De Noordzee als motor voor groene stroom

Energie Voor alle extra groene stroom die geproduceerd wordt, is nieuwe infrastructuur nodig. Prijskaartje: 25 miljard euro.

Het Prinses Amalia Windpark ter hoogte van IJmuiden. Foto Sander Koning/ANP

Wie denkt dat het nu al hard gaat met de aanleg van windparken op de Noordzee zal straks raar opkijken. De vijf nieuwe windparken die tot 2023 gebouwd worden voor de Nederlandse kust, met een gezamenlijk vermogen van 3.500 MW (megawatt), zullen in het niet vallen bij wat er verder op zee staat te gebeuren.

In totaal zal er 150 GW (gigawatt) moeten komen om in 2050 in de buurt te komen van de doelstellingen van de klimaatconferentie van Parijs: een reductie van 90 procent van de uitstoot van CO2 in vergelijking met 1990. Om dat te bereiken moet er afscheid genomen worden van olie en gas als energiebron en heel veel groene stroom worden opgewekt.

Voor Tennet, als netbeheerder verantwoordelijk voor de hoogspanningsverbindingen in Nederland en een deel van Duitsland, is een belangrijk rol weggelegd. Nu al heeft Tennet de opdracht om de stroom die in de vijf nieuwe windparken gaat worden opgewekt, aan land te brengen. Tennet is ook verantwoordelijk voor de verbindingen – interconnectoren – tussen landen onderling, ook over de zeebodem.

Deze week werd bekend dat Tennet samen met de Deense netbeheerder Energinet gaat nadenken over de ontwikkeling van een omvangrijk, duurzaam Europees elektriciteitssysteem op de Noordzee. Mogelijk schuiven op korte termijn ook Noorwegen, het Verenigd Koninkrijk en België aan.

De gedachte is om een groot eiland aan te leggen op de Doggersbank, op de grens van de Britse, Nederlandse, Duitse en Deens economische zones. Rondom dat eiland zouden, in het ondiepe water van de Doggersbank, duizenden windmolens moeten komen die direct op het eiland worden aangesloten. Dat heeft belangrijke technische en financiële voordelen omdat er geen dure, lange kabels naar het vaste land hoeven worden gelegd en er bij het transport nauwelijks stroom verloren gaat.

Nu bepaalt markt de prijs

Daarnaast kan het eiland gebruikt worden als knooppunt van interconnectoren tussen de verschillende landen. Dat is belangrijk om de opgewekte elektriciteit af te voeren, maar vooral ook om de elektriciteitsmarkten in de verschillende landen nog nauwer met elkaar te verbinden.

Nu al loopt er de Britned-kabel tussen Nederland en het Verenigd Koninkrijk en de NorNed-kabel tussen Nederland en Noorwegen. De elektriciteit stroomt in de richting van de hoogste prijs. In de regel betekent dat voor BritNed een constant eenrichtingsverkeer richting het Verenigd Koninkrijk, omdat daar te weinig capaciteit is en de prijzen hoog zijn. Op de kabel naar Noorwegen is meer evenwicht: overdag, als er in Nederland veel stroom gebruikt wordt, stroomt de elektriciteit meestal naar het zuiden, maar als de Noren aan het eind van de dag hun lampen aandoen en hun (elektrische) verwarming opdraaien, gaat het weer de andere kant op.

Hoe beter de landen verbonden zijn, des te lager de elektriciteitsprijzen op de spotmarkt zijn. In Nederland en Duitsland lagen de elektriciteitsprijzen in 2016 redelijk bij elkaar, maar in Frankrijk en België sprongen ze in het najaar omhoog toen een aantal kerncentrales uitviel. Er was onvoldoende capaciteit om het wegvallen van de eigen productie soepel op te vangen, met als gevolg stroomprijzen die twee keer zo hoog lagen.

Natuur gaat hoofdrol spelen

Nu nog bepaalt de markt welke kant de stroom op gaat, maar straks zal de natuur dat in toenemende mate doen. Bij harde wind op de Noordzee zal er meer worden opgewekt dan op een windstille dag. Dat wisselende aanbod moet worden opgevangen door de netwerken in en naar de omliggende landen. Maar wel met beleid, anders raakt het net overbelast.

Het voorspellen van het weer wordt daarom volgens Tennet-topman Mel Kroon cruciaal. En het leggen van verbanden tussen gebieden. Bijvoorbeeld dat het in de Duitse Bocht meestal niet hard waait als het op de Doggersbank stormt, en andersom. Als je dat weet, kun je de productie van windenergie beter afstemmen.

Aan de infrastructuur op land zullen ook nieuwe eisen worden gesteld. Op dit moment legt Tennet de laatste hand aan een nieuwe hoogspanningsverbinding in de Randstad. De komende tien jaar zal de netbeheerder 25 miljard euro investeren in verbetering en uitbreiding van het netwerk.

Vooral in Duitsland, waar Tennet ook een deel van het netwerk beheert. Daar is door grootschalige aanleg van windparken op de Noordzee en de Oostzee een enorm aanbod van stroom ontstaan dat moeite heeft om afnemers in het zuiden van Duitsland te bereiken, simpelweg omdat er geen verbindingen zijn. Die elektriciteit stroomt nu via Nederland naar Duitsland, wat een extra belasting betekent voor het Nederlandse netwerk. De aanleg van wat een stroom-Autobahn door Duitsland wordt genoemd heeft hoge prioriteit.

De allerhoogste prioriteit, zo benadrukte Kroon deze week bij de presentatie van de jaarcijfers, is echter „een helder beleid”. Aanleg van nieuwe infrastructuur kost tijd en er moeten snel beslissingen worden genomen over wat Nederland gaat doen als het Energieakkoord in 2023 afloopt.

Bijvoorbeeld over IJmuiden Ver (6.000 MW), dat 90 kilometer uit de kust zou komen te liggen, en in 2035 af moeten zijn. Om dat te halen, moeten er nog dit jaar knopen worden doorgehakt, stelt Kroon. „Het nieuwe kabinet moet zo snel mogelijk beslissen hoeveel windmolens op zee er waar precies komen.”

    • Renée Postma