd. Er staan lekkere rieten stoelen met een schapenvachtje, stoere houten tafels met eenvoudige stoelen; binnen oogt het allemaal aangeharkt ruraal. De bedsteden zijn meteen bezet, wij zitten dus aan een gewone tafel, op armlengte van een gezin met kinderen dat duidelijk toe is aan rust, reinheid en regelmaat.

Polder is nadrukkelijk een gezinsvriendelijke plek; op de kaart staan prettig geprijsde gerechten die kinderen graag eten, zoals macaroni met kaas en tomatensaus (5,-) of groenteburger, kroket of visstick met friet (5,-). De sfeer is net als bij het oude Polder zonder poeha, gewoon vriendelijk en open, nog steeds aangenaam dus. Ook de kaart is er een zonder fratsen, het zijn variaties op bekende gerechten. Wij kiezen voor aardappelsoep met kabeljauw en zeekraal (6,25), spareribs met uien-appelchutney (6,75), gevolgd door kaasfondue (16,-) en Angusburger met savooiekool, rode uienchutney en friet (13,50), een kaasplankje (8,50) en ten slotte hangop met stoofpeer en honingcrumble (6,-).

Hierbij drinken we water (gratis) en wijn; de keuze beperkt zich tot drie rode en drie witte wijnen; de blend van Monastrell en Syrah (Bilogia, 24,-) staat ons zeer aan.

Over de voorgerechten zijn we minder eensluidend. De aardappelsoep is een cross-over van brandade (gezouten vispuree) en vichyssoise (aardappel-preisoep), heeft een mooie structuur en een zachte smaak, prima, maar de tanige slierten zeekraal zijn minder prettig; dit mag wel wat minder grof. De spareribs zijn zoetig en mals, de chutney is gewoon lekker. De kaasfondue is er een van Hollandse kazen, dat kan zomaar uitdraaien op een slap verhaal, maar deze is smaakvol – al had-ie wel wat pittiger gemogen. De bijgeleverde linzensalade is prima, maar waarom wordt er in vredesnaam donkerbruin brood bij de kaasfondue geserveerd in plaats van knapperig stok- of witbrood? We vragen gauw om witbrood, de bediening meldt dat deze op is en komt met een zacht, wit bolletje aanzetten. Tja. De friet is dik in orde, de burger van mooi, mals Angusrund komt ook op zo’n zacht wit bolletje, maar dat mag natuurlijk weer wel; alhoewel de burger van binnen echt rood is en dat bevalt minder. Als we de daling inzetten met een bordje Hollandse kazen (waarvan er één naar onze indruk toch echt Frans is, maar dat weet de bediening ook niet precies) en hangop met een wat laffe stoofpeer en een crumble van bastognekoek en honing, kunnen we niet anders dan constateren dat de grootscheepse verbouwing van de boerderij geslaagd is, maar er aan de gerechten nog veel gesleuteld moet worden.

Natuurlijk, Polder is behalve sympathiek ook betaalbaar en laagdrempelig, dus eenvoudige gerechten zijn hier helemaal op hun plek. Maar ook eenvoudige gerechten verdienen optimale liefde en aandacht.

    • Petra Possel