Opinie

    • Ellen Deckwitz

Onklaar

Het is af en toe een overdonderend idee dat er in Nederland zoveel subculturen naast elkaar bestaan, en dan heb ik het nog geeneens over afkomst of religie, maar over interesses. Zo zitten mijn zus en ik op verschillende cavia- fora, waar hele veldslagen worden gevoerd of fleece nou wel of niet de beste bodembedekker is. Mijn buurman doet aan sportvissen, mijn nichtje aan cosplay, twee vrienden reizen voor lezingen over bdsm de hele wereld af.

Ervoor uitkomen dat je een liefhebberij hebt is altijd riskant, want mensen kunnen je ermee pesten. Waar je van houdt maakt ook kwetsbaar. Vaak geven we (ik) het beste deel van ons hart aan belachelijke dingen: Tinder, Céline Dion, bonsaibomen. Daarom heb ik jarenlang mijn grootste vrijetijdsbesteding voor mezelf gehouden.

Ter mijn verdediging: een paar jaar geleden was ik weer eens moe – van mezelf, van bestaan- en zei mijn huisarts dat ik eens aan vrije tijd moest gaan doen. „Wat vind je nu echt leuk”, vroeg hij. Een half uur later liep ik met een nieuwe Wii U onder de arm naar huis.

Het heeft lang geduurd voor ik als gamer uit de kast durfde te komen: ik geneerde me ervoor dat ik blij werd van iets wat volgens sommigen voor kinderen en acnéslachtoffers is bedoeld. Dichter Boris de Jong zei eens dat toegeven dat je graag gamet hetzelfde is als toegeven dat je porno kijkt: iedereen doet het, maar ervoor uitkomen is af te raden, omdat het dan klinkt alsof je geen leven hebt.

Maar afgelopen vrijdag kon ik het niet langer voor me houden. Het was een historische dag voor alle gamers ter wereld: de nieuwe Zelda kwam uit, een spel waar al drie jaar reikhalzend naar werd uitgezien. Stuiterend zette ik de game op, dacht ‘Fuck it!’ en schreeuwde op Facebook uit hoe gelukkig ik was met deze nieuwe aanwinst. Meteen werd ik van alle kanten overspoeld door steunbetuigingen: van de nerds, maar ook van mensen van wie ik nooit had gedacht dat ook zij gameden: hoogbejaarden, modellen (m/v), literair critici, advocaten, melkveehouders, latinisten, schoonheidsspecialisten, mijn moeder: allen gaven ze toe ook achter de console te zitten en even blij als ik te zijn met de nieuwe Zelda. Het hele weekend wisselden we tips en trucs uit.

Waar ik dacht dat mijn omgeving immuun was voor iets waar ik zo hartstochtelijk van hield, bleek ik al jaren omringd door geestverwanten. Het enige wat ik moest doen om van mijn schaamte af te komen, was haar onklaar te maken met onverschilligheid. Om dan pas te ontdekken met hoeveel mensen ik een liefde deelde, hoe niet-eenzaam ik was, terwijl ik mezelf tijden lang verachtte omdat ik graag een spel speelde.

heeft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.

    • Ellen Deckwitz